donderdag 3 september 2009
Lăoshŭ
lăoshŭ = muis
Soms denk ik wel dat ik niet helemaal honderd ben. De ene keer denk ik dat wat vaker dan de andere keer. Ook denk ik achteraf wel eens dat ik toen niet helemaal honderd was. Zoals vandaag toen iemand mij foto's van gisteren liet zien. En nee, ik was zeker niet dronken, of aangeschoten. Nou, misschien een klein beetje aangeschoten dan.
Bijvoorbeeld. Ik heb geen muisfobie. Sterker nog, ik heb muizen als huisdier gehad. Niet echt muizen, Gerbils, oftewel woestijnratjes. Ze zien er heel erg uit als muizen. Daarenboven was ik niet het schattige kleine chinese meisje dat met kikkervisjes zat te spelen. Ik spring namelijk een meter de lucht in als er ook maar een kikker in mijn buurt komt. Hopelijk gaat niemand deze informatie gebruiken, hmm. Nee, ik speelde als klein schattig meisje met... Spinnen. Ik doodde ze door één voor één hun acht pootjes eruit te rukken.
Tot op de dag van vandaag ben ik niet bang voor spinnen of muizen.
Eigenlijk vind ik muizen namelijk zeer intrigerend. Hoe ze door de kleinste gaatjes schieten alsof ze alles aan kunnen. Hoe de kat een muis achterna zit, en een muis een olifant kan laten schrikken. Muizen zijn niet voor één kaasblokje te vangen, zo vertelt ons ook een zeer gouwe ouwe film, waarin een paar volwassen mannen één rotmuisje proberen te vangen, en in die jacht het halve huis afbreekt.
Mijn leven is alles behalve intrigerend. Zeker als ik in mijn dorpje ben, in plaats van mijn wereldstad. Ik voel het al als ik in de trein zit. Met mijn laptop in mijn tas, een glamour in de hand, en het zangerige gezang van een Stanley Burleson als achtergrondmuziek. Hmm, de Dood mag mij best komen halen, als hij zo goed zingt als Stanley.
Anyhow (dit woordje heb ik overgenomen van mijn nieuwe stadsgenoten, vroeger zei ik namelijk ALTIJD anyway) terwijl de trein door het pitoreske landschap der Nederlanden (KUCH!) snelt, laat ik behalve mijn nieuwverworven accent ook een deel van mijn nieuwe leven achter. Het spannende deel, welteverstaan.
Eenmaal thuis moest ik als de sodemieter opschieten omdat mijn geliefde rij-instructeur (tja, ik kan hem moeilijk haten, het is familie!) me had gevraagd of ik om half drie kon lessen in plaats van om zes uur. Na anderhalf uur niemand dood te rijden, behalve misschien wat muisjes en kikkers, die laatste vind ik veel minder erg, kon ik weer veilig uitstappen. Daarna verviel ik in het oude ritueel, dat met één woord samen te vatten valt. Laptop.
Voordat ik echter er voor kon gaan zitten om te gaan MSNen en wat ik allemaal niet op het grote gebied der computers doe, moest ik helaas nog wel even mijn gezicht op de werkvloer vertonen. Mijn vader was vandaag jarig, de jarige beslist over het eten. In zijn geval Chinees. Goh, dan begin ik me af te vragen waarom wij nog leven...
Anyhow (rotnieuwaccent) gezien ik een vriend had beloofd dat ik binnen een kwartier klaar zou zijn met deze blog, kan ik hem niet goed afsluiten. Dus zal ik wel net doen alsof ik nu opeens een muis ben, die verwacht had nog heeeeel lang te leven, maar door toe doen van de mens in de val is gelokt. Dood. Ik kan Stanley's stem al horen...
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten