zondag 27 december 2009
Yĭng
yĭng = schaduw
Wolken veroorzaken schaduwen op de aarde. Het zonlicht wordt er van weerhouden zijn licht te laten schijnen. Dit kan voor een troosteloos aanblik zorgen. Eén blik naar de wijde buitenwereld, en de zin om naar buiten te gaan kan verpest zijn.
Na een rusteloze nacht, waarin ik daadwerkelijk de hele tijd in bed ben gebleven, maar steeds wakker werd, of half sliep, werd ik om half elf door mijn moeder gewekt. Als ik nog terug naar mijn kamer wilde, zo zei ze me, moest ik nu opstaan, ze wilde voor twaalven vertrekken. Mijn moeder is een schat als het om autorijden gaat. Stiekem verdenk ik ervan dat ze ervan houdt met de auto te rijden. Los daarvan had ik nog heel veel spullen in mijn ouderlijk huis liggen, die allemaal mee terug moesten, en was het niet meer dan praktisch dat ze me thuis zou brengen.
Eenmaal op mijn kamer aangekomen, schonk ik mijn moeder koffie in, en gaf haar mijn kerstcadeau, die hier nog lag, gezien het feit dat ProRails moeite had met één nachtje sneeuw. Ik had haar een deken met mouwen gegeven, iets wat mijn vader nog had gezegd haar voor kerst te zullen geven.
Mijn moeder bleef nog een half uurtje koffieleuteren, en toen vertrok ze, mij achterlatend met een geweten. Moest ik alle rotzooi, inclusief de afwas die werkelijk bijna wegliep (oké, ik overdrijf, de afwas stond pas een maandje vuil), opruimen, of moest ik gaan slapen, moe als ik was? Ik koos, wonder!, voor het eerste. Met volle moed begon ik met de witte was, om daarna verder te gaan met de afwas. Dit op zich kostte me maar een klein uurtje, helemaal niet veel dus. Daarna heb ik de spullen op mijn kamer hun plekje teruggegeven.
Ik moest naar buiten. Ik moest mijn fiets van centraal halen, waar deze ook al twee weken stond en hopelijk niet ingesneeuwd was.
Maar als ik naar buiten keek, zag ik regen. De zon was inmiddels verdwenen, schaduwen van wolken zorgden ervoor dat het al donker was. Het was net drie uur. Ik ging nog even met mijn rosé minnende huisgenoot praten. Die vertelde me dat mijn overbuurvrouw zou gaan verhuizen, en daarvoor in de plaats een vriend van kamergenoten zou komen wonen. Een feit wat me niet verbaasde, gezien die bepaalde vriend hier al zo vaak was dat het me wel verbaasde dat hij niet al eerder hier naartoe verhuisde. Verder vertelde ze me ook dat zij een beurs had gekregen om drie maanden naar Japan te gaan, het arme kind studeert het slappe aftreksel van Chinees, ze zou ergens in maart weggaan.
Mooi is dat, dacht ik, dat is tegelijk met mijn andere huisgenote. Drie meiden weg, waardoor ik hier als enige meisje, met zes jongens, over zou blijven. Zes jongens die hun huistaken al sporadisch deden, en als ze het al deden met de properheid wat hun geslacht eer deed. Geniaal.
Half vier bracht ik me er toch toe mijn fiets te gaan halen, ik moest toch boodschappen doen. Kerst was nu eenmaal over, en ik wacht niet tot 'Goede voornemens', want die zijn gedoemd te mislukken. Ik had besloten af te vallen door terug te keren naar de kern van eten. Groente, fruit en vitamines. Echt koken, in plaats van spaghetti warm maken en wat saus erover gieten. Soms zelfs zonder saus.
Dus ging ik met de bus naar centraal, was verwonderd mijn fiets zonder kleerscheuren, of beter gezegd losse spaken, terug te vinden, en fietste naar de supermarkt. Ik laadde bleekselderij in, bronwater, sla (niet van die kant en klaar sla in een plastic zakje), komkommer, sladressing, zilvervliesrijst en de boodschappen van mijn rosé minnende huisgenote, gezien zij zich wel liet leiden door de troosteloze aanblik van de buitenwereld.
Thuisgekomen gaf ik haar boodschappen aan haar, kreeg de helft van het geld, meer had ze niet contant, en zei haar dat ze de rest als haar kerstcadeau kon beschouwen. Ik wilde nog een kerstcadeau aan haar geven, wat is er dan beter dan het redden van haar leven door haar eten te geven? Ergens klinkt dat toch beter als het over een minder bedeelde gaat. Hmm...
Na een half uurtje languit op bed gelegen te hebben en naar de tv te staren, wijdde ik me opnieuw aan een huishoudelijke taak. Met schort en al aan, ging ik driftig bezig met het koken van eieren, snijden van bleekselderij en komkommers, het uit elkaar krijgen van sla, om er vervolgens achter te komen dat ik geen kom had om mijn sla in te doen. Soms is het vervelend om student te zijn, al die praktische dingen zijn niet in huis. Ik pakte een grote pan en gebruikte dat als kom. Makkelijk zat. Op de eieren deed ik zout, peper en olijfolie, precies volgens mijn kookboek, en ik flikkerde alles bij elkaar in de kom- uuuh pan. Kippenvleugels erbij, zilvervliesrijst, en klaar is klara. Vlees behoort eigenlijk niet gegeten te worden als er afgevallen dient te worden, maar het was nog geen 2010, ik kon wel alvast een beginnetje maken met gezonder eten, om er straks een regel van te maken.
Gek genoeg smaakte dit bij elkaar geraapte voedsel dat ontstaan is uit verschillende recepten van mijn kookboek me heerlijk. Het jammere van écht koken was wel dat de afwasteil direct wéér vol zat.
De energie van het verse eten vol gezond voedsel kwam direct bij me op. Ik besloot nog een klein uurtje te leren voordat ik weg zou zwijmelen bij de stem van Sophie. Als zij Mary Poppins wordt, ga ik zeker naar een voorstelling. Hoe wonderlijk productief kan een dag zijn, als ik geen middagdutje houd, me niet laat kisten door regen, en niet uitga om me te voeden met alcohol in plaats van met bronwater.
zaterdag 26 december 2009
Mutabiliteit
mutabiliteit = veranderlijkheid; onbestendigheid
Ketens van veranderingen, slepen 't lot der stervelingen, door de ruwe levensbaan. Zo schrijft Johannes Immerzeel in zijn gedicht 'onbestendigheid'. Zo de veranderingen in het leven mij eerder niet werkelijk hadden aangegrepen, hebben ze me de laatste maand vlak bij de keel gegrepen om me langzaam door mijn 'ruwe levensbaan' te sleuren. De mutabiliteit van het leven is onverbiddelijk.
Ja. Ik heb tijden niet meer geblogd. Ja. Dit komt deels door NaNoWriMo. Als NaNoWriMo bezig is (schrijf een boek van minstens 50.000 woorden in 30 dagen) ben ik zo goed als van de wereld. Alles wat ik schrijf gaat dan naar NaNoWriMo. Dat verklaart november. Maar daarna, deze december, op de verjaarsviering van Sint Nicholaas, gebeurde er iets wat mijn leven veranderde.
De meeste mensen weten het al. Daarom zal ik niet te veel uitweiden over het verdriet, de onbegrip en het moeilijk verwerkingsproces dat nog steeds voortduurt. Feit is en blijft dat ik mijn vader kwijt ben geraakt aan de eeuwig sluipende dood.
Langzaam, in deze paradoxale gezelligste dagen van het jaar, ontstond mij het verlangen weer te bloggen. Hoe kon ik ooit weer verder gaan met mijn blogs, zonder deze verandering, de grootste in mijn leven tot nu toe, niet te beschrijven? Vandaar dat deze blog daaraan is gewijd.
Dit verhaal, deze gebeurtenis die naar mijn gevoel pas over jaren zal afzwakken tot een herinnering, begon niet op een zaterdag. Het begon op een vrijdag. Vrijdag was de dag waarop ik besloot niet naar colleges te gaan, want ik had het gehad met dat chinees en wilde vervroegd vakantie. Die avond ging ik naar een paar vrienden, we dronken op het goede leven en gingen tot laat in de avond door met het kijken van gruwelijke films waarin mannen vrouwen haten. Alleen dat feit maakte die film al gruwelijk. Het moge dan ook geen verrassing zijn dat ik pas om half zes 's ochtends weer thuis was. Ik had precies twee uur om te slapen, want ik zou om elf uur weer rijles hebben en moest de trein van kwart voor negen hebben. Daarbij opgeteld dat ik nog een half uur naar dat stomme station moest fietsen, maakte dat ik om tegen achten weer op moest.
Halfdood, zoals dat gaat als de nacht bijna helemaal doorgehaald is, vertrok ik wel precies op tijd naar het station.
Op dat moment had ik niet het minste vermoeden zoals men dat soms wel beweerde over intuïtie en dat soort ongein. Ik had niet het minste vermoeden dat ik voor twee weken lang weg zou zijn. Mijn ergste zorg, op dat moment, was of ik mijn tentamens wel zou gaan halen, en of ik de dag rond zou komen gezien ik koppijn had en verdoofd was van het slaaptekort.
Na de treinrit, waarin ik met alle macht probeerde niet te zakken in een diepe slaap om te voorkomen dat ik in Breda terecht zou komen, stapte ik in Rotterdam op de bus.
Ook toen ik uitstapte, naar huis liep, en voor mijn voordeur stopte, had ik niet geregistreerd dat de gordijnen van de woonkamer dicht zaten. Ik had niet gezien dat er meer auto's dan normaal op ons parkeerterrein stonden. Ik had ook niet het vermoeden dat de temperatuur in het huis lager was dan buiten.
Toen ging de deur open. Mijn moeder had me aan zien komen. Niets bijzonders, dat deed ze wel vaker.
"Zet even je spullen neer, ik moet je iets vertellen."
Mijn van slaaptekort verdwaasde hoofd zette de woorden van mijn moeder om tot betekenis, en zorgde ervoor dat ik mijn tassen neerzette. Langzaam.
"Er is iets ergs gebeurd."
Op dat moment had ik niet het vermoeden dat ik die middag nog een doodskist uit moest kiezen, niet het vermoeden dat er tientallen kaarten op de mat zouden verschijnen waarop ik met mijn paarse ballerina's en koude voeten stond, en ook niet het vermoeden dat wat mijn moeder zou vertellen totaal niet door zou dringen.
Ik wist namelijk precies wat zij zou vertellen. Ik was voorbereid. Er was iemand overleden.
"Je vader is overleden."
De schok kwam niet aan. Ik staarde haar verdwaasd aan. Nog altijd gedrogeerd door het slaaptekort. Nog altijd een beetje gepikeerd omdat ze me er niet doorliet en ik het koud had.
Ik hoorde mijn moeder op de achtergrond mompelen over hoe ze thuis was gekomen van nachtdienst, hoe ze mijn vader op de bank had gevonden, de ambulance had gebeld, en die nog alles hadden gedaan, maar er niets meer gedaan kon worden en het waarschijnlijk gewoon een fatale hartstilstand was geweest, maar mijn gedachtes gingen niet naar haar woorden uit. Ze gingen naar de betekenis van die vier woorden uit die ze zo vol rampspoed had gezegd.
Wacht eens even? Je? Niet 'Mijn' maar 'Je'?
De waarheid was te ongeloofwaardig, en ik wachtte totdat ze zou overschakelen op een 1 april/5 december grap. Maar toen dat niet meer kwam, moest ik weg. Ik moest weg. Ik vluchtte dan ook zonder woorden naar boven.
De rest van december ging als een roes voorbij. Die eerste week kreeg ik het idee dat ik al mijn tranen die ik ooit zou kunnen produceren in één keer op verbruikte, zodat ik nooit meer van mijn leven zou kunnen huilen. Ik was nog wel zo ver bij mijn positieven dat ik per se een gedichtje voor de kaart zelf wilde maken. Het mocht geen gedichtje zijn dat versleten was en vaak gebruikt. De crematie, mijn vader had het er altijd over dat hij een crematie wilde, verliep echter zonder dat ik een traan liet. In de volgwagen werd het me dan wel te veel, maar zodra ik bedacht dat ik wel degelijk nog wat wilde zeggen tijdens de plechtigheid, heb ik me zo geconcentreerd op het nog iets op papier zetten, dat ik geen moment een emotie toestond. Eén emotie zou leiden tot instorten. Instorten zou ervoor zorgen dat ik geen woord door mijn keel kon krijgen. En dát, dat zou ik niet laten gebeuren. Het werd zelfs bijna, bijna, gezellig toen ik tijdens het condoleren naar mijn vrienden ging. Ik ben hen nog steeds, stuk voor stuk, erg dankbaar dat zij waren gekomen.
Ik heb verschillende mensen verschillende details verteld. Soms te moe om ook maar iets te zeggen, soms zo vol van emotie dat ik iets kwijt moest. Nu, nog altijd half verdoofd en vol ongeloof, moest ik het verhaal in globale vorm, met hier en daar details, kwijt. Toen ik deze blog begon, vroeg ik iemand om een woord te prikken in het woordenboek. Zij kwam met dit toepasselijke woord; mutabiliteit. Ik vond een gedicht van Johannes Immerzeel dat net zo goed past bij deze blog als het woord, vandaar dat ik hier mee afsluit.
ONBESTENDIGHEID
Vlottend op verwisselingen,
Drijven de ondermaanse dingen
Langs de snelle tijdstroom af.
Niets heeft vastheid, niets wil duren:
Op de vlucht der jagende uren
Stuift ons lot daarheen als kaf.
Wat is voorspoed? wat zijn rampen?
Niets dan lichaamloze dampen,
Ras gerezen, ras verdeeld.
Zie de hongerige dagen
Aan elkanders vruchten knagen,
Woedend op hun eigen teelt.
Ketens van veranderingen
Slepen 't lot der stervelingen
Door de ruwe levensbaan.
't Is met alles wat wij bouwen,
Waar we op rusten of vertrouwen:
Zo geworden, zo vergaan!
woensdag 14 oktober 2009
Bìngrén
bìngrén = patient; zieke
Soms is de scheiding flinterdun. Ben je nog steeds ziek? Of doe je alsof je ziek bent, omdat je nog geen zin hebt in karakters die door je hoofd blijven duizelen, of in die lange tocht door de jungle van je studentenstad die je moet fietsen om bij je faculteit te komen?
Ja, ik ben (was?) ziek. Vandaag stond ik dan ook met veel gekreun na half negen op, terwijl ik met mezelf had afgesproken om voor achten op te staan, zodat ik om negen uur mijn huiswerk kon maken, en misschien nog naar college zou kunnen. Beiden is niet gelukt. Niet om negen uur karakters uit het hoofd geknald, niet om één uur, of zelfs vijf uur, naar college gegaan.
Eigenlijk heb ik vandaag weinig anders gedaan dan leren, wasje draaien (weet je dat Een kind kan de was doen echt honderd procent waar is? Ik had nooit verwacht dat wassen zó makkelijk was), vaat doen (het was de tijd van de week weer) en eten maken. Dat eten bestond uit rijst, saus met ei erdoorheen geroerd - "Mijn saus lijkt op kots... Mijn saus ruikt ook naar kots!"
"Ja, zo ziet mijn kots er ook uit. Alhoewel die misschien iets donkerder is."
"Iewl! Dát hoefde ik niet te horen."
"Jij begon erover."
"Jij ging erover door."
"Dat is mijn taak als dude."
"Vind dan een andere taak!" - en dat was het. Ik heb niet eens meer dan de helft ervan op, wellicht door de op kots lijkende saus. Maar nu moet ik wel zo eerlijk zijn om op te biechten dat ik daarvoor heel wat koekjes op heb, mijn middageten rond drie uur heb veroberd (heerlijke noedels) en twee dikke snedes eigengemaakt brood naar binnen heb gewerkt. Nu jah, degene die naar de vuilnisbak kijkt, zal concluderen dat één van zijn geliefde huisgenoten zo'n kater had dat hij er van moest overgeven. Arme persoon die vuilnisbak als huistaak heeft...
Het leven van een zieke is saai. Zo saai, dat je er bijna weer van naar college wil. Zo saai dat niets het waard is om nog langer thuis te blijven. Misschien dat ik morgen naar college ga.
Misschien.
Eerst nog wat hoofdpijn kweken door karakters uit mijn kop te knallen.
Letterlijk.
maandag 14 september 2009
Nathals
nathals = iemand die veel drinkt
Alcoholistisch verdringt de shopaholistische buien? Nee. Zo snel gaat het niet in het studentenleven. Maar ik zal niet ontkennen dat ik meer drink dan vroeger (like, twee maanden geleden). Wellicht komt het door mijn overgeobsedeerde alles drinkende, vooral rosé lievende, huisgenote dat ik aan het transformeren ben naar een nathals. Misschien komt het omdat mijn moeder me rosé's blijft meegeven, en zodra ik dat woordje ook maar laat vallen me haast verplicht voel ene huisgenoot te vragen of ze mee komt drinken. Maar verder is het heel gezellig. De rosé dan, mijn huisgenoot is natuurlijk te ver-ve-lend voor woorden.
Merk de sarcasme, slash slechte grap uit mijn laatste zin. Ik lief mijn huisgenoten, en in het bijzonder die ene rosé liefhebbende obsessieve schat.
De tweede week van mijn studie is begonnen. En, na een droge keel van het veelvoudige Mandarijnse klanken oefenen met rosé nat te hebben gemaakt was het vandaag de beurt aan karakters.
Dat rare schrift waar de Chinezen, zo las ik gisteravond, na rosé gedronken te hebben met die ene specifieke huisgenoot, in mijn grammatica van het Mandarijn boek, kennen ontelbare karakters. Volgens de oudste overlevering die men heeft kunnen ontcijferen zou het aantal tot dik in de 85.000 liggen. Nu hoeft men voor het lezen van alledaagse teksten er maar 3.000 te kennen.
Merk opnieuw de sarcasme. Ik ken er nu 0. 26 letters, oké, maar 3.000 karakters is andere koek. Alhoewel, liever 3.000 dan 85.000, het blijft ten minste nog onder de 10.000.
Genoeg getallen voor dit late uur. Tijdens de werkcollege was het natuurlijk weer de beurt aan de uitspraak. En nee, mijn keel was niet genoeg geölied met rosé. Het spijtige is namelijk dat alcohol heel snel bij mij inslaat, en ik altijd zo verstandig ben na twee glazen achterover te klokken stop. Geen wonder dat ik mijn geliefde liefste huisgenote er weer toe moest dwingen haar kamer af te staan aan mij. En haarzelf. En de roséfles. Kijk, als ze haar kamer enkel aan mij zou afstaan, zou ze het wellicht niet doen, maar alles draait om wijn. En alles wat gratis is, is per definitie goed. Wat zij al zei: "Studenten zijn sloebers. En wij zijn studenten, dus we mogen sloebers zijn."
Amen op dat.
Om toch het sloebergehalte niet te hoog te laten stijgen, heb ik wel wat voor de kost gedaan. Vijf uur bij de Eazie scheppen, enkele foutieve bestellingen en dweilavond zonder alcohol maar met een heuse dweil, sop en water verder heb ik spierpijn in mijn rechterhand van het scheppen van de groenten. Serieus, die tangen zijn van ijzer! Ze willen niet meegeven, en geven niet toe aan de overweldigende kracht van mijn hand.
Hoe dan ook, na na het werk nog even te socializen, goh, ik doe hier in Leiden niet anders, met mijn super aardige collega's, toch de weg naar huis gevonden. Bijna van mijn fiets geblazen door één of ander feest dat een andere afdeling, maar van hetzelfde pand, in onze tuin gaf, nog dubbel gecheckt of er geen uitnodiging van dat feest door de brievenbus lag, tja, je moet iets om te voorkomen niet enkel bestempeld te worden als nathals, maar er ook één te zijn. Helaas, geen uitnodiging, en omdat ik die lieve schat van een huisgenote van me niet wilde laten droogstaan, en omdat ik geen avond zonder haar kan doorbrengen, toch maar de laatste resten van de fles geschonken om onder het genot van die bedwelmende dampen steeds vermoeider te worden.
vrijdag 4 september 2009
Zhuāngbī
zhuāngbī = uitslover
En als je iemand toch helemaal haat, dan noem je hem toch zhuāngbī? Hoewel de Nederlandse vertaling van het woord, niet geheel onaardig klinkt, is de Chinese versie ervan wel zeer onaardig. Misschien heeft dat te maken met het feit dat chinezen vanuit hun normen en waarden lichtelijk nederig en respectvol naar elkaar en tegen elkaar zijn. Waardoor zij niet zo grove woorden als grove woorden ervaren.
Wie ik vandaag zhuāngbī heb genoemd? Eigenlijk niemand. Goed, er was een klein incidentje, maar wie was koppiger?
Toegegeven. Ik.
Ik kan namelijk heel goed, heel erg, heel overdreven, overdrijven. Gaat het niet zoals ik wil, dan doe ik het zoals de ander wil, maar dan altijd tien keer zo gek. Mijn moeder zei vroeger al: "Jemig Cindy, het gaat bij jou ook altijd van het ene uiterste na het andere."
Misschien past de titel van mijn blog nog wel het beste bij mezelf, als ik zo nodig iemand moet noemen. Hoewel niet in de negatieve betekenis wat chinezen betreft, heb ik wel enigszins lopen pronken dat ik één (!) karakter heb geleerd vorige week toen ik met de studievereniging op kampweekend was. De studievereniging is enkel voor sinologen, er waren dus ook voornamelijk aankomend eerstejaars sinologen.
Ja, het is waar. Ik liep door het restaurant, en merkte hoe erg ik het gemist heb. Ik vind het heerlijk mensen te laten gissen, als ze vragen waarom ik zo goed Nederlands kan spreken. Ik vind het geweldig om geheimzinnig te doen, maar wel prikkelend te antwoorden.
Ik ben een walgelijk persoon.
En ik doe het met liefde.
Niet voor niets is mijn favoriete personage van mezelf Nadia Lelia. De uitslover.
Anyhow. Zoals je inmiddels wel door zult hebben begin ik enkel met zo'n lange inleiding als de dag saaier was dan het tellen van elke afzonderlijke wimper van elk mens. Wat ik vandaag gedaan heb zal ik dan ook, hoe heerlijk!, in één zin samenvatten.
Slapen, gevolgd door uitslovers doodrijden tijdens mijn rijles, om tot slot zelf de uitslover te spelen in het restaurant.
Ach ja, deze blog is misschien niet zo vrolijk, of zo inspiratievol. Ik heb altijd het idee dat mijn blogs beter zijn als ik een maand niet heb geblogd. Dat is niet zo. Mijn blogs zijn gewoon beter als mijn dag niet zo saai is. Soms wou ik dat mijn geheugen was als een goudvis. Het schijnt namelijk dat zij maar een geheugentermijn van drie seconden hebben. Dan zou het enige waar ik over uit kon sloven het feit zijn dat mijn kom zo groot is! Enkel maar omdat ik niet door had dat de nieuwe plekjes die ik ontdek, ik al eerder ontdekt heb. En dat de ruimte die er steeds bij komt, er maar bij lijkt te komen.
En als je iemand toch helemaal haat, dan noem je hem toch zhuāngbī? Hoewel de Nederlandse vertaling van het woord, niet geheel onaardig klinkt, is de Chinese versie ervan wel zeer onaardig. Misschien heeft dat te maken met het feit dat chinezen vanuit hun normen en waarden lichtelijk nederig en respectvol naar elkaar en tegen elkaar zijn. Waardoor zij niet zo grove woorden als grove woorden ervaren.
Wie ik vandaag zhuāngbī heb genoemd? Eigenlijk niemand. Goed, er was een klein incidentje, maar wie was koppiger?
Toegegeven. Ik.
Ik kan namelijk heel goed, heel erg, heel overdreven, overdrijven. Gaat het niet zoals ik wil, dan doe ik het zoals de ander wil, maar dan altijd tien keer zo gek. Mijn moeder zei vroeger al: "Jemig Cindy, het gaat bij jou ook altijd van het ene uiterste na het andere."
Misschien past de titel van mijn blog nog wel het beste bij mezelf, als ik zo nodig iemand moet noemen. Hoewel niet in de negatieve betekenis wat chinezen betreft, heb ik wel enigszins lopen pronken dat ik één (!) karakter heb geleerd vorige week toen ik met de studievereniging op kampweekend was. De studievereniging is enkel voor sinologen, er waren dus ook voornamelijk aankomend eerstejaars sinologen.
Ja, het is waar. Ik liep door het restaurant, en merkte hoe erg ik het gemist heb. Ik vind het heerlijk mensen te laten gissen, als ze vragen waarom ik zo goed Nederlands kan spreken. Ik vind het geweldig om geheimzinnig te doen, maar wel prikkelend te antwoorden.
Ik ben een walgelijk persoon.
En ik doe het met liefde.
Niet voor niets is mijn favoriete personage van mezelf Nadia Lelia. De uitslover.
Anyhow. Zoals je inmiddels wel door zult hebben begin ik enkel met zo'n lange inleiding als de dag saaier was dan het tellen van elke afzonderlijke wimper van elk mens. Wat ik vandaag gedaan heb zal ik dan ook, hoe heerlijk!, in één zin samenvatten.
Slapen, gevolgd door uitslovers doodrijden tijdens mijn rijles, om tot slot zelf de uitslover te spelen in het restaurant.
Ach ja, deze blog is misschien niet zo vrolijk, of zo inspiratievol. Ik heb altijd het idee dat mijn blogs beter zijn als ik een maand niet heb geblogd. Dat is niet zo. Mijn blogs zijn gewoon beter als mijn dag niet zo saai is. Soms wou ik dat mijn geheugen was als een goudvis. Het schijnt namelijk dat zij maar een geheugentermijn van drie seconden hebben. Dan zou het enige waar ik over uit kon sloven het feit zijn dat mijn kom zo groot is! Enkel maar omdat ik niet door had dat de nieuwe plekjes die ik ontdek, ik al eerder ontdekt heb. En dat de ruimte die er steeds bij komt, er maar bij lijkt te komen.
donderdag 3 september 2009
Proclamatie
Gezien ik weet dat ik sinds kort nieuwe lezers heb, voel ik mij gedwongen enkele proclamaties (=afkondiging; openlijke bekendmaking) te doen. Ook voor de oude lezers is het misschien goed wat meer te weten te komen over zij die al die saaie blogs nu eigenlijk schrijft.
Ik ben dus Cindy, ik ben achttien/negentien jaar. En nee, ik ben niet achttieneneenhalf. Zie je, het zit zo, op mijn Chinese paspoort staat als geboortedatum 11 april 1990. Op mijn Nederlandse echter 11 april 1991. Het is dan ook een leuk weetje dat ik twee keer mijn derde verjaardag heb gevierd.
Hoewel ik modebewust ben, en elke dag een flinke kledingcrisis heb, raak ik make-up bijna nooit aan. Of ik een natural beauty ben valt aan anderen te beoordelen. Die troep op mijn huid zit gewoon niet, blijft niet zitten, en jeukt. Goh, ik begin nu een beetje als mijn zusje te klinken. De belangrijkste reden is wel dat het duur is. En ik ben een arme studente.
Verder ben ik geen ochtendmens. Het liefst, zoals vandaag, verslaap ik mijn halve dag.
Snap je nu waarom ik met zo'n interessante, kuch, opening begin? Ik heb gewoon de halve dag geslapen. Of gedaan alsof ik sliep. Ik had namelijk ook redelijke koppijn, en volgens mij is die hoest van mij ook niet zo leuk. Toen ik écht uit mijn bed kwam, was dat omdat mijn vader me liep om... aardappels te schillen.
En nee, wij eten 's middags niet warm.
"Gast!"
Zo riep hij, waarop ik - eenmaal van de trap afgestormd - antwoordde: "Begin jij nu ook al het accent van mijn wereldstad over te nemen?"
Nee, dat niet, maar hij doelde meer op de functie van mijn komst. Ik was een gast, gezien ik officieus en officieel niet meer in mijn dorpje woonde. Zelfs de IB groep weet dat.
Met het idee van aardappels, had ik niet gezegd dat ik raar ben? ik vind aardappels namelijk heerlijk, in mijn achterhoofd staakte ik mijn gesputter. Van mijn vader kan ik het toch nooit winnen. Gezien hij gisteren 55 jaar is geworden wordt het toch langzamerhand tijd dat ik begrip ga tonen. Al is het maar voor het feit dat hij al jaren onhandelbare pubers in zijn huis heeft. Al was/is mijn zusje nog altijd onhandelbaarder dan ik, uiteraard.
Na het eten restte mij niet veel te doen dan wat ik normaal doe. Nutteloos op het internet rondklikken. Hier en daar wat losse letters aan elkaar tikken, om ze apart te zetten door ruw een spatie te plaatsen. Soms voelt schrijven alsof ik een vrouw met een hakmes ben. Ik bepaal welke letters er wel en welke er niet aan elkaar mogen staan. En de letters die ik los wil hakken, hak ik met mijn duim los.
Oké, nu wordt mijn vergelijking van schrijven met een moordenaar eng. Misschien komt dat wel omdat ik het avondeten heb moeten nuttigen terwijl Mister Monk zijn aartsvijand onderuit probeerde te trekken.
Ach, dit was serieus een dag van niets. Het was saai, behalve mijn dromen. Maar dromen kan ik op de een of andere manier nooit onthouden. Ik denk dat het feit dat deze dag saai was, in tegenstelling tot die 21 dagen hiervoor, op zich al een proclamatie is. Dus laat ik het daarom hier maar bij houden. In ieder geval voor vandaag.
Ik ben dus Cindy, ik ben achttien/negentien jaar. En nee, ik ben niet achttieneneenhalf. Zie je, het zit zo, op mijn Chinese paspoort staat als geboortedatum 11 april 1990. Op mijn Nederlandse echter 11 april 1991. Het is dan ook een leuk weetje dat ik twee keer mijn derde verjaardag heb gevierd.
Hoewel ik modebewust ben, en elke dag een flinke kledingcrisis heb, raak ik make-up bijna nooit aan. Of ik een natural beauty ben valt aan anderen te beoordelen. Die troep op mijn huid zit gewoon niet, blijft niet zitten, en jeukt. Goh, ik begin nu een beetje als mijn zusje te klinken. De belangrijkste reden is wel dat het duur is. En ik ben een arme studente.
Verder ben ik geen ochtendmens. Het liefst, zoals vandaag, verslaap ik mijn halve dag.
Snap je nu waarom ik met zo'n interessante, kuch, opening begin? Ik heb gewoon de halve dag geslapen. Of gedaan alsof ik sliep. Ik had namelijk ook redelijke koppijn, en volgens mij is die hoest van mij ook niet zo leuk. Toen ik écht uit mijn bed kwam, was dat omdat mijn vader me liep om... aardappels te schillen.
En nee, wij eten 's middags niet warm.
"Gast!"
Zo riep hij, waarop ik - eenmaal van de trap afgestormd - antwoordde: "Begin jij nu ook al het accent van mijn wereldstad over te nemen?"
Nee, dat niet, maar hij doelde meer op de functie van mijn komst. Ik was een gast, gezien ik officieus en officieel niet meer in mijn dorpje woonde. Zelfs de IB groep weet dat.
Met het idee van aardappels, had ik niet gezegd dat ik raar ben? ik vind aardappels namelijk heerlijk, in mijn achterhoofd staakte ik mijn gesputter. Van mijn vader kan ik het toch nooit winnen. Gezien hij gisteren 55 jaar is geworden wordt het toch langzamerhand tijd dat ik begrip ga tonen. Al is het maar voor het feit dat hij al jaren onhandelbare pubers in zijn huis heeft. Al was/is mijn zusje nog altijd onhandelbaarder dan ik, uiteraard.
Na het eten restte mij niet veel te doen dan wat ik normaal doe. Nutteloos op het internet rondklikken. Hier en daar wat losse letters aan elkaar tikken, om ze apart te zetten door ruw een spatie te plaatsen. Soms voelt schrijven alsof ik een vrouw met een hakmes ben. Ik bepaal welke letters er wel en welke er niet aan elkaar mogen staan. En de letters die ik los wil hakken, hak ik met mijn duim los.
Oké, nu wordt mijn vergelijking van schrijven met een moordenaar eng. Misschien komt dat wel omdat ik het avondeten heb moeten nuttigen terwijl Mister Monk zijn aartsvijand onderuit probeerde te trekken.
Ach, dit was serieus een dag van niets. Het was saai, behalve mijn dromen. Maar dromen kan ik op de een of andere manier nooit onthouden. Ik denk dat het feit dat deze dag saai was, in tegenstelling tot die 21 dagen hiervoor, op zich al een proclamatie is. Dus laat ik het daarom hier maar bij houden. In ieder geval voor vandaag.
Lăoshŭ
lăoshŭ = muis
Soms denk ik wel dat ik niet helemaal honderd ben. De ene keer denk ik dat wat vaker dan de andere keer. Ook denk ik achteraf wel eens dat ik toen niet helemaal honderd was. Zoals vandaag toen iemand mij foto's van gisteren liet zien. En nee, ik was zeker niet dronken, of aangeschoten. Nou, misschien een klein beetje aangeschoten dan.
Bijvoorbeeld. Ik heb geen muisfobie. Sterker nog, ik heb muizen als huisdier gehad. Niet echt muizen, Gerbils, oftewel woestijnratjes. Ze zien er heel erg uit als muizen. Daarenboven was ik niet het schattige kleine chinese meisje dat met kikkervisjes zat te spelen. Ik spring namelijk een meter de lucht in als er ook maar een kikker in mijn buurt komt. Hopelijk gaat niemand deze informatie gebruiken, hmm. Nee, ik speelde als klein schattig meisje met... Spinnen. Ik doodde ze door één voor één hun acht pootjes eruit te rukken.
Tot op de dag van vandaag ben ik niet bang voor spinnen of muizen.
Eigenlijk vind ik muizen namelijk zeer intrigerend. Hoe ze door de kleinste gaatjes schieten alsof ze alles aan kunnen. Hoe de kat een muis achterna zit, en een muis een olifant kan laten schrikken. Muizen zijn niet voor één kaasblokje te vangen, zo vertelt ons ook een zeer gouwe ouwe film, waarin een paar volwassen mannen één rotmuisje proberen te vangen, en in die jacht het halve huis afbreekt.
Mijn leven is alles behalve intrigerend. Zeker als ik in mijn dorpje ben, in plaats van mijn wereldstad. Ik voel het al als ik in de trein zit. Met mijn laptop in mijn tas, een glamour in de hand, en het zangerige gezang van een Stanley Burleson als achtergrondmuziek. Hmm, de Dood mag mij best komen halen, als hij zo goed zingt als Stanley.
Anyhow (dit woordje heb ik overgenomen van mijn nieuwe stadsgenoten, vroeger zei ik namelijk ALTIJD anyway) terwijl de trein door het pitoreske landschap der Nederlanden (KUCH!) snelt, laat ik behalve mijn nieuwverworven accent ook een deel van mijn nieuwe leven achter. Het spannende deel, welteverstaan.
Eenmaal thuis moest ik als de sodemieter opschieten omdat mijn geliefde rij-instructeur (tja, ik kan hem moeilijk haten, het is familie!) me had gevraagd of ik om half drie kon lessen in plaats van om zes uur. Na anderhalf uur niemand dood te rijden, behalve misschien wat muisjes en kikkers, die laatste vind ik veel minder erg, kon ik weer veilig uitstappen. Daarna verviel ik in het oude ritueel, dat met één woord samen te vatten valt. Laptop.
Voordat ik echter er voor kon gaan zitten om te gaan MSNen en wat ik allemaal niet op het grote gebied der computers doe, moest ik helaas nog wel even mijn gezicht op de werkvloer vertonen. Mijn vader was vandaag jarig, de jarige beslist over het eten. In zijn geval Chinees. Goh, dan begin ik me af te vragen waarom wij nog leven...
Anyhow (rotnieuwaccent) gezien ik een vriend had beloofd dat ik binnen een kwartier klaar zou zijn met deze blog, kan ik hem niet goed afsluiten. Dus zal ik wel net doen alsof ik nu opeens een muis ben, die verwacht had nog heeeeel lang te leven, maar door toe doen van de mens in de val is gelokt. Dood. Ik kan Stanley's stem al horen...
woensdag 2 september 2009
Suíbiàn
suíbiàn = zomaar
Wanneer de integratie in het studentenleven vordert, tijdtekort nauw verbonden staat aan geldtekort en slaaptekort, leer je als sjaars het begrip 'zomaar' opnieuw kennen. Voor alle aanstaande sjaarzen, een sjaars is de brugpieper van het hogere onderwijs. Wat mij betrof vandaag inclusief overvolle tas. Minus de lengte, tenzij je, wat mij betreft, aziatisch bent. Het had handiger geweest als de chinezen in plaats van lotusvoetjes hun benen uitrekten, maar helaas, ik ben gedoemd kleiner te zijn dan een gemiddelde langneus.
Zomaar naar de studie gaan, omdat het in de kamer een t**zooi is. En met te**zooi bedoel ik het soort ter**zooi waarbij ik 's ochtends verplicht aan ochtendgymnastiek doe om de gang van onze afdeling te kunnen bereiken. Hutkoffertje van een kamp hier, tasjes van een shopaholistische bui daar, kleren overal. Door die teringzooi duurt het minstens een uur voordat ik klaar ben om te kunnen douchen, hier en daar zoeken naar shampoo levert binnen een kwartier een sanex op, maar voor mijn brillenkoker doe ik gemiddeld langer. Gezien de avond weer eens eindigde toen het eigenlijk al weer de volgende dag was, had ik vanochtend ook niet bepaald zin om vroeg uit bed te gaan. Ik geloof dat de wekker me wel vijf keer het bed uit had willen rukken, ach, had het maar geen wekker moeten worden. Toen ik me er dan uiteindelijk uit kon slepen, had ik nog maar twee uurtjes voordat ik verwacht werd om mijn nieuwe, geweldige, leuke, stoere, gave, CHINESE, boeken op te halen. En met een uurtje zoekwerk naar de spullen, een halve kledingcrisis, en de verplichte ochtendgymnastiek ging ik dus redelijk halsoverkop naar het centrum van mijn wereldstad.
Toen ik de boeken had, en deze zomaar in een kluisje had gestopt gezien een heel slim meisje met dat idee kwam, besloot ik ook nog eens zomaar te gaan eten. Ik had niet ontbeten. Ten eerste had ik daar de tijd niet voor, ten tweede het geld niet, en tot slot had ik überhaupt geen eten in huis. Toen ik besloot een terrasje te pikken, figuurlijk gesproken, werd ik gebeld door een studiegenoot. Haar woordelijke vraag? "Cindy! Ik zit hier met een vriend op een terrasje te chillen, kom je ons joinen?" Waarop ik natuurlijk geen nee kon zeggen, gezien het een schat is.
Nadat ik met wat studiegenoten heb gegeten, werd het dan eindelijk tijd om een nieuwe dimensie aan het studentenleven te geven. Eentje die vele studenten bijna zouden vergeten, en geheel onbelangrijk is. Namelijk... Colleges volgen!
Ja, dat klopt, vandaag had ik mijn allereerste, supergave, coole, vette, waar ik al twee jaar op heb zitten wachten, SAAIE college. Alleen als ik er al aan terug denk vraag ik me af waarom ik in vredesnaam niet in bed ben blijven liggen toen de wekker voor de zesde keer afging. Maar goed. Toch het college uitgezeten, waarbij zelfs een uur na tijd nog iemand binnen durfde te komen, ik zelf zou niet eens meer op de deur durven te kloppen, om vervolgens ALWEER een rondleiding te krijgen. Zijn ze bang dat we verdwalen ofzo? En ja! De weg van mijn faculteit naar de bibliotheek is lastig! En nee, ik wéét dat het maar één straatje uitlopen is, en minder dan 300 meter moet zijn van elkaar. En NEE, ik ben niet achterlijk waardoor ik vanochtend voor de derde keer verdwaalde van de bibliotheek naar de faculteit. Ik bedoel maar, ik heb ook een VWO diploma op zak! Al hoeft dat volgens mijn zusje niet veel te zeggen, maar dat laten we maar buiten beschouwing.
Na de rondleiding moest ik een rok kopen. Gezien ik zomaar dat ding gisteren had gekocht, maar geen zin had om het te passen, kwam ik er thuis achter dat het rotding te klein was. Dus, zo zei ik tegen studiegenoten, zou ik wel even mijn rokje ruilen.
Nee hoor, ik ben nu lekker anticlimax. Ik heb inderdaad even mijn rokje geruild, ik was binnen vijf minuten weer helemaal klaar om naar de McDonalds te gaan. Helaas veranderden we opeens van gedachte en gingen we naar de Subway. Alhoewel... Helaas? Het is natuurlijk stuk gezonder en ook lekkerder.
Het begrip zomaar heeft pas echt een nieuwe betekenis gekregen als ik het associeer met koken. Staand bij de goedkopere en slechtere versie van de AH liep ik langs de rekken, op zoek naar iets eetbaars. Om te komen bij een schnitzel achtig iets en wat krieltjes. Champignons erbij, en mijn maaltijd was weer volledig.
Thuisgekomen kwam ik erachter dat ik gelukkig nog wel groenten had, waardoor ik dus in de supermarkt goed had gegokt. Ik had nog niet echt trek, met dank aan de Subway. Dus ging ik maar even zomaar mijn huistaak doen. Die voor deze week uit vuilnis bestond. Waarop mijn vader grappig probeerde te zijn door te zeggen: "Betalen we je nou zoveel geld zodat je vuilnisman kan worden?"
Ook eenmaal op de sociëteit, SSR HOOG! werden mijn plannen falikant in het water gegooid. Nee dat is geen uitdrukking, nee falikant is vast niet goed geschreven. Maar hé, ik ben nu officieel studente, ik heb zelfs al colleges gehad, dus ik heb tijdgebrek, en nog belangrijker slaapgebrek. Twaalf uur naar huis was opeens half twee naar huis, waardoor ik nu half dood in bed lig. En nu dus ook zeer hopelijk zomaar in slaap ga vallen.
maandag 3 augustus 2009
Gebrouilleerd
gebrouilleerd = in onmin
Er zijn momenten in het leven dat belangrijke dingen gebrouileerd worden. Ze zijn niet honderd procent goed, zeker niet op dat moment. De timing is slecht, onjuist. Soms, heel soms, wordt er geleerd die punten, en soms zelfs die personen, wel te leren aanvaarden.
Wanneer je op jezelf woont bijvoorbeeld. Vandaag werd ik vroeg wakker, met zenuwen al half in mijn lichaam. Ik kan hoog of laag springen, maar stiekem vind ik het best wel een beetje spannend allemaal. Dat idee werd direct uit mijn lijf gepompt toen ik lekker op MSN met een meisje die ik al een hele tijd niet gesproken heb, ging roddelen. Cam aan, en hopla, gaan met die banaan. Was erg gezellig. Daarna moesten we naar It's. Niet om iets te kopen, ben je gek. Afdingen, afdingen en nog eens afdingen. In deze tijd wil iedereen verkopen, dus ben je idioot om niet af te dingen.
Wat ik moest hebben?
Een tv, een magnetron, en een koelkast. Ik zag het gezicht van verkoper al van 'shit, ik moet werken, en dat voor dat uurloontje,' veranderen naar 'yes, ik heb een potentiële geldbrengende klant die voor promotie kan zorgen' toen ik dat vertelde. Mijn gezicht veranderde van 'ik heb al veel te veel uitgegeven, moet ik dat nu wel al doen?' naar 'yes, hij wil duidelijk verkopen, die honderd euro ding ik wel af' en uiteindelijk naar 'shit'. Hij kon niets voor ons doen. Ook mijn moeders charmekunstjes hielpen niet. Niet dat dat veel zegt, als je een versierende aap naast haar neer zet zullen mensen zich afvragen wie wie na doet. Maar niet zeggen tegen mijn alle lieve moeder hoor...
Daarna was het tijd om te eten, ik probeerde mijn eten nog te verdedigen. Mijn moeder had gezegd dat ik al het vlees dat overbleef mee mocht nemen naar het klooster. Daar ze vlees bakte die we zaterdag van de barbecue over hadden gehouden, zat ik dus al verlekkerd te kijken naar de karbonades, kippenpoten, satéstokjes, spareribs en balletjes. Maar helaas bleven er enkel een handjevol kippenpoten over. Ach, moet kunnen, daar kan ik makelijk van eten. Hopelijk.
Toen was het tijd om... jawel, naar het klooster te gaan! En dit was anders dan de andere keren, dit keer zou ik niet in de auto terug zitten.
Ja, dat is juist, ik typ deze blog nu vanuit mijn kloosterkamer. Ik heb net mijn eerste douche in het klooster gehad. Hoor huisgenoten hun deuren dichtklappen, schrik zelf haast op als ik een deur iets te hard dichtdoe, en heb zojuist de televisie goed ingesteld. Verder is het hier een zooi, en dat terwijl ik drie kratten leeg heb geruimd, en mijn bureau heb gezocht (lees: alle rotzooi op mijn bureaublad weggezet, zodat het bureau weer zichtbaar is). Nu lig ik in kids playground (zo noemt mijn vader mijn bed, gezien het een tweepersoonsbed is), naar mijn nieuwe tv te kijken hoe dom mannen zijn. Mannenavond op MTV, moet je van houden...
Ik word me nu al wél bewust, en dat na maar enkele secondes, minuten, of uren, hoe je het ook wil noemen, in mijn kloosterkamer, dat ik mijn ouders soms heb gebrouilleerd. Zaken die zij doen en deden leken altijd zo klein, mijn taak was veel groter! De tafel afruimen, de tafel dekken, de vaatwasser leeg- en inruimen. Man, dat was een dagtaak! Ook kom ik er achter hoeveel waarde ik aan spullen hechtte. Thuis keek ik niet op of om als er iets op de vloer viel, hier zit ik met mijn vingers direct op het laminaat om te kijken of het gekrast is. Tijdens het boodschappen doen met mijn moeder lette ik zelfs op de prijs, waarop mijn moeder zei: "Ik wou dat je veel eerder was verhuisd."
Misschien is dat ook wel zo. Misschien? Zeer waarschijnlijk. Ja, ik ben volwassener geworden, ja, ik houd meer erg in dingen nu ik zo dicht tegen het op mezelf wonen aan zit. Ja, ik ga vroeg uit bed, zodat ik niet in een ellenlange rij zit morgen. Weltrusten vanuit het klooster!
zondag 2 augustus 2009
Lommerrijk
lommerrijk = schaduwrijk; bladerrijk
Plato beweerde ooit dat wij, de mensheid, het leven, in een grot woonden. Wij zijn onwetend, zien de schaduwen in de grot aan voor de enige werkelijkheid. Wij leven in een lommerrijk, niet wetend dat de echte wereld zich daarbuiten bevindt.
Soms, als ik me echt nutteloos voel, of me buitengewoon verveel, vraag ik me af of Plato met zijn lommerrijk gelijk had. Wat als wat wij als werkelijkheid zien niet echt is? Of dat er buiten ons nog intelligentere wezens bestaan? Dat wij, de aarde, slechts een gedeelte van iets groters is? Zoals een mierennest voor ons maar ieniemienie is, maar voor die mieren de hele wereld. Kunnen en mogen wij onze waarnemingen wel vertrouwen? Stellen wij ons niet buitengewoon veel voor?
Zoals vandaag. Ik heb voor het eerst van mijn leven een bijsluiter gelezen. Daar stonden allerlei enge ziektes in, en symptomen die op die ziektes kunnen wijzen. Wat was de uitslag daarvan? Ik heb me de hele dag ingebeeld die symptomen te voelen. Of heb ik ze niet ingebeeld en waren ze wel werkelijk waar?
Of onze gedachtes, idealen en natuurlijke toestand wat ontwikkeling betreft nou wel of niet in een grot geketend zit, opgesloten in een lommerrijk, wat slechts de werkelijkheid weerspiegeld op de muren aan de hand van een schaduw, voor mij begon de dag gewoon om elf uur. Zoals in de vakantie de dag altijd om elf uur begint. Eten, drinken, douchen, tanden poetsen, en hopla, het was al weer twaalf uur. Hoefde ik nog maar drie uur te overbruggen, gezien ik om vijf uur op mijn werk moest zijn, er een uur over doe om te eten en voor te bereiden, en dat uur daar weer voor nog een uurtje mijn oogjes dicht doe. Die drie uur. Wat moest ik er mee? Ik wilde niet denken aan dat stomme lommerrijk, en wilde mijn waarnemingen in mijn lijf verstommen, zodat ik niet zou denken aan die enge ziektes uit de bijsluiter. Het medicijn tegen waanbeelden?
Gossip Girl.
Uiteraard.
Niets bevredigender dan sexy Ed in zijn rol als nog sexier Chuck Bass. Good cop Serena coöpereert met Bass cop Chuck om de erinye haarzelf, Blair Waldorf, weer op het rechte pad te krijgen. Voor hen die mijn passie voor Griekse mythen niet deelt, en niet de naam Blair Waldorf kent, Erinyen zijn Griekse wraakgodinnen.
Over goden gesproken. Wellicht is dat een symptoom van het lommerrijk. Misschien weten wij, als mensen geketend in een grot, stiekem wel dat onze waarnemingen slechts schaduwen zijn van de werkelijkheid, en geloven er daarom mensen in de alwetende macht. Wellicht willen wij uit onze nietszeggendheid ontsnappen, de ketens van de grot afdoen, en naar het licht stappen.
Hmm, ik werd even weer afgeleid, terug naar mijn saaie, grotloze dag.
Na lekker depressief op het werk te zijn, gewoon omdat ik zin had om depressief te zijn, vanwege mijn onbetrouwbare zintuigen, kon ik me natuurlijk enkel verwennen met behulp van chocolade. Want: When you are having a Magnum, nothing else matters. Om vervolgens het idee dat het me dikker maakt er weer af te spoelen door een warme douche.
Ach, misschien zit ik wel opgesloten in een grot, en is alles wat ik zie wel een lommerrijk. Maar zolang ik die grot op mijn duimpje ken, en me er thuis in voel, maakt het weinig uit waar, of wie, ik ben. Toch?
zaterdag 1 augustus 2009
Xuésheng
xuésheng = student
Studenten zijn er in alle maten, het zijn net mieren. Studenten die graag studeren, studenten die studeren omdat het van vader en moeder moet, en studenten die studeren om het studentenleven te beleven. Welke student ik ben? Daar moet ik je het antwoord nog even over schuldig blijven. Maar over een maand zal ik het je vertellen.
Ja, de vakantie is over de helft. Over twee weken beginnen zelfs de eerste basisscholen al. Het wordt tijd om schoolspullen te kopen.
Maar niet op een zaterdag. Nooit op een zaterdag. De zaterdag is, net als de zondag, een dag om te rusten. Twee dagen die niet gebruikt worden om te werken. Rusten is iets wat ik als de beste kan. Daarom was vandaag wellicht een klein beetje saai.
Buiten het feit dat ik pas om elf uur mezelf uit mijn bed sleepte, vond ik me de rest van de halve dag ook in bed. Op de laptop. Mijn laptop staat namelijk tegenwoordig op een krukje, naast mijn bed. Wat wil je anders, als je bureau een paar kilometer verder staat in een klooster? Vandaag was ook de perfecte gelegenheid om de liedjes van Ciske de Rat uit het hoofd te leren, hoe komt het toch dat ik songteksten altijd sneller ken dan wanneer ik woordjes moet stampen? En uiteraard leende deze zeer zonnige, warme dag, zich uitstekend om nog wat spullen in te pakken. Ik ben namelijk altijd binnen. Weer of geen weer. Met geen weer is mijn argument dat het te slecht weer is om naar buiten te gaan. Met weer is mijn argument dat de zonnestralen slecht is voor de huid. Niets voor niets stond er in het nieuws dat zonnebanken de kans op huidkanker met 75 (!) procent verhoogd. De zon zelf is dan wel wat minder gevaarlijk dan een zonnebank, het blijft risicovol.
Nu was het dan weer wel het geval dat het mooie weer voor een barbecue bij ons in de achtertuin heeft gezorgd. Met grootouders en al erbij. Nee, niet voor op de barbecue, maar voor als visite, meeëters met andere woorden. Helaas moest ik werken, dus kreeg ik een privébarbecue. Waarschijnlijk, zo zei ik, de laatste keer dat ik bediend werd door mijn ouders. Vanaf maandag ga ik namelijk in het klooster wonen...
Op mijn werk was het weer behoorlijk niet druk. Volgens één van de dochters van de baas is dit het slechtste kwartaal dat zij in veertien jaar hebben gehad. Ik geloof ze graag. Nog nooit ben ik zo vaak eerder thuis geweest. Ook vandaag was ik eerder thuis, wat er weer voor zorgde dat ik mijn grootouders nog even zag.
Ach, nog even en dan ben ik een student. Dan is dit leven wat ik nu lijd een ver van mijn bed show. Letterlijk, want het is anderhalf uur reizen van het klooster naar mijn ouderlijk huis.
Fussilade
fussilade = geweervuur
Soms, as je geluk hebt, lijkt het asof je midden in een fussilade verkeerd. En ja, ik weet dat het als is, maar as ik eenmaal een dialect vaak hoor, begin ik het self ook soms te praten. Het lot lijkt vanaf alle kanten op te springen, schreeuwend dat er te veel geluk is en dat het tij moet keren. Zoals Suus so mooi segt: Of komt er straf, omdat teveel geluk en voorspoed er eens vandoor moet. Wanneer wendt het geluk sich van mij af?
De reden dat ik drie dagen, wow, ik ben echt een barbaar en ik kan echt niets bijhouden, seg het voort, seg het voort!, niet heb geblogd, heeft alles met deze quote, de rare woorden (as en seg) te maken. En het valt met drie woorden te bevangen. Ciske de Rat.
De afgelopen twee nachten heeft een vriendin namelijk bij mij geslapen. Met als hoofdreden dat we woensdag naar de musical Ciske de Rat zouden gaan. Het zou dan voor mij de eerste keer zijn, en voor haar de tweede keer.
Het was zeker leuk, toen de fussilade klonken schrok ik me dan wel dood (waarom schrikt men zich toch altijd nog dood, ondanks dat men het verwachtte?) en ik kreeg een traantje in mijn ogen toen Ciske zijn moeder vermoordde, maar verder was het de meest pakkende musical die ik ooit heb gezien. En het was helemaal niet vervelend dat ik met mijn vriendin nog naar de artiestenuitgang ben gegaan en daar Jorge Verkroost om een handtekening heb gevraagd. Al voelde ik me op dat moment wel een gestoorde, gefreakte en bovenal idiote fan. Het feit dat wij twee de enige waren maakte het net nog ietsjes gênanter. Maar Jorge was zeer aardig, evenals de andere artiesten die naar buiten kwamen.
Toen begon de fussilade. Niet alleen was ik gisteren veel te moe om nog te bloggen, vind je het gek als je twee nachten achter elkaar amper hebt geslapen en beide dagen voor negen uur klaar moet zijn om weg te gaan?, ook vandaag heeft zo zijn sporen achter gelaten.
Onder het mom van: Hoe eerder hoe beter, ben ik vandaag weer eens naar mijn kamer gegaan. Maar natuurlijk ging het me minder om de overgang te vermakkelijken, en meer om weer even eraan herinnert te worden dat ik toch echt het huis uit ga. De auto stond helemaal vol, ik vraag me altijd af waarom ik niet meer dan twee koffers mee mag nemen als we op vakantie gaan, terwijl er bij het verhuizen twee maal zoveel de auto in gaat als wanneer wij op vakantie gaan. Mijn moeder wilde heel graag schoonmaken, en ik ben er nu niet bepaald het type naar om daar over te gaan protesteren. Dat was de reden van mijn moeder met me mee te gaan.
Afijn, ik begon met het uitladen van de auto, het inruimen van mijn kamer, en ergens tussen de computer weer leefbaar te krijgen, en daardoor mijn hart ook leefbaarder, ik kan serieus niet lang zonder pc, wat best triest is, gezien ik óók nog een laptop heb, en mijn jurken in de kast ophangen, werd er gebeld. Ik nam op, zoals altijd, want mijn moeder is geloof ik een beetje mobieltjeslectisch. In plaats van dyslectisch... Mijn zusje. Ze vroeg heel kalm, en irritant zoals ze altijd doet, of ze mama kon spreken. Ik gaf de telefoon door, soms voelde ik me net een telefoniste. Verder de jurken ophangen, tja, daarom wilde ik nu een driedeurskast, omdat ik kleren heb. Veel kleren.
Begon het gezicht van mijn moeder opeens te betrekken, haar stem zenuwachtig te doen en kwamen er woorden uit haar mond als: "Ben je aangereden? Lieverd, ik zit nu een uur van je vandaan! Mag ik de alarmbroeder even?"
Zelfs ik, die mijn zusje niet bepaald heel erg mag, schrok. Behoorlijk. Maar het eerste wat ik wel dacht was: Pa bellen! (of beter gesegd, op sijn Amsterdams, Vader bellen!)
Mijn vader aan de lijn, en de ambulancebroeder aan mijn moeders lijn, was het snel geregeld. Pa zou naar haar toe gaan, wij zouden de auto nog even helemaal leeg ruimen en zouden dan hopelijk over twee, drie uur thuis zijn.
Thuis gekomen opende mijn zusje haar fussilade weer op me, met als kogels irritante opmerkingen. Het werd al snel duidelijk dat ze zichzelf was. Niet dat mij dat veel hielp, maar ik was wel blij. Die blijheid verdween al een beetje toen ze zei dat ze mijn fiets had gebruikt, en dat ik vanavond maar met haar fietsje naar het restaurant moest. Ja, met nadruk op fietsje.
Ik wist dat mijn zusje klein was, maar toen mijn knieën op de trappers zaten en het werk van mijn voeten overnamen, snapte ik pas hoe klein ze écht is. Jemig, wat is haar fiets ieniemienie vergeleken met de mijne. En dat voor een vijftienjarige. Hm, dat is misschien niet helemaal eerlijk, mijn zusje is wel een chinese vijftienjarige, en chinezen schijnen meestal kleiner te zijn dan westerlingen.
Ach, na al die tegenslagen en die oorverdovende fussilade, was een dubbele aflevering van Lost, met nog meer fussilade, precies wat ik nodig had. Want hoe ik het wend of keer, het ongeluk van mijn zusje heeft me wel weer laten weten dat zij van waarde voor mij is. En zoals Suus zegt: Alles van waarde is zo teer, en dus besef ik meer en meer, straks breekt het stuk.
dinsdag 28 juli 2009
Jiĕ
jiĕ = oudere zus
We weten allemaal dat het soms lastig is om een zusje te hebben. Maar soms is het even zo lastig om een oudere zus te zijn. Zeker als de ouders bedenken dat de oudste wel in het huishouden kan bijspringen, terwijl de jongste jong gehouden wordt.
Ik verdedig hierbij niet de oudste, en ik val ook de jongste niet aan. Elke positie heeft zo zijn voor als nadelen. Het is één van mijn favoriete uitspraken, en tegelijkertijd erger ik me er enorm aan; Elk voordeel HEB zijn nadeel, en elk nadeel HEB zijn voordeel.
Misschien komt het dan nu niet gek over als ik vertel dat deze baaldag alles was wat een baaldag niet hoort te zijn. Hoewel ik dan wel pas om elf uur uit bed kwam, maar ik ben inmiddels niets anders meer gewend, en tot een uur of één heerlijk in de tuin heb gezeten met mijn laptop, werd ik vanaf twee uur aan het werk gezet. Dat houdt in dat ik vrijwillig mee ben gegaan naar de markt. Inkopen doen, gruwelijk lelijke witte badjas met felgroene strepen teruggebracht (nee, die heb ik niet uitgekozen, mijn moeder haalde het in haar grijze hoofd dat ik dat misschien wel leuk zou vinden), om verder te gaan naar de Leen Bakker om spullen terug te brengen. Er was ons namelijk gezegd dat we bij mijn kledingkast apart de planken moesten bestellen. Maar, die rotplanken zaten er dus bij, en nu hadden we er twee paar. Nu ben ik altijd in voor extra ruimte, maar planken scheppen geen extra ruimte, ze nemen alleen onnodig ruimte in beslag als er te veel van zijn. Gelukkig werkt er een bekende bij de Leen Bakker, want we waren eigenlijk te laat om nog te kunnen retourneren. Van de Leen Bakker weer naar de Albert Heijn. Het ironische is dat de AH op steenworpafstand van de markt staat, terwijl voor de Leen Bakker eerst nog even over de snelweg gereden moet worden. Het argument van mijn moeder? Anders ligt het vlees zo lang in de auto! Het is niet bij haar opgekomen dat we eerst het vlees naar huis hadden kunnen brengen, waar we zo'n beetje langs rijden als we van de markt naar de Leen Bakker gaan...
Thuis gekomen kon ik eindelijk weer doen wat ik het liefst doe, nutteloos op internet rondklikken. Nu ja, nutteloos? Het is heel nuttig om te weten dat parkeren bij het Fortis Circus Theater nog geen 12 euro kost. Zeker omdat we er overmorgen heen gaan. Het is ook heel nuttig om te weten dat de bus morgen om half twaalf vertrekt, ik moet een vriendin van het station afhalen. Dus zo nutteloos internet ik helemaal niet hoor, pa! Mijn pa begon namelijk te zeuren dat ik veel te lang op de laptop heb gezeten. Maar voor mij is vier uurtjes met een kleine onderbreking van een uur om te eten, helemaal niet lang. Puh.
Toen alle pottenkijkers weg waren, mijn vader naar zijn nest en mijn moeder naar haar andere nest, maar dan in de vorm van arbeid, kon ik datgene doen wat ik het liefste doe. Schoonmaken! Ik houd van schoonmaken, het heeft zo'n ontspannende werking, en het is zo heerlijk om te zien hoe alles weer lekker schoon wordt.
Grapje.
Ik haat schoonmaken.
Ik deed het alleen onder dwang van mijn moeder.
Bij wijze van.
Maar goed. De toiletpot is weer van restjes bevrijd, de badkamer zo goed als schoon, en de prullenbak in de badkamer stinkt ook niet meer. Dat alles binnen twee uur! Goed hè. Wie zegt dat het lastig is om een oudere zus te zijn?
De sarcasme, de sarcasme, de sarcasme. Maar verder gaat alles goed hier hoor, ik baal er gewoon van dat ik geen baaldag heb kunnen houden...
maandag 27 juli 2009
Thaumaturg
thaumaturg = wonderdoener
Vandaag heb ik aan een klant in het restaurant beweert dat ik een thaumaturg ben. Ik heb gezegd dat ik het weer kan beïnvloeden.
Natuurlijk ben ik geen thaumaturg. Maar soms, op bepaalde dagen, zou ik willen dat ik er wel een was. Dan kon ik het laten regenen als ik dat wilde, de temperatuur bepalen, mensen genezen die ik vind dat ze dat verdienen, en, en dit is de belangrijkste, bepalen wanneer het geschikt komt.
De natuur heeft het namelijk nodig vrouwen er af en toe aan te herinneren dat ze dragers zijn. Wellicht is het mijn eigen schuld. Moet ik maar niet twee blogs achter elkaar maken die over kinderen gaat. Maar om me dan meteen te straffen, gaat wel ver.
Vanwege de maandelijkse pijntjes heb ik vandaag dan ook een baaldag gehouden. Het is niet zo dat ik elke maand zo'n baaldag houd, want meestal heb ik daar niet eens tijd voor. Werk, school, vrienden, vakanties, dat gaat allemaal voor. Maar op zo'n dag als deze, met niets te doen, en enkel het lichtpuntje van werk aan de donkere, saaie tunnel, is perfect geschikt voor een baaldag. Ik sleepte mezelf om elf uur uit bed, at wat, ging douchen, ook al had ik dat gisteravond nog gedaan en ben achter de laptop gekropen, om er niet meer af te komen voordat het tijd was om eten klaar te maken. Mijn sociale contacten op zowel MSN als hyves bijhouden, ging gepaard met een liggende houding. Het grappige is dat zoiets nutteloos niet nutteloos overkomt als ik mezelf van te voren zeg dat ik het verdien.
Om vier uur heb ik me uit mijn bed gesleept, om de wokpan te pakken en er wat kip in te gooien, met wat roerbakgroente. Het schijnt het typische studenteneten te zijn, dus ik oefende alvast en heb het helemaal zelf klaar gemaakt. Met wat aanwijzingen van mijn moeder, uiteraard. Maar die zat achter haar laptop aan de eettafel. Ja, wij gebruiken de eettafel NOOIT als eettafel. Eigenlijk werd het vroeger altijd als decoratie tafel gebruikt, waar planten op konden staan, kranten konden liggen en een fruitschaal zonder fruit kon staan. Ik gebruikte de eettafel soms als bureautafel, om mijn laptop neer te zetten. Sinds mijn moeder een laptop heeft, echter, staat de eettafel dus voor een kwart vol met die enorme laptop. En ja, ik heb geprobeerd de hare in te nemen, maar helaas, ik moest het doen met mijn eigen laptop. Nu ja, het is precies van hetzelfde merk. Alleen dan kleiner. En lengte doet er niet aan toe, toch?
Op mijn werk hoorde ik wat ik wilde horen. Eén van de dochters van mijn baas had ook het teken van de natuur gekregen voorlopig nog geen moeder te worden. Daar kwam ik achter toen ik verbijsterd vroeg waarom ze chocolade at. Ze zei dat dat wel één keer in de maand mocht, vooral vandaag. Ze zei er ook bij dat vrouwen in die periode van de maand veel meer kunnen eten zonder er snel dikker van te worden. Dat had ze in één of ander blad gelezen.
Na dit groene signaal kon ik het dus niet laten mijn baaldag uit te breiden. Toen ik eindelijk klaar was met werk (alweer een uur eerder dan normaal!) vloog ik dus naar huis, om daar eerst een kwartier gezellig te roddelen met een vriendin over de telefoon, en vervolgens mijn laptop op de eettafel die geen eettafel is te zetten. Toen mijn vader te bed ging, en mijn moeder naar haar werk, heb ik het ijs tevoorschijn gehaald. Eerst een magnum. Volgens de reclame zou ik dan alles om me heen vergeten. Wel, ik zag inderdaad het ruimteschip niet, of een kledingwinkel die op het hele assortiment 99 procent korting gaf. Maar ik zag wel mijn beeldscherm nog, en mijn zeurende puberzusje. Hmm, misschien is die reclame toch niet helemaal waar. Daarna kwam er nog een cornetto aan te pas, wat salade, en zelfs snoep. Ach, ik heb toch al gevoelige tanden, wat maakt dat beetje extra suiker dan ook uit? Natuurlijk smaakt eten niet zonder naar iets te kijken. Dus zette ik vier afleveringen van Lost aan. Illigaal, natuurlijk, lekker op internet zien hoe Walt door 'The Others" aan het begin van seizoen twee wordt meegenomen.
Ik heb al besloten morgen weer een baaldag te houden. Morgen kan dat extra goed, gezien ik dan helemaal nergens heen hoef. Ik hoef dan niet van klanten aan te horen dat ik een thaumaturg was. Dit naar aanleiding van het feit dat ik blijkbaar precies in de juiste week naar Barcelona ben geweest. Een week later, en ik zou in Spanje slecht weer hebben gehad. De week dat ik ben geweest was het heerlijk weer, maar was het in Nederland slecht weer. Terwijl de afgelopen week het in Nederland best lekker was. Ik heb het dus precies zo gepland dat ik twee weken mooi weer had, en dat vond die klant toeval en lekker voor me. Waarop ik natuurlijk zei dat het helemaal geen toeval was, omdat ik daar voor had gezorgd. Ik heb gewoon het weer beïnvloed. Of ik ervoor kon zorgen dat het weer volgende week mooi was in Frankrijk? Natuurlijk kon ik dat, laat dat maar aan mij over. Ik ben niet voor niets een thaumaturg!
zondag 26 juli 2009
Zhàopiàn
zhàopiàn = baby foto's
Mensen hebben herinneringen nodig, zodat ze soms terug kunnen kijken op hun leven. Op die manier kunnen ze beter inzien wat ze hebben bereikt, waar ze heen willen, wat ze achter hen hebben gelaten. Nostalgie met een vleugje egoïsme. Een goede vorm van egoïsme, het soort van denken aan jezelf. Als iedereen aan zichzelf denkt, wordt er immers aan iedereen gedacht. En af en toe wordt er zo ver teruggekeken naar waar het allemaal begon. Naar de baby foto's.
Uiteraard zijn er van mij geen baby foto's. Dat deel van mijn leven is totaal verloren gegaan qua bewaring. Geen foto's van de bevalling, geen herinneringen of filmpjes van de eerste stap. Maakt mij dat minder compleet? Misschien. Maakt mij dat zielig? Absoluut niet.
Het zal een leugen zijn als ik nu zeg dat ik niet nostalgisch ben. Als ik zelf ooit kinderen zou krijgen, zou ik vanaf het begin een dagboekje bijhouden, die het kind in kwestie later krijgt. Het feit dat ik dagelijks blog is al een bewijs van mijn nostalgie. Maar ik laat ook los. Zo laat ik een huis waar ik zestien jaar gewoond heb redelijk met gemak los.
Vandaag ben ik heerlijk in mijn kamer bezig geweest. Ik houd ervan het langzaam te zien groeien tot een leefbare ruimte. Het was een grote klus om de kledingkast, driedeurs (!) met één spiegeldeur (!), in elkaar te zetten, en ik heb gevloekt toen bij het schuiven van mijn bed ik scheef ging, en één punt IN de muur schoof. Niet dat de punt er bij mijn buurman weer uit kwam, maar het behang was wel beschadigd en er kwam een beetje gips vanaf. Gelukkig kon ik er voor zorgen dat er weinig van te zien was, door het bed er klem tegen aan te schuiven. Maar zodra ik een beetje behanglijmsel kan bemachtigen, zal ik dat weer plakken, want dit is geen gezicht.
Het was ook heerlijk mijn bureau in elkaar te zetten. Nu hebben we eindelijk genoeg tafelruimte om spullen op neer te zetten. En de lamp ophangen was ook een feestje, dat maakt het toch, ja, minder kaal. Gezelliger...
We hebben er wel gewoon vier uur werk aan gehad. Dat was dan wat minder. Die kast, die megakast, waar hopelijk (!) al mijn kleren in gaan passen, was echt wel meer werk dan ik had verwacht. Mijn vader niet, die had het verwacht. Al met al waren we weer om half vier thuis. Toen kon ik het niet laten een siësta te houden, dat krijg je ervan als je een week naar Spanje bent geweest, om vervolgens vrolijk naar het restaurant te hollen. Waar ik het vandaan haalde weet ik niet, maar ik was echt vrolijk. Nu ja, meer opgewekt. Ik had een permanente glimlach op mijn gezicht, en was zelfs op het laatst niet moe. Misschien dat dat komt omdat ik een uurtje eerder weg werd gestuurd, wegens te weinig klanten.
Thuis gekomen heb ik heerlijk gezondigd. Ben en Jerry's ijs, hmm. Chocolade slecht voor je huid? Ach wat, puisten verdwijnen. Dat is het niet waard om het NIET te eten. Thee erbij, heerlijk warm en koud door elkaar eten en drinken. Bestaat er iets beters op deze wereld? O ja, natuurlijk, bloggen. Want ik kan het ontkennen tot ik groen zie, maar ik vind het heerlijk om te bloggen, het is een goede dagsluiting. Of opening, zoals de blog van gisteren. Hehe.
zaterdag 25 juli 2009
Schelm
schelm = deugniet
Toen mijn ouders mij uit China kwamen halen, filmde mijn vader dit. Niet met digitale camera, kom op, dat is zó eenëntwintigste eeuw. Nee, met een bandje, die hij dan kon omdraaien als deze vol zat. Een jaar terug hebben wij, mijn vader en ik, van deze beelden een filmpje gemaakt. Met als titel, jawel, Zhu Hong wordt Cindy. Als ik die vertederende beelden zie, van mezelf als rondwaggelende schelm, kan ik haast niet geloven dat dat pas zestien jaar geleden is. Ik heb het gevoel dat ik er al een heel leven op heb zitten. Net zoals ik niet kan geloven dat het pas zes jaar geleden is dat wij onze eerste dvd speler kochten, en die een jaar lang slechts sporadisch gebruikt hebben. Er werden nog volop video’s gedraaid.
De tijd gaat voort, en zo ook de techniek. Vandaag zijn twee gebeurtenissen daar tekenend voor.
Wat de eerste betreft, na lange tijd, twee weken, ben ik eindelijk weer op mijn kamer geweest.
Het bed was eindelijk opgemaakt, en ik moet zeggen dat ik het stiekem heel erg mooi vind. We hebben het bureau uit mijn oude kamer in mijn kloosterkamer gepropt. Met gepropt bedoel ik ook letterlijk gepropt. Jemig, je moet verhuizen, dan pas zie je in hoeveel zooi je eigenlijk hebt. Ik krijg koudwatervrees als ik zie hoe vol mijn kamer zit. Angstig dat niet alles er in gaat passen.
Het scheen heel stil te zijn in het Klooster op mijn afdeling. Maar op het laatste moment kwam er een huisgenoot uit de douche (wel aangekleed hoor!). Helaas was ik zijn naam vergeten. Het was ook pas de eerste keer dat ik hem weer zag na mijn hospiteeravond. Niet goed zijn in namen onthouden plus mijn best doen om de kamer te bemachtigen, geeft de naam totaal vergeten zijn. Maar dat betekent niet dat ik hem niet aan kon spreken. Dus zei ik hoi. Nee, ik zei niet hey daar huisgenoot van me waarvan ik de naam alweer vergeten ben. Terwijl ik met Tim praatte (laten we mijn naamloze huisgenoot voor het gemak een naam geven) vroeg ik direct even of hij wist waar het sleuteltje was die nodig is om de post te pakken. Tim zei dat iemand hem had meegenomen. Laat nu net al mijn huisgenoten behalve hij op vakantie zijn. Hij zei ook dat hij daar zelf ook pas gisteren achterkwam.
Geen goed nieuws. Ik verwachtte eigenlijk een brief van de universiteit. Maar goed, dan maar wachten totdat degene met het sleuteltje terug is.
Op de terugreis vanuit mijn kamer zijn mijn moeder en ik nog even bij Ikea geweest. Daar heb ik een veels te dure sprei na een veels te lange wachtrij geretouneerd. Voor het geld van de sprei heb ik een badjas gekocht na veels te lang in de rij voor de kassa te hebben gestaan. Ik weet namelijk van mezelf dat ik eerst een half uur voor de kast sta, voordat ik iets aantrek. En dan kan ik dus straks niet meer vanuit de douche met enkel een zwart hemd aan doen. Ik was niet voor niets blij dat Tim wel kleren aan had toen hij uit de douche kawm.
Na Ikea was mijn marteling nog niet over. Goed, ik heb gisteren al toegegeven dat ik shopverslaafde ben. Maar dat shoppen gaat dan over kleding, en voornamelijk kleding met te gekke kortingen. Niet over de dagelijkse, in ons geval wekelijkse, boodschappen. Maar om mijn moeder te helpen ben ik toch vrijwillig (!) meegegaan.
Eindelijk mocht ik weer werken. Tijdens het werken merkte ik dat ik dat het meest had gemist die dagen dat ik in Barcelona zat. Het leek een eeuwigheid geleden dat ik in het restaurantje heb rondgeparadeerd. Glimlachend naar schelms zoals ik er vroeger één was. Goh, het moederinstinct slaat bij mij wel vroeg toe, niet?
Na het werk was een dubbele aflevering van Lost precies wat ik nodig had. Noem me gestoord, maar die Ben geeft me de kriebels. Zelfs, of juist vooral, zijn jongere versie.
Bij het maken van deze blog, of eerlijk gezegd dáárvoor, stuitte ik op de tweede. Vooruitgaande techniek. Ja, het is geweldig dat internet niet meer iets onmogelijk is, wat enkel rijke of computergekken hebben. Dat ik niet meer juich als de downloadsnelheid 15 mb per uur is, of dat de computer niet meer een zelfingebouwde teller heeft staan, die precies bijhoudt hoeveel mb welke bewoner heeft gebruikt. Ik kan me tijden herinneren dat mijn vader me dus mooi voor mijn gebruikte hoeveelheid liet betalen. Volgens mij kreeg ik een maximum, en elke kilobyte die daar boven ging, moest ik dokken.
Maar, internet mag dan wel groter en beter geworden zijn, toch is het nog niet briljant. Zeker niet toen ik er dus zo’n beetje NET achterkwam dat onze eruit ligt. Ik heb geen internet. En dat is niet de eerste keer. Nu wil ik ook weer niet beweren dat ik nooit internet heb, goh, dat was één van mijn verslavingen. Maar sporadisch weet ons draadloos internet het altijd te begeven. Omdat ik redelijk zeker was dat morgenochtend het internet het weer zou doen, heb ik toch deze blog geschreven.
Ik kan nu moeilijk afsluiten met: Nog eventjes geduld dus, ik zet deze blog zo spoedig mogelijk online! Want op het moment dat je deze zin leest, staat deze blog al online. Dat zou zelfs voor mij een te belachelijke afsluiting zijn. Volgens mijn zusje zeg ik namelijk nog wel eens, heel vaak, iets idioot. Ik vraag me vaak genoeg af wanneer zij van vertederde, lieve schelm tot een puberende bromvlieg is geworden. Misschien moet ik straks toch even die dvd Zhu Hong wordt Cindy opzoeken. Alvast kijken hoe mijn toekomstige dochter eruit zal zien. Want, zo lang die dochter een jaar of tien, twintig, dertig, op zich laat wachten, moet ik toch iets hebben om door vertederd te worden. En wat is er dan beter dan kijken naar de schelm in mezelf?
donderdag 23 juli 2009
Yīshēng
yīshēng = dokter
Soms vraag ik me af waar dokters helemaal nodig voor zijn. Zeker zoveel. Zelf ga ik het liefst zo weinig mogelijk naar de dokter, ik haat het idee dat ik dan openlijk beken dat ik iets heb. Ik wil ook eigenlijk liever niet weten als ik iets heb. De stijve gedachte dat wanneer je weet dat je iets hebt alles minder goed gaat komt bij mij meer dan eens op. Maar laat ik maar niet te veel afgeven op ons medische wereldje, ik weet heel toevallig dat hier nog wel eens een co-assistente zit, die mijn blogjes leest...
Voor lui zijn hoef ik tenminste niet naar de dokter. Dat ben ik al mijn hele leven. Het was dan ook geen wonder voor me dat ik om negen uur uit bed werd gehaald om instructies te krijgen van mijn moeder die samen met mijn zusje en nichtje naar de dierentuin zou gaan, me pas om half elf weer wakker te vinden. En zelfs toen wilde ik liever in bed blijven, maar ik hield het eigenlijk niet meer uit. Dagen voelen soms zo nutteloos, ik kan serieus niet wachten totdat de uni van start gaat. Om de nutteloosheid erin te houden heb ik een brunchje voor mezelf gemaakt. Compleet met geklopte ei, noedels en thee. Dit is uiteraard lui, omdat ik geen zin had twee keer wat klaar te maken. Terwijl het brood nog ontdooide, de noedels nog in het hete water trokken, en het ei in de koekenpan waar ik veel te veel boter in had gedaan (hopelijk kon dat ei zwemmen) ben ik achter de computer gedoken, waar ik heb geMSNt of mijn leven er van af hangt. Ik kan er toch ook niets aan doen dat ik verslaafd ben aan MSN? Een verslaving hef je op door een andere verslaving, maar helaas ben ik niet meer vijf stappen van drie Zara's, twee Mango's en een Topshop verwijderd, zoals vorige week in Barcelona. Dus mijn shopverslaving kan mijn MSN verslaving niet opheffen. Ik weet soms niet wat erger is, maar ik weet wel degelijk dat MSNen voor mijn bankrekening beter is. Misschien dat die het daarom normaal gesproken ook wint.
De MSN verslaving moest wel even leiden, ik had nog een rijles. En deze les was historisch. De eerste keer sinds tijden dat ik de motor maar 1 (één) (!) keer heb laten afslaan. Wauw. Ik ben een geboren rijder. De volgende keer laat ik de motor niet meer afslaan. Je snapt vast wel dat ik nu sarcastisch tegen mezelf ben. Welke idioot laat bij rijles vijftien nog gemiddeld twee keer zijn motor afslaan. Als ik smiley's in mijn blogs zou zetten, zou er hier eentje komen te staan die zijn ogen rolt.
Daarna maakte ik nog even een gedichtje voor mijn geliefde hoofdredactrice. En nee, ik had geen inspiratie. En ja, ik ben tevreden over het eindresultaat. Uiteraard moest ik toen een andere verslaving stillen. Roddelen. Met een vriendin. Goh. We hebben dat uurtje kletsen denk ik wel gehaald. Mijn hart weer opengehaald, was ik zo waar vrijwillig bereid het eten alvast klaar te zetten. Macaroni. Niet bepaald mijn lievelingseten, maar ook geen eten waar ik in zou spugen. Het is niet zo lang geleden dat macaroni wel tot mijn levelingseten behoorde, maar jah, met de jaren veranderd je smaak.
Na het eten ben ik nog even achter de laptop verdwenen, om uiteindelijk naar mijn kamer te verdwijnen. Daar heb ik de televisie aangezet en genoten van New York Minute. Tja, stiekem zijn de Olsen twins best wel vet, zeker toen ze nog in hun tienerjaren zaten. Ik kan me ook stiekem nog herinneren dat ze in zo'n komedie serie zaten waar ze in speelden vanaf dat ze geboren waren. Maar ik zou je niet kunnen zeggen hoe die serie heette. Ik vond het altijd wel leuk, dat weet ik wel.
Ach, als dokters verslavingen konden genezen, zal ik mijn mening wellicht een beetje wijzigen. Shoppen, MSNen, roddelen en bloggen, nemen veel tijd, en in het ergste geval geld, in beslag. Maar stiekem, heel stiekem, wil ik helemaal niet van die verslavingen worden genezen. Dus zou ik ook dan zo veel mogelijk bij de dokter uit de buurt blijven.
woensdag 22 juli 2009
Clignoteur
clignoteur = knipperlicht aan auto als richtingaanwijzer
Soms, als ik in totale verstandsverbijstering ben, heb ik nog wel eens de nijging om mijn vinger uit te steken als ik van richting wijzig. Nee, ik zit dan niet op een tweewieler, waar er negen miljoen van zijn in Beijing, als ik Katie moet geloven. Ik loop gewoon. Ik loop, en moet een straat in, maar steek mijn vinger uit.
Sukkel.
Toch kan een richtingaanwijzer zeer handig zijn. Een soort clignoteur, maar dan op mijn rug. Of wat dacht je van een clignoteur op een glazen bol? En laten we er dan direct een tijdmachine bij fantaseren, om sneller op de plaats van bestemming te zijn. Ja, anderen aangeven welke richting je in je leven op gaat, dat zou meesterlijk zijn. Stiekem is bloggen ook een soort aparte clignoteur. Wellicht zal de wereld saai zijn als je weet welke richting men in slaat, het is een gedeelte van je gedachtes die je aan mensen bloot stelt. Maar wat nu als dit averechts uitpakt, en men elkaar beter begrijpt?
Vandaag werd ik om half negen al wakker, en moest ik er om kwart over negen uit. Nee, mam, ik wil niet naar die stinkmarkt. Niet dat de markt stinkt, maar de paarden die erover heen walsen... Wel, ik zal maar niet in details gaan, voor het geval een knollenliefhebber dit leest. Daarna heb ik nog even tot een uur of twaalf gedommeld. En dat is het heerlijkste wat er op deze aardkloof bestaat. Zeker als je toch niets te doen hebt.
Vervolgens lekker noedels gegeten, om tot de conclusie te komen dat die hele markt maar tot twaalf uur duurde en mijn moeder en zusje al weer voor de stoep stonden. Daarna moesten opa en oma opgezocht worden. Afijn, ik vind het best altijd wel gezellig, dus besloot ik maar mee te gaan naar de oudere versies van mijn moeder. Een koekje is een zeer verlokkend middel, en één van de redenen dat ik heb toegezegd. Nee hoor, nu bazel ik, ik vind het serieus een prettige plicht af en toe mijn grootouders op te zoeken.
Het was dan weer wel jammer dat we dat hele eind moesten lopen. Het dorp, de kampong (jaja, zie enkele blogs terug), was overal afgesloten om razende racende tweewielers te plezieren. Ik had er nog op gelet, maar zij staken hun vingers niet uit als ze met iets wat op honderd kilometer per uur leek een bocht door sjeesten. Wielrennen heeft blijkbaar andere regels. Afijn, eenmaal weer fijn thuis was lekker MSNen precies wat ik nodig had. Ik had er dan wel niet op gerekend dat mijn moeder, die net een laptop heeft, per se wilde weten hoe MSN werkt, zodat ze me op die manier kan bereiken als ik dan op kamers ben. Toegegeven, het was lachen toen we de cam aanzetten, terwijl we tegenover elkaar met onze laptop aan de tafel zaten. Dat was echt te dom voor woorden, zeker toen we er maar direct een videogesprek van maakten. Dat is echt het ultieme gevoel van een elektronische echo.
Verder heb ik genoten van Poseidon's kracht. Nu ja, het is natuurlijk wel de goden verzoeken als je een boot noemt naar de grote Griekse watergod. Al moet ik zeggen dat de film wel redelijk was, hij haalt het niet bij Titanic. Maar jah, niemand haalt het bij Leonardo di Caprio, en het feit dat ze mijn favoriete personage, Elena, dood lieten gaan was nu ook niet bepaald goed voor mijn objectiviteit.
Ach, ik zal maar ophouden met bazelen. Straks wil ik nog exact weten wie deze blogs bekijken ook. Alhoewel ik het helemaal niet erg zou vinden als er enkele reacties achtergelaten worden, als soortement clignoteur der volgers van mijn blog...
dinsdag 21 juli 2009
Lăoshī
lăoshī = leraren
In het leven valt er veel te leren. Leven zelf is al een leerproces op zich. Ademen, eten, drinken, denken, praten, alles is geleerd. Soms door instincten, negen van de tien keer door voorbeelden. Leraren.
Maar toch komt iedereen op een moment waarop afgevraagd wordt wat leren voor zin heeft. Of het niet beter is om een autodidact te zijn. Leren over de verkeerde, oninteressante dingen, waarvan je gewoon niet weet of je het ooit ga gebruiken lijkt tijdverspilling. Het leven is toch al te kort?
Wellicht. Maar leren is een mooi proces, het is zuiver en verfrissend. Dat schijnt men soms te vergeten.
Toegegeven, ik vergeet het ook. Ik geniet van de zomer. Toch heb ik elke vakantie opnieuw stiekem zin om terug naar school te gaan. Dit keer helemaal, omdat 'teruggaan' niet de juiste benaming is. Dit keer is het daadwerkelijk een stap vooruit. Alsof mij gegund is opnieuw te leren lopen.
Leren met geld om te gaan is een essentiele vaardigheid voor een aanstaande eerstejaars uitwonende studente. Het was dan ook om die reden dat ik de ochtend voor mijn gevoel nuttig heb gebruikt. Aan de hand van internetbankieren, ib groep en een sheetje die mijn geliefde vader al eerder voor me had gemaakt heb ik mijn toekomstige leefbalans opgemaakt. Wat ik verwacht elke maand uit te geven en wat ik hopelijk elke moment binnen krijg. Het viel nog niet mee, en ik heb er dus aardig veel tijd ingestoken. Door alleen er al naar te kijken besefte ik dat ik niet elke dag naar de Zara kan gaan (kijken is bij mij helaas ALTIJD kopen), of elke dag noedels kan eten (onnodige duurheid) en zelfs niet elke dag nieuwe kleren aan kan doen (wassen gaat af van de tijd die besteed kan worden aan werken).
Uiteraard plaatste ik wat ik geleerd had van mijn geliefde Excel, ik heb zo het idee dat Excel en ik straks twee handen op één buik gaan worden, al snel in het verdoemhoekje. Kan ik er wat aan doen dat ik lid wil worden van de studievereniging? Kan ik er wat aan doen dat ik de introductiekamp van mijn toekomstige studievereniging niet wil missen? En ik kan er al helemaal niets aan doen dat ik boeken moet hebben voor mijn studie.
Alhoewel, ik kan natuurlijk ook altijd NIET gaan studeren, maar zoals ik al zei, leren is iets unieks. En kunnen leren is benijdingswaardig. Al wordt dit door mij bijna nooit zo gezien.
Ook toen ik 's middags bij de Leen Bakker stond dacht ik er even niet aan dat ik straks geen cent kan sparen, omdat ik precies rond kom als ik niet spaar. Ik moet nu eenmaal mijn uitzet toch ook helemaal in orde krijgen. Dat is een noodzakelijk kwaad. Tja, ik kan ook altijd thuis blijven, maar zelfstandigheid is ook een prachtig leerproces! En op kamers gaan is de beste leraar.
Eenmaal weer thuis kon ik aardappels gaan schillen, me vervelen achter de televisie, bloemkool met aardappels eten (nee, geen witte rijst en sambalbij), en als klap op de vuurpijl mijn opa en oma bezoeken. De computer van mijn opa had weer besloten dat hij het niet aan kon, en helaas is mijn moderne opa niet zó modern als mijn vader, dus kon die het klusje klaren. Nog wat Barcelona-herinneringen opgehaald, om vervolgens terug naar huis te vliegen. 90210 begon al weer bijna. Heerlijk om een leuk en lief personage gestoord te zien worden van verliefdheid, en dan bedoel ik ook daadwerkelijk krankzinnig, dat laat de keerzijde van liefde mooi zien. Alhoewel ik moet zeggen dat Blair ook redelijk krankzinnig is als het om Yale gaat. Helaas vind ik die krankzinnigheid maar al te leuk om naar te kijken.
Ja, Blair heeft door dat leren speciaal is, op haar eigen gefreakte manier weliswaar, maar dat boeit niet. Volgende week over een maand mag ik weer. Misschien dat ik over twee maanden weet hoe ik in vredesnaam lăoshī moet uitspreken...
maandag 20 juli 2009
Derven
derven = missen
Het is een zwart gat waar iedereen door moet voordat er een grote splitsing komt in je leven. Bij mij valt dit zwarte gat samen met een gemis. Ik kan niet ontkennen dat ik bepaalde aspecten uit mijn 'oude' leven zal derven. Uiteraard praat ik nu over voor de hand liggende ontwikkelingen in mijn leven. Nieuwe studie, nieuwe stad waar ik in moet burgeren, nieuwe huisgenoten. Niet meer lekker door mama verwend worden die zo'n beetje alles doet. Kortom zelfstandig worden. Nu kan ik óók niet ontkennen dat het me bevalt. Ik heb afgelopen week een goed idee gekregen hoe het zal worden. Afgelopen week was ik namelijk met een vriendin, voor het eerst zonder ouders, naar Barcelona gegaan. Daar moesten wij vrij veel, oftewel gewoon ALLES, zelf regelen. Nu ja, dat is misschien iets overdreven. We hoefden maar met onze vingers te knipperen of er schoot een ober naar voren, verlangend om ons te bedienen zodat hij weer wat geld binnen zou krijgen. Ook was het ontbijt hemels. Niets hoeven doen, niet afwassen, niet klaarmaken, alleen eten. Heerlijk.
Ja, de vakantie is me bevallen. En goed ook. Ik was er serieus echt aan toe. Tijdens die heerlijke week, eigenlijk vijfeneenhalve dag, maar een week klinkt langer, heb ik me nergens over gestresst. Dat liet ik wel aan mijn vriendin over. Ik houd sowieso niet van de leiding nemen, en mijn vriendin geloof ik wel, dus ik liet haar maar al te graag begaan. Zelfs als ik liep kon ik enkel maar genieten. Lekker omhoog kijken naar de prachtige gebouwen. Ja, Barcelona is heel anders dan Nederland. Er zijn geen stinkweilanden met melkproducerende koeien die je dronken kunt voeren door ze appels te geven. Nee. Barcelona bruist, en het bruiste voor mij. Dat gevoel kreeg ik er in ieder geval bij.
Helaas waren er dan weer wel een paar op klompen lopende boeren in Spanje. Het stikte van de Hollanders. Ik kreeg vaak het idee dat de helft van ons hotel Nederlands was. Ja, ik mag dat zeggen. Al zie ik er niet heel Hollands uit, zou dat wellicht te maken hebben met het feit dat ik spleetogen heb, en niet bepaald blonde haren en blauwe ogen?, ik voel me wel Hollands, dus ik mag mijn landgenoten licht bespotten. Dus. Maar stiekem was het niet erg dat er zoveel lompe boeren waren. Het heeft toch wat om Nederlands te horen. Ik sprong haast op toen ik, weer terug op Schiphol, een dame met een accent Hollands door een luidspreker hoorde praten. Nu had ik redelijk Spaans geleerd (Hola, Adios, Si, Grazias en natuurlijk het belangrijkste woord Rebajas, wat Uitverkoop betekent), maar nu moet ik toch bekennen dat mijn Nederlands nét iets beter is. Maar een klein beetje hoor!
Vandaag werd ik heerlijk om negen uur wakker, niet heerlijk dus, ik was doodop en had me voorgenomen om tot minstens één uur te blijven slapen. Om direct geconfronteerd te worden door mijn afgenomen vrijheid. Ik moest thee koken. Zelf. De derving werd nog groter toen ik erachter kwam dat er geen gigantisch ontbijt met alles erop, eraan en zelfs eronder, was waar ik me mee vol kon eten gezien ik het constant als brunch gebruikte. Uiteindelijk heb ik niet gegeten, één nul voor Spanje.
Daarna heb ik heerlijk wat opgenomen flutseries gekeken. Met een heel knappe nieuwe acteur in 90210, dat dan weer net wel. Om vervolgens verder te vliegen, figuurlijk dit keer, helaas, naar mijn rij-instructeur.
Nu kan ik wel doen alsof ik Barcelona heel erg derf (Echt wel!), ik moet bekennen dat, toen we op de terugreis over Nederland vlogen, dat kleine pokkeland waar we in twee seconden over heen kunnen vliegen, ik het begreep. Ik begreep waarom buitenlanders ons landje uniek vinden. Nergens zie je van die grote uitgestrekte, RECHTE, velden, met hier en daar een molentje. Het was voor mij de eerste, unieke, keer dat ik echt bij mij zelf dacht: Wow, stiekem, heel stiekem, is Nederland ook wel een erg mooi land. Die gedachte schoof ik uiteraard snel weer naar beneden, maar het blijft er zitten. Stiekem is ons land zo erg nog niet. Zeker als de zon stralend schijnt, zoals het vandaag deed, het niet regent, zoals het vandaag deed, en ik iedereen kan verstaan, wat ik vandaag niet deed gezien mijn Spaans gigantisch veel beter is. Ja, stiekem is Home toch echt Sweet home, en derf ik mijn landje een heel klein beetje. Maar niet zo erg als Barcelona! En nooit zo erg als China, waar ik met mijn blauwe ogen en blonde haren echt niet opval.
Of ik straks ook heel stiekem, al is het maar een klein beetje, mijn thuis bij mijn ouders ga derven? Zeer waarschijnlijk. Maar lang niet zo erg als dat ik bloggen heb gemist tijdens mijn maandje afwezigheid!
zaterdag 20 juni 2009
Kuàilè
kuàilè = gefeliciteerd
Het woord van vandaag valt niet moeilijk in deze blog te plaatsen. Ik word namelijk overspoelt met felicitaties over het feit dat ik mijn examens gehaald heb. Behalve dan van één persoon, waar ik het niet meer over zal hebben, gezien dat beter voor me is.
Bij deze wil ik iedereen die mij gefeliciteerd heeft van harte bedanken. Omdat het er zo veel zijn was ik te lui iedereen terug te PMen, krabbelen en/of emailen.
Wat ik de laatste twee dagen heb gedaan valt voornamelijk onder het kamer onderdeel. Woensdag om half elf krijg ik namelijk de sleutels. En mijn ouders hebben het in hun grijze (letterlijk door de haarkleur, hoewel mijn moeder het sinds kort verft, en figuurlijk door de hersenmassa) hoofd gehaald dat er die zaterdag daarop al een kledingkast en bed moet staan. Tja, ik kan nou niet bepaald zeggen dat ik daarover klaag. Het liefst wil ik morgen de sleutels krijgen en gisteren daar kunnen slapen.
Voordat we aan het verhuizen kunnen gingen we... shoppen! En laat dat nou een van mijn favoriete bezigheden zijn. Van welke meid nou niet. Ik had niet voor niets bij beide hospiteeravonden gezegd dat mijn hobby's photoshoppen en kleding shoppen waren. Wat wel anders was was dat ik dit keer niet voor een kledingstuk waar ik er al tien van in de kast heb liggen ging, of voor een nagellakje dat mijn zusje walgelijk vindt, maar voor een bed. En tussen ons gezegd en gezwegen, dat is nog veel leuker! Geen veel te kleine pashokjes, geen bacterievolle testers en ook geen personeel dat op je vingers kijkt bang dat er dingen gestolen gaan worden. Nee! Wel op elk bed dat een beetje aan mijn eisen voldoet gaan liggen. Alle kledingkasten openen en kritisch bekijken of er een spiegel op de deur zit. Dat was namelijk een voornaamste eis, ik wil een langgerekte spiegel in de kastdeur hebben zitten. Een andere eis, wat wat minder makkelijk is, is dat mijn hele garderobe erin past, maar de kast moet ook weer niet te groot zijn, want dan past hij niet in mijn kloosterkamer. Tja, mijn garderobe is niet bepaald klein. Hoe dan ook. Leen Bakker had een heel leuk bed en een redelijk bijpassende kledingkast. Bij de it's was een mooi koelkastje met vriezer, en ook de Ikea droeg zijn steentje bij in de vorm van een supergave bedsprei, dat ik direct gekocht had dankzij de korting die op het ding zat. Want, voor de weinige mannen die deze blog volgen; korting is kopen!
Mijn hele vrijdagmorgen was dus besteed aan inspiratie opdoen voor de inrichting van mijn kloosterkamer. De middag werd besteed aan boodschappen doen, voor de verandering een boek bestellen bij de plaatselijke boekenhandel (dat is een euforisme, elke verkoopster kent mij daar bij voor- en achternaam), en een afspraak maken bij mijn opticien. Ik had namelijk de afgelopen paar weken het idee dat mijn ogen achteruit zijn gegaan, en vooral bij autorijlessen is het tamelijk handig als ik op de dijk een fietser aan zie komen, het liefst voordat deze onder de wielen ligt. Ik vond zelfs nog tijd wat gebak te kopen voor mijn werk, als traktatie omdat ik geslaagd ben, iets waardoor mijn vader verontwaardigd zei dat hij geen gebak kreeg, waarop ik weer zei dat ik hem juist een plezier deed, op deze manier groeide zijn buik niet nóg erger.
Thuisgekomen van het restaurant waar het behoorlijk druk was, ging ik al snel naar bed. Ik was doodop.
Vanochtend moest ik op vaderdagcadeaujacht. Hoewel het hartstikke commerciële bullshit is, wordt het thuis niet getolereerd zonder een cadeautje thuis te komen. Gelukkig wist mijn moeder raad, mijn vader schijnt iets gemompeld te hebben van een barbecue en een beschermhoes. Even naar de Karwei, dat is geen punt (flauw eh?). Het zou moeilijker zijn geweest als hij niets had gemompeld.
's Middags was een bezoekje aan oma en opa lief van moeders kant onvermijdelijk, gezien het morgen onmogelijk is hun te bezoeken. Ze hadden koffie en appelkruimelvlaai, dus ik was tevreden. Er werd mij gevraagd of ik me al geslaagd voelde, iets wat mijn alarmbellen deed rinkelen omdat men normaal zoiets vroeg bij een verjaardag ('en, voel je je al achttien?' 'Nou ik denk dat ik me dat pas voel als ik met de auto kindertjes omver rijd.'). Maar ik heb gewoon een glimlach opgezegd en gezegd dat ik me geslaagd voel en me daarom heerlijk voelde.
Ook op mijn werk werd ik vandaag door een paar gefeliciteerd, dit omdat ze gisteren niet werkten. Stiekem is het best wel leuk voor een paar dagen in het middelpunt van de belangstelling te staan, maar daar het niet te veel moet worden, heb ik vandaag de vlag met de tas niet uitgehangen, zoals ik donderdag en vrijdag wel heb gedaan. Felicitaties zijn leuk, maar soms ook best vermoeiend omdat er van me wordt verwacht dat ik op elke enthousiast reageer. Maar voel je vrij me te feliciteren hoor!
donderdag 18 juni 2009
Bohémien
bohémien = zorgeloos kunstenaar
Inspiratie is een noodzakelijke benodigdheid om te kunnen schrijven. Althans, dat wordt beweerd. Zonder deze begeerlijke benodigdheid, zou er geen woord uit het toetsenbord of de pen rollen. Maar de manier om inspiratie op te wekken, is nog niet ontdekt. In ieder geval niet door mij. Wel krijg ik vaak de indruk dat inspiratie komt als ik emotieloos ben. Ik ben niet superblij, ik ben niet superdepressief. Ik ben niet gebonden aan extreme emoties. Zorgeloos vloeien de woorden uit mijn toetsenbord en knutsel ik de woorden tot zinnen aan elkaar. Als een bohémien.
Hoewel ik nu superblij ben, heb ik toch meer inspiratie dan de twee weken waarin ik geen blog gemaakt heb. Ik ben nu zorgeloos. In die twee weken had ik het namelijk óf druk met werken, óf druk met zenuwen wegdrukken.
Zenuwen die werden opgewekt door het examenvraagstuk.
Maar vandaag is daar een einde aan gekomen. Ik ben namelijk geslaagd.
Zo. Nu ik hetgeen mij vandaag heeft beziggehouden verteld heb, zal ik een update geven van de enerverende gebeurtenissen in de laatste twee weken. Want dat ik niet geblogd heb, wil niet zeggen dat ik niets mee heb gemaakt. In tegendeel.
Aangezien mijn geheugen net een zeef is, en ik al helemaal slecht ben in tijdsbepalingen, zal ik zeer waarschijnlijk van de hak op de tak springen. Vergeef me hiervoor. Ik zal de gebeurtenissen zoveel mogelijk onder kopjes brengen.
Om te beginnen maar de hoogtepunten rondom het onderwerp "Kamer". Vorige week dinsdag heb ik het contract van mijn kamer getekend. Mijn moeder had me gereden, we waren uiteraard veel te vroeg en gingen nog even in een cafeetje koffie drinken. Het grappige was dat ik de 'leider' van de eerste keer dat ik ging hospiteren (die keer waarbij ik tweede werd) tegenkwam. Ik zei netjes hoi, maar wist niet zeker of ze me herkende. Ik dacht van wel, want haar ogen priemden al in mijn borst alvorens ik haar gedag zei. Nadat mijn moeder en ik cappuccino (dubbel p dubbel c!) ophadden in een cafeetje waar ik nooit meer terug wil gaan vanwege de uiterst slechte bediening gingen we naar de woonstichting. We hadden een man die helaas uit zijn mond stonk, waardoor ik bij elk woord wel mijn oren spitste, maar niet mijn neus. Eigenlijk had ik verwacht dat er een bepaald gevoel zou komen als ik dat contract ondertekende, maar ik zette gewoon mijn zeer ingewikkelde handtekeningen met een krul extra van de blijheid en gaf het terug aan de man.
Toen we klaar waren bij de woonstichting gingen we nog even naar mijn... kloosterkamer. Ja, ik maak onderscheid! Er is mijn kloosterkamer en er is mijn slaapkamer. Om verwarring te voorkomen... Dit had ik afgesproken, zodat mijn moeder hem kon keur- bekijken. Gelukkig werd mijn geweldig, supergave kloosterkamer ook door mijn moeder onder die benamingen geplaatst.
In de loop van de week heb ik het meisje, laten we haar voor de anonimiteit Eva noemen, waarvan de kamer eerst was gecontacteerd via de e-mail om te vragen of ik de vloer en de gordijnen kon overkomen. Eva stuurde diezelfde dag nog een e-mail terug met haar toezegging en haar prijs van vijftig euro. Gezien dit geen miljoenenbedrag was, het is minder dan één rijles!, zei ik toe en maakte ik het bedrag over.
Ergens deze week sprong ik zo waar een gat in de lucht. Ik zat op kantoor, me dood te vervelen. Elk jaar zweer ik mezelf opnieuw dat ik het volgend jaar geen kantoorvakantiebaantje neem, gezien ik het haat. Elk jaar ben ik dit weer vergeten en kies ik voor het geld. Hoe dan ook, het e-mailtje dat ik zag gezien ik heel stiekem en waarschijnlijk heel illegaal, maar niet zo illegaal want mijn tante die tevens mijn werkgeefster is had gevraagd of ik mailtjes op een netmail kon kijken opdat ik het op kantoor kon checken, bracht mij in de wolken. Het had als titel namelijk: Je bent genomineerd voor de schrijfwedstrijd! Over met de deur in huis vallen gesproken.
Vorig jaar had ik meegedaan aan een gedichtwedstrijd van de regionale krant. Ik was toen eerste geworden met mijn gedicht Fluisterend Gebied. Dit jaar zei mijn moeder dat dezelfde krant en dus dezelfde organisatie weer een wedstrijd organiseerde, maar dan een schrijfwedstrijd. Ik zat heel lang te twijfelen of ik wel mee zou doen. Vorig jaar was ik namelijk zeer verrast dat ik gewonnen had, omdat ik me niet kon voorstellen dat ik zou winnen. Nu kon ik dat wel, gezien ik vorig jaar had gewonnen. Ik had verwachtingen van de wedstrijd, en juryleden van die wedstrijd hadden verwachtingen van mij. Dat was nooit goed. Toch besloot ik op het laatste moment toch nog een verhaal in te zenden.
Nu ben ik dus genomineerd. Dat houdt in: Er zijn vijf genomineerden in mijn leeftijdscategorie. De winnaars worden aanstaande zondag bekend gemaakt. Nummer 1 krijgt 100 euro VVV bonnen, 2 75 euro en 3 50 euro. De andere twee krijgen 15 euro boekenbon. Ik hoop uiteraard op de eerste plaats, maar weet ook heel goed dat mijn succes van vorig jaar absoluut geen garantie is, juist eerder een hindernis. Daarom verwacht ik dat ik vijfde word, gewoon omdat ik me eigenlijk opnieuw niet kan voorstellen bij de eerste drie te horen. De tijd zal het leren. Dit onderwerp krijgt binnen een week een word vervolgje.
Vandaag begon eigenlijk gisteren. Ik was gisteren erg gespannen, probeerde mezelf wanhopig af te leiden, en werd daardoor juist niet afgeleid. Ik werd om half zeven wakker gealarmeerd door mijn wekker, gezien ik rijles had om half acht. De rijles ging verrassend goed, wellicht door de vroege ochtend frisheid. Daarna was ik nog even in bed gedoken en probeerde (!) ik te slapen. Na een kwartier had ik maar een boek gepakt, denkend dat een verhaal me wel zou afleiden. Ik was zelfs zo wanhopig dat ik op de computer gezwerkbald had, om de tijd maar te verdrijven. Rond een uur of één zag ik eindelijk het sms'je van mijn vriendin, of ze mocht komen om mijn jurk van het examengala te aanschouwen. Ik smste zo snel mogelijk terug dat ik dat graag had. Jeaj, afleiding! Dus een uurtje later stond ze op mijn kamer, naar mijn geweldige, Matthew Williamson, roze jurk te gapen. Ik had de jurk vorige week gekocht met een andere vriendin bij de H&M, wel de laatste winkel waarvan ik had verwacht een geweldige galajurk te vinden, maar verrassingen blijven me bezig houden. Opeens zei ik, nog altijd wanhopig proberend mezelf af te leiden: "Laten we naar Dordrecht gaan." Daar was mijn vriendin wel over te spreken, en voor ik het wist zaten we in de H&M van Dordrecht. We hebben een paar winkels afgestruind, ik heb nog een superluxe (vrije vertaling van superdure) mascara van Chanel gekocht en heb verder mijn hand op de spreekwoordelijke knip gehouden, wetend dat ik deze maand, die nog maar net begonnen was, al veel had gespendeerd. Mijn voeten hielden het niet zo lang vol in Dordrecht, dus zijn we na drie uur shopplezier weer naar mijn dorpje teruggekeerd. Ik nam afscheid van mijn vriendin en fietste naar mijn huis.
Meer afleiding volgde die avond, waarop ik mijn nichtje feliciteerde met haar achtste verjaardag. Goh, dat is al tien jaar geleden voor mij, wat een leeftijd! En ja, ik vond mezelf klinken als van die irritante tantes die dat vroeger tegen mij zeiden, wat zou ze wel niet gedacht hebben van me!
Hoe dan ook, aangezien het kind gewoon weer naar school moest de volgende dag, was ik al om elf uur weer thuis. Gelukkig had ik mijn tante zo ver gekregen de dvd van The Devil wears Prada aan mij te lenen om de nacht door te komen. Vijftig supertoffe outfits en schoenen om een moord voor te doen verder knipte ik het lichtje uit en ging ik slapen. Het was drie uur.
Mijn strategie om laat te slapen zodat ik laat op de dag wakker zou worden, mislukte. Ik werd om zeven uur voor het eerst wakker. De vleugels van spanningsvlinders fladderden direct in mijn maag, maar ik onderdrukte ze en ging weer slapen. Een uur later speelde dit ritueel zich weer af, en nog een uur later kon ik er niet meer tegen. Ik moest de normeringen die vanochtend om acht uur op internet zouden verschijnen zien. Gelukkig waren die normeringen dusdanig soepel dat ik gerustgesteld werd en haast zeker wist geslaagd te zijn, dus kon ik weer in slaap vallen. Dit keer tot kwart over twaalf. Gegeten, gedoucht, en weer verder met zenuwachtig zijn. Stel nou dat ze toch moeilijk deden over de tipex, stel nou dat de normeringen op internet foutief waren of veranderd waren in die paar uur, stel nou dat...
Tring!
Hartaanval. "Hoi, met Cindy."
"Hoi, Cin, met oma, ik vroeg me af of je al iets wist."
Dit meen je niet! ***
"Nee, ik dacht eigenlijk dat dit school was."
"O, dan hang ik weer snel op."
Werkelijk, ik kon hoe lief en aardig en gesteld ik ook op mijn oma ben, haar toen wel wurgen. Ik zette mijn kalmeringsmuziek weer op, de Top 50 van Musicalliedjes van Radio 2, en kreeg opnieuw een hartaanval toen er om half twee werd gebeld.
"Goedemiddag, met Cindy."
"Hallo Cindy, met meneer van Straten."
Adem in, adem uit, adem in, adem uit. Rustig!
"Nou, je bent geslaagd hoor."
Adem in, adem uit, adem in - GESLAAGD?!
"Wil je je cijfers nog horen."
Ik moest even naar woorden zoeken en zei toen: "Ja, graag."
De cijfers gingen mijn ene oor eigenlijk in en mijn andere weer uit. Ik rende naar beneden, riep nog over de trap stormend dat ik geslaagd was en vloog mijn ouders om de hals. Mijn moeder moest zelfs een beetje een traantje laten, en mijn vader rende gelijk weer naar boven om de vlag die ze in de tussentijd al helemaal klaar hadden staan op te hangen met de traditionele tas erbij. Daarna heb ik zeker vijftig smsjes verstuurd met dat ene, geruststellende, deurenopende woordje: "Geslaagd."
De rest van de dag gleed als een blije roes aan me voorbij. Het cijferlijst ophalen, alle andere geslaagden zoentjes geven, opa's en oma's die langs kwamen en me een kleinigheid gaven (die ik eigenlijk helemaal niet klein vond, en absurd hoog vond) chinees eten halen als feestmaaltijd en daarbij mijn bazin ook nog voor het eerst drie zoentjes geven... Het was als een droom die toch eindelijk uitkwam.
Ik heb het gehaald. Ik kan zorgeloos mijn nieuwe leven plannen. Ik kan zorgeloos verder met bloggen door de inspiratie die ik van dit nieuws heb gekregen. Ik voel me een bohémien.
vrijdag 5 juni 2009
Zhăo
zhăo = zoeken
Een blog bijhouden is altijd een beetje lastig. Mijn checklist bestaat dan ook uit het TMI. Tijd, moeite en inspiratie.
De vraag of ik de moeite wil doen om te bloggen, komt bij elke blog bij me naar boven. Ik blog meestal als ik moe ben, en dan wil ik veelal liever naar bed dan nog een kwartier tot een half uur te 'verspillen' aan bloggen.
Als ik dan toch heb besloten dat het de moeite waard is om niet nog meer verwijtende opmerkingen te krijgen dat ik niet geblogd heb, begin ik. Dan is het volgende brokstuk inspiratie. Hoe begin ik de blog? Welk woord is het woordje van de dag? De Nederlandse zijn gemakkelijk, die worden in een woordenboek geprikt. Maar... de chinese... Waarom ik dan in vredesnaam toch gekozen heb om om de dag een chinees woord te gebruiken als blogtitel? Omdat het een groot deel van mezelf is en omdat ik zeer binnenkort toch de taal ga leren. Maar tot die tijd moet ik het doen met mijn grote vriend Google.
Goed, nu kan er ook geblogd worden zonder inspiratie. Vaak denk ik ook dat ik geen inspiratie heb. Dan begin ik gewoon te tikken. Letters worden woorden, woorden worden zinnen, hier en daar afgekapt door de geweldige enter toets.
Wat mij deze week de nek om heeft gedaan was tijd. Ik had geen tijd om te bloggen. Ik was drie dagen niet thuis, ik had drie dagen geen internet. Gisteren was ik zeer laat thuis.
Goed beschouwd vallen TMI samen. Als ik geen tijd heb, heb ik meestal toch wel tijd, maar vind ik het de moeite niet en/of de inspiratie.
Conclusie, het is zoeken naar Tijd, Moeite en Inspiratie voordat ik mij er toe aan zet te bloggen.
Het is wel irritant dat ik een week niet geblogd heb. Nu wil ik mijn hele week hier neer zetten. Wat dus betekend dat deze blog, uhm, langer wordt dan ik normaal doe. Ik geef enkel de highlights van de dag.
Maandag ben ik na het werk naar mijn tante gegaan. Daar heb ik nog even lekker bijgekletst, en toen ben ik naar bed gegaan.
Dinsdag ben ik begonnen met werken op kantoor. Het was... nujah, werk. Cliché zal zijn als ik zeg dat het saai, langdradig, en hersendodend was. Hoewel dat ook zo was, kies ik toch maar ervoor om te zeggen dat ik het onwennig vond. Ik ben niet gewend om om zes uur op te staan, werkelijk dat is geen menselijke tijd!, ik ben niet gewend om niet precies te weten wat ik moet doen, en ik ben al helemaal niet gewend om niet op hakken te lopen! Ik had van die veiligheidsschoenen aan, van die lompe schoenen waar mijn modebewuste hersengedeelte zijn adem in hield van verontwaardiging.
Hoe dan ook. Woensdag was de dag dat... ik te horen kreeg dat ik het klooster in ga.
WAT!
Ja, ik ga het klooster in! Ja, ik ga er wonen!
Nee.
Ik word niet christelijk.
Toen ik dinsdag terug kwam van mijn werk, heb ik wat gegeten samen met mijn oom (eigenlijk is het een bijnaoomdienooitoomgaatworden, het is de vriend van mijn tante en ze willen niet trouwen. Maar ik zeg altijd oom, sterker nog, ik zeg lievelingsoom tegen hem, dus ik zeg ook hier gewoon oom), mijn tante, de broer van mijn oom en een vriend van mijn oom. Was zeer gezellig, stond een wijntje op tafel, en... sterker spul. Waar ik geen druppel van op heb, overigens. Ik hield in mijn achterhoofd dat ik de volgende dag gewoon om zes uur op moest. Nu ja, over het woordje gewoon zijn de meningen verdeeld.
Rond tien uur ging ik even op mijn laptop mijn email bekijken. Ik zag dat er weer wat nieuwe kamers op Kamernet werden aangeboden, dankzij mijn alerts. Mijn blik viel al snel op een specifieke advertentie, waar de hospiteeravond de volgende dag was. Snel dacht ik na, begon een superlief gezichtje op te zetten en vroeg aan mijn lievelingsoom of hij me wilde brengen.
De lieve schat zei ja. Al moest ik hem er woensdag nog even subtiel aan herinneren. Hij had ook een beetje, uhm, nu jah, niet echt heel weinig op. En dat is een uh, klein understatement.
Dus toen ik woensdag klaar was van werk, zat ik opgefokt in de auto. We hadden afgesproken dat we om zes uur van mijn tantes huis zouden vertrekken. We waren om vijf uur vertrokken, en stonden, uiteraard, in de file. Toch waren we nog om zes uur 'thuis'. Toen hebben we heel snel gegeten, mijn oom had al eten klaargemaakt, en ben ik om kwart over zes met mijn oom richting... Leiden gegaan.
We waren om zeven uur al in Leiden, dit keer waren er, uiteraard, geen files. De hospiteeravond zou om half acht beginnen, dus hebben we nog even ergens iets gedronken. Dat was dichtbij waar ik moest zijn. Natuurlijk begon mijn oom gelijk al met het 'hier zou je misschien werk kunnen vinden' gedeelte, maar dat was voor latere zorg. Eerst moest ik die kamer nog krijgen.
Om iets over half acht waren we bij het pand waar de kamer in zat. Het eerste wat mijn oom zei was dat het wel op een klooster leek. Ik vond het meer een oud huis, slash kasteel, slash heel misschien een klooster. In ieder geval een pand rechtstreeks uit een kostuumdrama. Ergens begon wat te borrelen bij mij, het zou zo gaaf zijn als ik hier kwam te wonen. Aan de andere kant, bedacht ik me, leek het me echt zo'n pand voor een of ander studentenvereniging. Iets waar ik op dit moment niet echt naar neig. Wellicht dat ik toch nog overgehaald word, maar het leek mij veiliger om in een niet-studentenverenigingledenhuis te komen.
Al snel werd ik binnengelaten. Ik zag drie mensen zitten. Ze zeiden dat ze al waren begonnen met voorstellen, dus ging ik het rijtje dat ik inmiddels wel uit mijn hoofd kende af. Achttien, sinologie, blablabla. Ik was nog niet klaar of er kwam een jongen door de deur die ook kwam hospiteren. Hij ging er bij zitten. Toen werden we nog wat verder uitgehoord, wat onze slechte eigenschappen waren, wat voor soorten films we keken, naar welke genre muziek we luisterden. Blabla. Om acht uur zei een meisje dat ze weg moest, omdat ze twee hospiteeravonden in één avond had gestopt. Mooi, dacht ik, egocentrisch dat ik was, weer een concurrente minder. Om kwart over acht werd dat geluk bevestigd doordat een ander zei dat ze de bus moest halen.
Het meisje was amper weg toen we naar buiten werden gebracht om ons daar rond te leiden. En zodat de ene helft van de huisgenoten konden bespreken wie ze zouden willen als huisgenoot. Toen we weer terug waren gingen de twee die ons hadden rondgeleid naar binnen, en kwam een ander naarbuiten. Weer, uiteraard (wat gebruik ik in deze blog trouwens vaak uiteraard), om te bespreken wie huisgenootwaardig was.
Uiteindelijk mochten we binnen komen. De zenuwen zaten inmiddels niet in mijn buik, nee, ze zaten in mijn oren, in mijn handen, in mijn maag, in mijn voeten, in mijn benen. Oké, het is duidelijk, ze zaten overal. Ze kibbelden een beetje over wie ons moest zeggen wie het geworden was, ze wilden allemaal niet zeggen wie het niet waren geworden. Uiteindelijk zei een meisje dat ze het heel jammer vond voor degene die het niet waren, maar dat ze toch gingen voor...
Je raadt het al. Maar ik raadde het toen nog niet.
Cindy.
Oh, jah, ik heet Cindy. Toch? En, er was ook geen andere Cindy in de kamer. Toch?
Ik moest een formulier invullen, liet mijn oom de kamer nog zien en ging weer weg. Simpel. Snel. Klaar. Af. Wat een gemak voor zo'n grote stap!
Mijn zoektocht, mijn gezoek, naar een Kamer was eensklaps over. Ik kon het wel uitjubelen. In ieder geval tegen iedereen vertellen. Dat was dan ook wat ik zo'n beetje donderdag en vrijdag heb gedaan. Hoewel ik donderdag een gezellig afscheidsfeestje met mijn klas had, wat het uitgefoeter weer verzachtte. Mij werd verweten dat ik niet heb gestemd. Vandaag kwam ik er achter dat het uitfoeteren terecht was. Er heeft een partij een paar zetels te veel, mijn achting voor die partij is... uh... laag. Dus ja, ik heb spijt gekregen dat ik toch niet gestemd heb.
Om mezelf te trakteren vanwege mijn supervette kamer, en het feit dat ik toch echt het klooster in ga, ben ik vandaag gaan winkelen met een vriendin in Rotterdam. Daar heb ik superdure, supervette, maar vooral superhoge, schoenen met naaldhakken gekocht bij de Zara. Het was nog een heel gezoek naar mijn perfecte JEAJ, IK HEB EEN KAMER, aankoop. Maar dat had ik er uiteraard (!) voor over!
Abonneren op:
Posts (Atom)