zondag 31 mei 2009
Bollewangenhapsnoet
bollewangenhapsnoet = kind met bolle wangen
Hoewel ik geprobeerd heb vandaag vroeg op te staan, de wekker ging om half acht, nog een keer om kwart voor acht, ook om acht uur, was ik vanochtend rond elf uur mijn bed uit. Eerst moest ik de verplichte ochtendrituelen afgaan. Had ik lenzen in? Check. Waren mijn tanden gepoetst? Check. Was mijn maag gevuld. Nee, maar die is nooit gevuld, ik heb gewoon altijd honger.
Boven gekomen kwam ik in de chaos terecht. Werkelijk ik kon de vloer van mijn kamer niet meer zien. Hier en daar lagen tijdschriften verspreid, daar en hier waren wat sokken, ergens lag een boek, ja zelfs een nagelschaartje vervuilde mijn vloer. Na over het slagveld heen gestapt te hebben, heb ik mijn computer aangezet, de boxjes zo hard mogelijk gedraaid en onder het gejammer van Pia Douwes, Stanley Burleson, Simone Kleinsma, Jolin Tsai, en anderen mijn kamer zijn vloer teruggegeven. Het kostte niet eens zoveel moeite. Binnen een half uurtje zag het er niet meer uit alsof er een bom was ontplofd.
Voldaan keerde ik me van mijn kamer af, wetend dat mijn taken er voor vandaag op zaten. Opnieuw heb ik mijn laptop in de tuin geinstalleerd, om onder het genot van fluitende vogeltjes en kwakende kikkers (dat versta ik niet onder het woordje genot. Ik haat kikkers, wellicht heb ik een kikkerfobie) wat mensen op MSN aan te spreken. Of gek te maken. Of boos op te worden.
Juist, ik ben boos geworden op mensen op MSN. Mijn naam op MSN bevat sinds kort de zin "Ik voel me zo verdomd alleen".
Nee, ik ben niet manisch depressief, niet eens gewoon depressief. En als jij dat denkt, dan val jij onder de personen waar ik boos op word.
Omdat ik mezelf heb bezworen dat ik iedereen die het lef heeft mij te vragen waarom ik zo depressief ben zal blocken, zal ik voor één keer laten weten wat het betekend. Daarbij wil ik wel benadrukken dat het diep triest is dat ik er nog uitleg aan moet geven, ik had altijd gedacht dat iedereen het weet.
Het zinnetje slaat, uiteraard, op een liedje. Wellicht begint er een belletje te rinkelen als ik de volgende zin citeer: "Had ik maar iemand om van te houen, twee zachte armen om me heen, die mij altijd beschermen souen, ik voel me zo verdomd alleen!"
Juist! Ciske de Rat! Danny de Munk! Het schoffie met het gouen hart! Het jochie dat Nederland heeft omarmd. De trilogie die de basis van twee films was en nu dus ook de basis van een musical. De musical waar ik op 29 juli heen ga...
Op mijn werk was het niet zo druk. Mogelijk omdat het veel te warm was buiten, mogelijk omdat mensen het in hun portemonnee beginnen te voelen. Wel staarde ik vertederd naar van die kinderen die met hun bollewangenhapsnoeten om een lolly vroegen. Maar verder was het net zo doods als gisteren, misschien zelfs doder, omdat het vandaag een feestdag was.
Ach ja, het was al met al een dag zonder gebeurtenissen die mijn leven voor honderdtachtig graden draaide. Al moet ik zeggen dat op mijn bollewangenhapsnoet nog steeds een rode kleur hangt van de onderdrukte woede. Dus als je mij op MSN hebt, wees gewaarschuwd en durf het niet te wagen te vragen waar mijn naam voor staat!
zaterdag 30 mei 2009
Guŏzhī
guŏzhī = sap
Mijn moeder perst één of twee keer in de week verse jus d'orange. Ik houd van sinaasappelsap, zeker als het vers is. Daar krijg ik het idee van dat ik gezond bezig ben. Het heeft hetzelfde effect als in de sportschool zijn en op een apparaat staan. Zelfs net voordat ik het apparaat aanzet, heb ik al het idee dat ik een kilo lichter ben. En als ik het schema dan heb afgerond, lijkt het alsof mijn spiegelbeeld dunner is dan voorheen. Helaas blijft dat beeld niet lang, maar het geeft wel een gelukzallig gevoel.
Soms denk ik wel dat ik mezelf wil belazeren. Ik wil het idee hebben dat ik dunner ben na een uurtje in de twee, soms zelfs drie weken getraind te hebben, ik wil het idee hebben vitamines binnen te krijgen, ik wil denken dat ik niet slaag.
Vanochtend werd ik wakker gemaakt door mijn moeder. Ik had een verwarde kop, kon mijn ogen amper open krijgen, maar herinnerde me dat ik gisteren mezelf had beloofd vroeg op te staan zodat de dag niet al halverwege was als ik wakker werd. Dus gaf ik gehoor aan de kreet van mijn moeder die zei dat ze niet alleen boodschappen wilde gaan doen. In minder dan tien minuten had ik lenzen in, waren mijn tanden gepoetst, en had ik iets fatsoenlijks aangetrokken.
De Bas van der Heijden was gelukkig lekker koel, zodat ik geen last had van de warme spijkerbroek. Het was niet erg druk, en we stonden binnen een uurtje weer buiten. Met als belangrijkste spullen in de tas: heerlijkheden voor de barbecue, de nieuwste Elle en crème brûlée.
Uiteraard moesten we nog even naar de Albert Heijn. Vrouwen bezoeken niet één winkel waar ze alles kopen, nee, ze moeten minstens twee winkels uitpluizen. De Albert Heijn ligt in het winkelcentrum van mijn kampong (ken je dat woord nog?). Nu moet je je niet te veel voorstellen van ons winkelcentrum. Het heeft een Albert Heijn, een blokker, ja zelfs een Hema. Maar daar houdt het wel zo'n beetje op met bekende winkels. Verder zijn er nog wat onbekende winkeltjes die vechten om niet gesloten te hoeven in deze barre tijden. Dat was sarcastisch, ik geloof niet zo in de kredietcrisis. Ik krijg altijd het idee dat mensen banger zijn voor het woord dan voor wat het nu eigenlijk inhoudt.
Liet de Albert Heijn nu net wat drukker zijn dan de Bas van der Heijden. En met wat druk ik me zachtjes uit. Ik heb zeker een uur in de rij gestaan om de boodschappen te kunnen betalen. Niet dat ik me daaraan irriteer, nee, ik irriteerde me aan de mensen die zich aan de lange rij irriteerden. Ik had namelijk alle tijd, van mijn part hoefde ik niet snel klaar te zijn. Nu de examens voor mij over zijn, moet ik mijn tijd besteden aan andere zaken dan school. Niet dat ik 24/7 aan schoolwerk zat, absoluut niet, maar het was wel zo dat ik heel vaak iets in het weekend deed met de gedachte dat ik eigenlijk de somreeks van een recursieformule behoorde te berekenen.
Hoe dan ook, toen ik eindelijk uit de rij was, of misschien kan het woordje eindelijk hier net zo goed weg, zijn we weer naar huis gereden.
Ik heb de middag gevuld met het in de tuin zitten. Niet alleen, dan zou ik me dood vervelen. Nee, met de laptop. Online sites afstruinen zorgt haast voor net zoveel rust als shoppen. Het was jammer dat de wind best hard waaide, daardoor had ik het in de schaduw soms koud. Maar al met al was het iets wat ik lang niet zonder schuldgevoel over huiswerk gedaan heb. Waardoor het voor het eerst pas echt tot me doordrong dat ik, vooropgenomen dat ik geen herkansingen hoef te doen en geslaagd ben, klaar ben met de middelbare school. Helemaal klaar en vrij om te doen en laten wat ik zelf wil.
Met grenzen, want ik moest natuurlijk wel zoals gewoonlijk werken. Helaas was het superrustig. Ik zeg helaas, omdat ik daar altijd zo lui van word. Geef mij maar een vol restaurant met aan de ene kant grappende mannen van vijftig die alle r's in een zin vervangen door een l als ze het tegen ons hebben, en met de andere kant jongens die, met bier in hun handen, vragen om een biertje en je nummer. Daar doe ik tenminste ook nog een beetje mensenkennis van op, leer ik om te gaan met allerlei types, en de wereld via verschillende visies te bekijken. Misschien is dat wel de reden dat dit werk mij zo aanstaat. Ik houd ervan om compleet verschillende mensen te ontmoeten.
Thuis gekomen stond er helaas geen jus d'orange op me te wachten. Ik heb mijn lenzen uitgedaan, ben naar mijn kamer gestrompeld en in bed gedoken om deze blog te maken. Hoe het komt is me een raadsel, maar ik ben moe. Alhoewel, misschien komt het inderdaad omdat ik geen sap heb gedronken, sap geeft natuurlijk vitamines en daardoor ook energie...
vrijdag 29 mei 2009
Versjteren
versjteren = verpesten; bederven
Na een aantal niet zo subtiele hints van een zeker persoon, besloot ik dat ik het niet kon maken om dat niet zo subtiele zekere persoon het aan te doen drie maal op een rij geen blog te schrijven. Ik denk dat drie maal scheepsrecht in dit geval compleet de verkeerde uitdrukking is, of juist de goede in de context van na twee dagen geen blog op de derde dag toch een blog.
Er is veel gebeurd. Zo ben ik officieel klaar met mijn examens (als ik geslaagd ben zonder herkansingen dan wel), heb ik nieuwe doemscenarios gemaakt (wat te maken heeft met tipex gebruik wat blijkbaar niet mag maar ik dus wel gedaan heb), en heb ik voor het eerst van mijn leven gehospiteerd.
In de twee dagen dat ik niet heb geblogd, is er niet veel bijzonders gebeurd. Ik heb geleerd, gestresst, een examen gemaakt, gezucht van opluchting, om weer te leren, te stressen en opnieuw een examen te maken.
Vandaag stond ik met weinig moed voor Aardrijkskunde op, ben zonder veel rompslomp naar school gegaan, en vond daar lotgenoten hun hele atlas uitpluizen. Het bleek dus dat iemand had gehoord dat ze gisteren op de havo atlassen hadden gecontroleerd op spiekbriefjes. Ik wist bijna zeker dat ik niets in mijn atlas had gezet, maar om te dubbel checken heb ik toch gekeken. Er stond inderdaad niets in.
Om mijn doemgevoel nog wat hoger te maken, vertelde uitgerekend toen een lotgenoot dat er in het reglement staat dat er geen tipex gebruikt mag worden tijdens het examen. Mijn hartslag zat toen zo'n beetje overal. Ik had bij alle vijf de examens die ik had gemaakt tipex gebruikt. Wat als er sancties komen? Ik werd haast hysterisch, maar er werd al gauw tegen me gezegd dat ze me daar heus niet op zouden pakken.
Dat zal dan wel niet.
Al denk ik stiekem van wel, maar ik houd van doemscenarios.
Mijn gevoel over Aardrijkskunde werd bevestigd toen ik de toets in ontvangst kreeg. Ik wist al bij de eerste opgave dat ik hem zwaar zou versjteren. Gelukkig kon ik wel degelijk een paar vragen invullen. Ondanks het feit dat het alles behalve goed aanvoelde, of juist dankzij dat feit was ik binnen twee uur klaar. Na nog twee uur mocht ik aan Engels beginnen, wat dan weer wel lekker liep.
Ik was pas om half vijf thuis. Doodop ging ik met de moed der wanhoop toch mijn examens (o, wacht eens even, ik prefereerde het woordje toetsen is het niet?) op internet na kijken. Uiteindelijk bleek dat Aardrijkskunde niet zo zwaar versjteerd was als ik dacht. Niet dat ik een acht heb, maar ik heb in ieder geval ook geen twee. Dat zijn pas uitersten.
Langzaam werd het steeds sneller half zeven. Langzaam kropen de zenuwen weer op hun plaats. Ik moest hospiteren. Om acht uur in Leiden. We zouden om half zeven van huis weggaan. Durf je me te geloven als ik zeg dat ik zenuwachtiger was voor het hospiteren dan voor Aardrijkskunde?
Hoe dan ook. Eindelijk waren we in de buurt van de straat waar ik moest hospiteren. Te vroeg. Zoals normaal. Ik ben altijd overal te vroeg. Omdat ik niet te netjes over wilde komen, heb ik mijn moeder overgehaald naar een winkel op zoek te gaan. Toen reed ze Leiden binnen, maar helaas, ze kwam er niet zo één twee drie, en zelfs ook niet vier, weer uit. We hebben er minstens een half uur over gedaan om de weg terug naar de hospiteerstraat te vinden. Ik hoefde me niet meer zorgen te maken over het te vroeg eraan komen.
Het is niet wat je denkt. Ik heb de eerste keer hospiteren niet versjteerd.
Nee. Was dat maar zo.
Er waren dertien hospitanten, wat me gelijk al een beetje intimideerde. Ik dacht, ik kom nooit door de eerste hospiteerronde. Het was een huis waar acht studenten in wonen. Op dat moment zeven. Die zeven waren er, waarvan de vier meiden met de helft van de hospitanten in de ene kamer gingen praten en de drie jongens met de andere helft in een andere kamer. Ik zat bij de eerste groep, bij de vier meiden. Ik werd ondervraagd over wat ik ging studeren, blablabla. Daarna kwamen de moeilijkere vragen. Goede en slechte eigenschappen? Uh... uh... Ik... uh... ben heel onhandig? Van welke muziek ik houd? Uh... musicalmuziek? Gelukkig hielden de meiden er ook van. Musicalmuziek is altijd een onveilig iets, gezien sommigen er echt helemaal gek van zijn, en anderen het vreselijk vinden. Toen ik eindelijk dacht ervan af te zijn, werden de twee groepen hospitanten geruild, waardoor ik alles weer opnieuw aan de drie jongens kon vertellen. Een droge mond en heel veel zenuwen verder werden wij, de hospitanten, in één kamer gezet en gingen de huisgenoten overleggen.
Uiteindelijk kwamen ze, na een paar heel veel zenuwslopende minuten, weer terug. Een van de meiden begon te zeggen dat hospiteren zwaar nietzoleuk (zij gebruikte een ander woordje, maar goed) was, en dat ze het echt heel moeilijk vond gelijk al de helft weg te sturen, maar dat het moest. Daarna noemde ze de namen op die ze graag nog verder wilden ondervragen. Na naam 1, 2, 3, 4 en 5 had ik zoiets van, oké, laat ik maar alvast opstaan om weg te gaan, toen naam 6 Cindy was. Laat ik nou net de enige Cindy die daar was zijn. Verbijsterd voelde ik de zenuwen weer opkomen. Ik was door de eerste hospiteerronde heen!
De hospitanten die niet door de eerste ronde waren, het klinkt net een auditie van een of ander onbelangrijk talentenjachtje ofzo, verlieten onmiddellijk het pand. Daarna werden er nog wat vragen aan ons gesteld. Wat voor huisgenoot ik zou worden? Uh... uh... weetikveel, eentje die houdt van deze bank! De bank waar ik op zat, zat namelijk enorm lekker. Uiteindelijk werden wij zessen weer geloosd in een andere kamer zodat de huisgenoten opnieuw konden bespreken.
Het duurde opnieuw een paar helse minuten, maar daar kwamen ze hoor. De jury. Opnieuw werd er gezegd dat hospiteren zwaar nietzoleuk was, en dat ze iedereen echt leuk vonden, anders zouden we niet door de eerste ronde zijn gekomen, maar dat ze verder wilden praten met eenmeisjewaarvanikdenaamnualweervergetenben en... met Cindy. De rest werd bedankt en kon gaan.
Opnieuw lag mijn mond zo'n beetje op de grond.
Hetmeisjewaarvanikdenaamnualweervergetenben, laten we haar Esmee noemen, want ze leek me een Esmee, weet niet waarom, en ik werden een stuk taart aangeboden. Haast gretig hapte ik toe. Ze vroegen ditmaal niets, maar beoordeelden ons op hoe we zouden reageren. Tenminste, dat denk ik. Op een gegeven moment vroeg één van de meiden of men nu al een duidelijke mening had, maar ze vonden het erg lastig. Ze vonden Esmee en mij allebei erg leuk, en konden niet kiezen. Er werd zelfs gedacht aan loting, omdat het echt zo lastig was. Toch werd er besloten ons nog een kwartiertje te laten zenuwpezen in de kamer die ik inmiddels tot de wachtkamer had gedoopt.
Hoewel ik de twee rondes dat ik door was echt verbijsterd was, bekroop het gevoel me wel dat ik nu eigenlijk wel heel graag de kamer wilde. Het was een heel net studentenhuis, de studenten die er al woonden bevielen me erg, ik vond ze allemaal heel aardig, er zat zelfs een best wel knappe jongen tussen, en zelfs de kamer die ik wellicht zou krijgen stond me erg aan. Maar toen ik naar Esmee keek, wist ik het. Zij zou het worden. Ik zei dat ook zo tegen haar, maar natuurlijk zei zij hetzelfde tegen mij.
Na het zenuwslopende kwartiertje werden we teruggeroepen. Ze waren eruit. Hoewel ik er verzekerd van was dat het Esmee zou worden, dacht ik toch nog even bij mezelf, wat nou als... Maar ik werd al gauw uit de droom geholpen. Ze hadden inderdaad voor Esmee gekozen.
Shit.
Nu moet ik nog een keertje hospiteren. Zeer waarschijnlijk. Ze zeiden wel tegen me dat ze me echt superleuk vonden en haast niet konden kiezen. En dat ik echt wel snel een kamer zou vinden. Ik bedankte ze van harte, zei nog dat ik het absoluut niet erg vond van Esmee te verliezen en ben toen naar buiten gegaan. Naar mijn moeder die drie uur had gewacht. In de auto.
Mijn eerste kans op een kamer heb ik dus niet echt versjteerd. Toch voelt het wel zo. Van mijn part hadden ze me bij de eerste ronde eruit kunnen knikkeren. Nu voelt het zo van, net wel... maar toch niet. Toch weet ik ergens wel dat het een prestatie op zich is dat ik überhaupt tot de laatste twee kwam bij de allereerste keer dat ik hospiteeerde. Hoewel het ook haar eerste keer was. Ik zag me gewoon daar al helemaal zitten. Op die heerlijke bank. Met die leuke huisgenoten. Blijkbaar zit er onder de laag doemscenarios toch ook een dikke laag hoop.
maandag 25 mei 2009
Dìtú
dìtú = kaart; plattegrond
Ik zie mijn leven als een gedetailleerde kaart, waar ik elke dag nieuwe dingen op ontdek. Vandaag, bijvoorbeeld, heb ik ontdekt dat praten met mijn zusje best voor een interessante kijk op het leven kan zorgen. En het best leuk is om te doen, soms zelfs beter dan praten met vriendinnen, omdat het een geheel andere bron is en wij elkaar ook daadwerkelijk wat te vertellen hebben door het niet zo vaak met elkaar praten.
Vandaag heb ik ook ontdekt dat het ergste is wat er bestaat het wachten tot het naar school gaan om een examen te maken. Zoals ik in mijn blog van gisteren al zei, stresste ik me enorm voor Wiskunde. Zo erg dat ik, verrassing, slecht kon slapen gisteren. Om elf uur barste ik zelfs van de energie, dus ben ik opgestaan en heb ik kleren uit mijn kledingkast getrokken om ze op de raarste manieren te combineren. Van de leukste combinaties heb ik foto's gemaakt. Eén combinatie heb ik zelfs op floating in mid-air gepost.
Tot zover mijn narcistische kant. Het stressgehalte werd op een gegeven moment zo hoog dat ik het niet meer uit hield thuis. Aangezien ik dacht dat ik al om één uur wiskunde had, had ik gisternacht naar mijn vijfdejaars vwo vriendinnen gesmst of ze dan in de pauze naar de garderobe wilden komen. Ik kwam er vandaag achter dat de toets, ik prefereer dit woordje bovenop examen, pas om half twee was. Maar ik had ze al gesmst en ik werd thuis gek, dus ben ik toch al om kwart over twaalf naar school ge... ja, gevlucht eigenlijk.
Tijdens de pauze heb ik wat bijgekletst met ze, ik zie ze deze examenperiode helaas amper, en daarna ben ik naar mijn lotgenoten gegaan om aan wiskunde te beginnen. Gelukkig had ik al snel een wauw, wat makkelijk gevoel. Wat de zogenaamde pak van mijn hart was. Nu de andere vier, veel moeilijkere toetsen, nog.
Ik had wel de volle drie uur nodig, dus was ik pas om vijf uur thuis. Toen heb ik snel alles nog nagekeken en werd ik toen al geroepen om kip te komen kluiven. Wat ik uiteraard vreselijk vond.
Niet dus.
Onder het genot van mijn verrukkelijke kippenpootje was het makkelijk om de examens even te vergeten.
Eigenlijk had ik me voorgenomen nog wat na het eten te leren, maar ik was gewoon doodop. Toen ben ik aan het bellen geslagen. Met... jawel, dezelfde vriendinnen die ik in de pauze nog helemaal had gezien. Na drie keer gehoord te hebben dat het nu welletjes was hing ik op.
Voordat ik tanden ging poetsen kwam ik mijn zusje tegen. Aangezien we de enige levende in het huis waren (mijn moeder moest nachtdienst draaien en mijn vader sliep wat bij hem gelijk staat aan niet-levend) begonnen we al snel te... schokkend!... praten. Zo vertelde ik alle examenstress, zei ik welke leraren ik wel en niet mocht en waarom dan wel, en vertelde ik wat onbelangrijke nonsens. Zij deed hetzelfde en al gauw hing er een sfeer die ik niet graag wilde opgeven, dus bleef ik over iets nutteloos beginnen.
Uiteindelijk heb ik toch maar mijn tanden gepoetst en ben ik begonnen aan deze blog.
Nu ben ik van plan de kaart nog gedetailleerder te bekijken door te bezien of ik ook 's nachts kan leren. Ik hoop dat ik wakker blijf tot een uur of drie...
zondag 24 mei 2009
Wantij
Het wantij is de tegenstroom; doodtij. Hoewel ik midden in een stroomversnelling zit, mijn hele leven staat op het punt volledig te veranderen, waar ik mij in een wantij. Het lijkt alsof dit moment niet voort wil komen. Ik word teruggetrokken door een tegenstroom. Ik heb het... natuurlijk over de examenperiode. Waar andere weken dit laatste schooljaar voorbij vlogen, lijkt het alsof deze periode maar niet over gaat. Wellicht heeft het te maken met de hele dag leren. Of in ieder geval de planning om de hele dag te leren, wat vaak resulteert in tenminste één uur minder. Wellicht is het juist het kenmerk van het einde van het oude en het begin van het nieuwe. Dat tussen die twee begrippen een periode van niets zit, dat maar niet voorbij lijkt te gaan. Net zoals er tussen twee legerpartijen een niemandsland zit, of dat het in het oog van het orkaan windstil is.
Vandaag leek er een enorme wantij te stromen. Zondag 24 mei 2009 was de dag waarop ik weeral gek werd van het leren, waardoor ik me ging oriënteren op de studieverenigingen van Leiden. Hoewel ik eerst absoluut geen trek had in lid worden van een studentenvereniging, begin ik langzaam maar zeker mijn standpunt te herzien. Een vriendin die vlak bij Leiden woont heeft daar aan mee geholpen. Ze zei dat het hoort om in Leiden op een studentenvereniging te zitten. Dus heb ik alle foldertjes die ik in de loop van de jaren heb verzameld tijdens Meeloopdagen, Open dagen, Oriëntatieweken, etc. etc. erbij gepakt en mijn aller liefste site Google op mijn laptopschermpje laten verschijnen. Voor het eerst begon ik de namen van de studentenverenigingen met interesse te bekijken en de daarbehorende sites. Ik kwam tot de conclusie dat ik wel ongeveer wist wat mij tot nu toe het meest aantrok, maar dat ga ik hier niet plaatsen. Dat is uit principe, een principe die valt te vergelijken met aanstaande ouders die de bedachte naam (of namen) niet tegen hun omgeving willen zeggen voordat het kind werkelijk geboren is. In mijn geval gehaald is, maar goed, het is hetzelfde principe.
Voor de zoveelste keer dit jaar zag ik me daar al zitten, in Leiden, op kamers, met of zonder studentenvereniging, de tijd van mijn leven beleven. Voor de zoveelste keer dit jaar doemde ook het tegenscènario, de wantij, in me op. Stel dat ik niet slaag. Stel dat ik het gewoon allemaal verkl... verknal. Ik overleef dat niet. Mijn trots overleef dat niet, en mijn motivatie - dat toch al behoorlijk laag was - allerminst. Alles is er op gefocust om straks te beginnen in Leiden met een studie die heel veel weg heeft van mijn droomstudie, al dan niet het ook daadwerkelijk is. Dat valt nog te bezien.
De stress die de examens met zich mee brengen, put mij uit. Ik ben het hele jaar nog niet zo moe geweest als nu. Ik doe haast niets, leer hier en daar wat, maar kan niet zeggen dat ik nou echt alles aan mijn examens heb gedaan wat ik kon, en toch ben ik uitgeput. Het wordt tijd dat de tegenstroom keert en dus de wantij oplost. Het wordt tijd dat ik vooruit kom, voordat ik eronder door ga. Het wordt tijd voor Leiden, of in ieder geval het verlossende moment waarin ik te horen krijg of ik ben geslaagd, of zes jaar mijn tijd heb verdaan.
Nog maar een week te gaan, en dan nog maar een kleine maand tot de verlossende woorden.
Vandaag leek er een enorme wantij te stromen. Zondag 24 mei 2009 was de dag waarop ik weeral gek werd van het leren, waardoor ik me ging oriënteren op de studieverenigingen van Leiden. Hoewel ik eerst absoluut geen trek had in lid worden van een studentenvereniging, begin ik langzaam maar zeker mijn standpunt te herzien. Een vriendin die vlak bij Leiden woont heeft daar aan mee geholpen. Ze zei dat het hoort om in Leiden op een studentenvereniging te zitten. Dus heb ik alle foldertjes die ik in de loop van de jaren heb verzameld tijdens Meeloopdagen, Open dagen, Oriëntatieweken, etc. etc. erbij gepakt en mijn aller liefste site Google op mijn laptopschermpje laten verschijnen. Voor het eerst begon ik de namen van de studentenverenigingen met interesse te bekijken en de daarbehorende sites. Ik kwam tot de conclusie dat ik wel ongeveer wist wat mij tot nu toe het meest aantrok, maar dat ga ik hier niet plaatsen. Dat is uit principe, een principe die valt te vergelijken met aanstaande ouders die de bedachte naam (of namen) niet tegen hun omgeving willen zeggen voordat het kind werkelijk geboren is. In mijn geval gehaald is, maar goed, het is hetzelfde principe.
Voor de zoveelste keer dit jaar zag ik me daar al zitten, in Leiden, op kamers, met of zonder studentenvereniging, de tijd van mijn leven beleven. Voor de zoveelste keer dit jaar doemde ook het tegenscènario, de wantij, in me op. Stel dat ik niet slaag. Stel dat ik het gewoon allemaal verkl... verknal. Ik overleef dat niet. Mijn trots overleef dat niet, en mijn motivatie - dat toch al behoorlijk laag was - allerminst. Alles is er op gefocust om straks te beginnen in Leiden met een studie die heel veel weg heeft van mijn droomstudie, al dan niet het ook daadwerkelijk is. Dat valt nog te bezien.
De stress die de examens met zich mee brengen, put mij uit. Ik ben het hele jaar nog niet zo moe geweest als nu. Ik doe haast niets, leer hier en daar wat, maar kan niet zeggen dat ik nou echt alles aan mijn examens heb gedaan wat ik kon, en toch ben ik uitgeput. Het wordt tijd dat de tegenstroom keert en dus de wantij oplost. Het wordt tijd dat ik vooruit kom, voordat ik eronder door ga. Het wordt tijd voor Leiden, of in ieder geval het verlossende moment waarin ik te horen krijg of ik ben geslaagd, of zes jaar mijn tijd heb verdaan.
Nog maar een week te gaan, en dan nog maar een kleine maand tot de verlossende woorden.
zaterdag 23 mei 2009
Shénme shēngyīn?
Shénme shēngyīn? = Wat was dat geluid?
Aangezien het vandaag heel erg lekker weer was, waar ik niets noppes nada niet van gemerkt heb, stond mijn raam tijdens mijn examenleerpauzes open. Voor degene die het nog niet wisten, ik woon in een dijkhuis. Voor ons huis loopt een weg die druk wordt bereden door van die vierkante dingen die op wielen rijden. Hard rijden. Hard klinken. Zeker in mijn kamer. Mijn raam zit boven die weg. Daarom doe ik mijn raam alleen open tijdens de pauzes, niet terwijl ik aan het leren ben. Het geluid van rijdende auto's is namelijk storende dan een radio opzetten. En als ik leer wil ik het liefst zelfs geen radio aan, dus dan snap je dat ik het raam pertinent dicht doe. En de gemeente op mijn blote knieën dank dat ze een jaar of vijf geleden dubbel glas hebben aangeboden aan ons rijtje huizen.
Ik was best vroeg wakker, maar had direct hoofdpijn. Iets zei me dat ik slecht had geslapen. Ik heb geen idee waarom. Ik ontbeet, keek tegelijk tv en heb mijn tanden gepoetst. Daarna heb ik mijn kamer opgeruimd, mijn mail gecheckt en MSN gestart, om me voor te bereiden op mijn tijdverspilling van vandaag. Leren. Ja, ik zeg tijdverspilling, er is niets zo saai dan leren. Net zoals het lijkt alsof er niets zo nutteloos is als leren.
Al gauw zat ik met mijn hoofd in mijn handen te schudden. Waarom wil normalcdf nou nooit het antwoord geven dat ik wil. Waarom klopt mijn differiëntiale vergelijking niet met het antwoordenboekje?
Gelukkig was het al snel twaalf uur en mocht ik mijn hoofd weer aan de rest van het gezin tonen. Helaas betrof dat vandaag slechts mijn vader. Mijn moeder en mijn zusje waren blijkbaar boodschappen aan het doen. Even gegeten, broodje met ham en augurk, ja, augurk!, bekeken hoe een gek met een parachute uit een vliegtuig springt om aan bomen vast geknoopt te worden op Discovery, nee, Ultimate Survival is niets voor mij, en toen weer naar boven gevlogen. Nog even een uurtje geleerd, om daarna, met koppijn van het leren, een uurtje in bed te duiken. Vervolgens nog een uurtje geleerd. Daarna wilde ik weer beginnen, maar mijn hoofd tolde en alles zei me dat ik geen zin had. Ik was gewoon misselijk geworden van mijn rekenmachine. Zelfs de stresschocolade, die mijn moeder vandaag aan heeft gevuld, hielp niet om me te kunnen concentreren. Dus veegde ik met mijn arm over mijn bureau, olé, ik had weer een leeg bureau.
Met nog een uurtje voordat ik moest werken bedacht ik me wat ik nu zou kunnen doen. Toen kreeg ik een idee. Ooit, te lang geleden (haha, nee, ik ga Sunset Boulevard hier niet quoten. Niet helemaal), ben ik begonnen aan een stijlboek. Ik had de gewoonte gekweekt om modebladen te kopen, en vervolgens niet eens in te kijken. Hooguit een vlugge blik op te werpen om te kijken of de cover er leuk uitzag. Toen ik in één van mijn fashionbuien op Girlscene was, las ik daar over het fenomeen van stijlboeken. Gauw haalde ik een stapel met tijdschriften vanonder mijn bed vandaan en ben ik enthousiast gaan knippen. Alleen.... dat werd al snel saai. Toen heb ik het stijlboek ergens in een donker hoekje weggestopt en er niet meer aan gedacht.
Tot vandaag. Ik opende dat donkere hoekje, om het (daar komt hij dan voor de tweede keer!) in het heldere zonlicht te zetten en pakte het boek eruit. Daarna volgden 'ah' en 'oh' kreetjes bij elke keer dat ik een bladzijde van een tijdschrift omsloeg en een super leuke combinatie zag. Ik werd er helemaal vrolijk van. Een stijlboek maken is beter dan zelf shoppen. Als ik zelf ga shoppen word ik herinnerd aan mijn uh, niet zo modelachtige lichaam.
Sneller dan gehoopt werd ik door mijn vader geroepen om te eten. Wat patat naar binnen gewerkt, een frikandelletje, en om alvast een beetje in de Chinese sfeer te komen een bamihapje. Daarna ben ik met mijn tweewieler naar mijn werk gesjeest.
Helaas was het niet zo druk, waardoor ik al om negen uur op de stoep van mijn huis stond, naar binnen ging en nog wat kon knippen en plakken aan mijn stijlboek. Jeaj. Ik was zo in de mode mood dat ik een stijlblog heb aangemaakt, genaamd: Floating in mid-air. Een zinnetje uit... jaja, Sunset Boulevard.
Al dat geknip en geplak, en die 'ah' 'oh' kreetjes maakt mijn dag, dat zo slecht begon door de koppijn (waar de voorbij zoevende auto's met hun helse kabaal door het open raam niet echt aan meehielpen), weer helemaal goed.!
vrijdag 22 mei 2009
Kampong
kampong = dorp; wijk
Hoewel ik niet in een prototype kampong woon waar je bij de bakker roddels hoor over je buurvrouw, kan ik wel zeggen dat mijn woonplaats geen stad is. Gebeurtenissen worden redelijk snel doorverteld, oude dorpelingen kennen elkaar veelal en op zondag staan steevast de straten bordevol van de zwarte kousen. Ik doe er zelf ook aan mee. Zeker sinds ik in een restaurant werk, vind ik het heerlijk om met vaste klanten te praten over wat er zoal in het dorp gaande is.
Meestal gaat het over anderen, maar vandaag had ik een redelijk interessant weetje.
Ik werd vandaag om kwart voor negen wakker gemaakt door de stem van mijn moeder. Vanaf de trap, dwars door mijn dichte kamerdeur, begon ze al met praten. Ratelend kwam ze mijn kamer binnen, zodat ik me, met mijn slapende kop, goed moest concentreren om te begrijpen wat ze vertelde.
Of ik gisteren in Hart van Nederland nog had gezien over dat bedrijf dat in Dordrecht afgefikt was.
Nee, niet gezien, ja, wel in een voorstukje van dat SBS 6 nieuws gezien.
Het was het bedrijf waar mijn vader werkt. Of ik inmiddels werkte moet zeggen weet niemand. Mijn moeder ratelde dat ze er met mijn vader nu heen zou gaan. Schijnbaar wilde mijn vader er heel graag een kijkje nemen en wilde hij ook kijken of hij nog collega's zou zien die antwoorden hadden.
Met mijn half slapende kop drong het echter nog niet helemaal tot me door.
Toen ik om kwart over negen mijn wakker uit sloeg begreep ik het pas. Mijn vaders werk was afgebrand! Dat is weer eens wat anders dan een afgefikte school wensen. Ik ging mijn ochtendritueel af, ditmaal zonder het prettige gepraat van een van mijn ouders, om daarna al mijn vrienden te smsen dat mijn vaders werk was afgefikt. Toen ben ik begonnen aan leerwerk, examens gaan gewoon door, om rond twaalven naar beneden te gaan.
Mijn ouders waren inmiddels geluidloos, hoewel ze zelf beweerden dat ze hoi naar boven hadden geroepen, thuis gekomen. Ik werd nog door mijn vader geroepen die een foto had gemaakt. Het leek wel alsof er een bom was ontplofd in dat gebouw. Het was precies zoals onze schooldirecteur had gevreesd dat onze school na koldernacht eruit zou zien. Een net niet geslaagde krater.
De middag heb ik ook gesleten door huiswerk te maken. Om om zes uur naar mijn werk te gaan. Daar ging mijn tong los en vertelde ik tegen collega's als een echte kamponginwoner. Ook een handjevol vaste klanten kregen het te horen. Ze reageerden allemaal verbaasd, doch ingetogen. Wat me niet verbaasde, het is geen wereldschokkend nieuws. Maar het is beter om over te bloggen dan mijn kopje chinese tomaten cup a soup terwijl ik zag hoe de Muzen gevangen werden door Zwarte Magiërs. Dat moet je met me eens zijn.
Hoe dan ook. Na het werk heb ik nog een heel klein stukje van een film gekeken, waar ik niets van snapte. Mogelijk omdat de film al een half uurtje bezig was. Daarna heb ik een zeer kort verhaal, van minder dan driehonderd woorden, ik wist niet eens dat dat mogelijk was, gemaakt. Vervolgens heb ik het nog met een vriendin over goede boeken die ze echt nog moest lezen gehad, om zelf tot de conclusie te komen dat ik zeker een kwart van de boeken op mijn boekenplank nog niet of nog niet helemaal gelezen heb. Oeps. Misschien toch weer elke dag op zijn minst een hoofdstukje lezen. Best triest eigenlijk dat ik me eraan moet herinneren dat ik van lezen houd. Misschien, heel misschien kan ik beter een prototype kamponginwoner spelen, die alle verhalen niet door letters maar door trillingen te weten komt.
donderdag 21 mei 2009
Zăoshang hăo
zăoshang hăo = goedemorgen
Ik moet iets bekennen: ik heb last van een ochtendhumeur. Nu begint deze de laatste tijd steeds minder te worden. Het duikt voornamelijk op als ik 's nachts veel te laat ben gaan slapen. Zoals vannacht.
Ja, ik weet het, het is slecht. Maar toen ik om 1 uur opeens een idee bedacht voor een verhaal, moest ik het schrijven. En daar was ik pas na drie uur mee klaar. Oeps. Ik heb mijn vader nog naar beneden horen gaan. Hij heeft ook een soort slaapstoornis, maar dan een inverse van de mijne. Waar ik slecht in slaap kan komen, is hij veel te vroeg wakker. We vullen elkaar prima aan, wat dat betreft.
Vanochtend sleepte ik me dan ook pas na tienen uit bed. Dat lijkt misschien niet laat, maar wacht met je oordeel, ik heb de rest van de dag nog niet verteld. Ik was sowieso niet in het humeur om mensen goedemorgen te zeggen, laat staan mijn zusje. Ik heb wat gegeten, wat gedronken, lenzen ingedaan. Het normale ochtendritueel, dit keer compleet met chagrijnig gezicht.
Ik had de dag daarvoor keurig gepland om te gaan leren. Maar zodra ik aanstalten maakte met voorbereidingen voor dat leren (kamer opruimen, e-mail checken, MSN aanzetten) begon mijn hoofd te tollen. Ik had koppijn als een gek. Als ik niet beter wist, had ik gedacht dat ik een kater had. Maar ik heb gisteren niets gedronken - denk ik. Het kan natuurlijk altijd zo zijn dat de jus d'orange die mijn moeder voor me had geperst eigenlijk gemixed was met passoa. Alhoewel ik dat zeer waarschijnlijk had geproefd, ik drink best vaak passoa jus.
Toen zei ik tegen mezelf dat dit een examenloze dag moest worden. Daarop heb ik mijn wiskunde boek de kast weer in gesmeten - letterlijk - en ben ik gaan bedenken wat ik dan wél zou doen. Natuurlijk heb ik de voorbereidingen wel afgemaakt, vooral het e-mail check en MSN gedeelte.
Inmiddels was het al twaalf uur. Ik werd gebeld door mijn vader. Nee, hij was niet uit huis, het is zijn vrije dag en het was mooi weer dus daar is hij veel te lui voor, hij belde me via de ... ik weet het woord daar niet voor. Een functie op onze telefoons waarmee je een andere telefoon kan bellen. Wij hebben vier telefoons, eentje in het onderhuis, eentje in de woonkamer, eentje in de slaapkamer van mijn ouders... én eentje in mijn kamer. Mijn vader vroeg me of ik zijn broodjes wilde smeren. Dat doet hij altijd, hij is echt lui. Vraag me soms af hoe hij het zal rooien als ik uit huis ben, het omgekeerde verhaal. Grapje, ik maak me veel meer zorgen hoe ik het zonder mijn ouders zal gaan rooien.
Toen bedacht ik me achterstallige afleveringen van Holland's Got Talent te gaan kijken.
Niet zo snel oordelen! Ik ben geen snoob die alle talentenjachten volgt. Alhoewel, niet voor de volle honderd procent. Goed, ik heb Idols I en II gezien, X-Factor I, Dancing Queen en vast nog wel wat talentenjachtjes die ik me nu even niet kan herinneren. Maar Idols III tot en met X hebben geen halve procent van mijn aandacht gekregen. Ook X-Factor II kon mij gestolen worden. Al moet ik toegeven dat ik al de Op zoek naar shows wel op de voet heb gevolgd. Maar dat gaat over musicals en dat valt niet te vergelijken.
Momenteel volg ik enkel Holland's Got Talent. Het is de leukste talentenjacht omdat er alles in zit. Dans, acrobatiek, zang. Ik houd ervan om naar geheel andere sporten te kijken. Paaldans, eigenlijk Pole Fitness maar zo voorkom ik vragen met wat dát nou weer is, hiphop, panfluiten, twirlen, je kunt het zo gek niet bedenken of het zit in HGT.
Om vijf uur moest ik werken. Het was redelijk druk, maar verder niet benoemenswaardig. Er is niets bijzonders gebeurd, helaas. Thuis gekomen heb ik meer dan de helft van een film gezien en ben ik in bed gedoken om deze blog op de laptop te typen. Ik vraag me af of ik morgen wel Goedemorgen kan zeggen. Uiteraard barst ik nu van de energie, ik heb zo'n beetje de hele dag niets uitgevoerd. Maar goed, dat zien we morgen dan wel weer!
woensdag 20 mei 2009
Berceuse
Eigenlijk zou ik altijd wel een berceuse (=wiegelied; schommelstoel) kunnen gebruiken. Maar deze week snak ik helemaal naar een middel om beter door in slaap te kunnen vallen. Ook vandaag begon eigenlijk vannacht. In die kleine uurtjes waarin ik weet dat ik het niet kan maken om de laptop aan te zetten, te moe ben om te lezen en daardoor maar ga denken.
Iets wat niet slaapbevorderend is.
Voor mij in ieder geval niet.
Zodra ik tegenwoordig begin met denken, en mijn volle honderd procent aandacht eraan besteed, denk ik aan de examens. Ik maak hele plannen over hoe ik zou moeten leren, voeg er gelijk in gedachte aan toe dat ik me toch niet aan die planning houd, en vraag me vervolgens af hoe ik wel goed kan plannen. Dan verwerp ik ook die planning, om met de conclusie te komen dat het toch geen nut heeft, ik zak toch.
Gelukkig ben ik in slaap gevallen. Het vervelende is dat ik niet weet wanneer en - belangrijker - waarom. Als ik me zou kunnen herinneren wat, waar, wanneer en waarom ik in slaap gevallen ben, kan ik deze kennis wellicht bij een volgende nacht gebruiken.
Vanochtend is in mijn herinnering een vage vlek, waar ik op scherp probeer te stellen. Alsof ik zonder bril of lenzen naar mijn computerscherm staar en mijn ogen toeknijp om de letters te lezen. Ik geloof dat ik op ben gestaan, met het juiste been, ik geloof dat ik heb gedronken en gegeten, ik geloof dat ik naar school ben gegaan om daar mijn geschiedenis examen te maken en na het eerste uur al het gevoel te hebben dat het een marteling is en dat ik weg wil. Uiteindelijk geloof ik dat ik om elf uur klaar was, en daarna nog even op een filmpje ben gegaan die tijdens de diploma-uitreiking getoond wordt. Hiep, hoi, mijn kop toch nog op het witte doek.
Toen ik thuis kwam werd mij door mijn vader duidelijk gemaakt waarom ik zo lusteloos was en de ochtend niet goed heb meegekregen. Ik was in rouw.
Natuurlijk was ik in rouw! Heel Nederland is in rouw! NOS, Wouter Bos, Premier Balkenende, Shownieuws, Trouw, ze hebben het allemaal over één tragedie. De scheiding tussen Jan en Yolanthe. Mijn vader was zelfs zo verdrietig dat hij zich er niet toe kon aanzetten om de vlag halfstok te hangen.
Lees: Dit is sarcasme.
Het niveau van Nederland is wel heel laag geworden vergeleken met de Gouden Oorlog die tijdens de tachtigjarige Eeuw werd gehouden (weeral een flauw grapje van mijn flauwe vader) als nu zelfs onze premier zich uit laat over de scheiding van Jan en Yolanthe. Wat zeg ik? De breuk van Jantje en Yolantje. Ze waren nog niet getrouwd, maar ze zullen vast vrienden voor het leven blijven.
Na Piper in een gekkenhuis wakker te zien worden en - verrassing! - noedels naar binnen geschoven te hebben, heb ik getracht het slaaptekort bij te werken. Helaas had ik nog steeds geen berceuse, dus geen slaap. Maar weer opgestaan om me op examens voor te bereiden.
Ik mocht dan wel geen berceuse hebben, slaap had ik wel. Ik was lusteloos, afgemat en moe geworden van Geschiedenis. Mede daardoor snapte ik heel weinig van mijn Wiskunde opgaves. Toen heb ik, rond drie uur, tegen me zelf gezegd dat ik beter kon uitrusten, waardoor ik Photoshop weer eens geopend heb. Het resultaat van dat avontuur valt op deze blog te zien. Met trots presenteer ik mijn nieuwe banner. Heeft me slechts een uurtje of twee, drie gekost. Maar het resultaat mag er zeker wezen!
Na het eten, nutteloze MSN gesprekken, en verrekte spieren bij het huppelen (jazzballet) opgelopen te hebben heb ik de hele commotie rond Jantje natuurlijk uitgebreid op het Shownieuws gevolgd. Er was gelukkig een journalist LIVE in Volendam. Helaas duurde het maar tien minuten, ik had gehoopt dat het de hele aflevering zou duren.
Toen ik net naar bed wilde gaan, zag ik dat ik mijn pc nog aan had laten staan. Met spijt zag ik dat ik een gesprekje met een goede vriendin die helaas weinig online is had gemist. Ik heb haar een e-mailtje gestuurd en ook haar vooral GEEN succes met haar examens toegewenst.
Nu is het onderhand tijd om mezelf - met of zonder berceuse - in slaap te wiegen, dus zal ik maar stoppen met bloggen. Heel kort samengevat komt deze blog er toch eigenlijk op neer dat ik de hele dag heb geslaapwandeld.
Iets wat niet slaapbevorderend is.
Voor mij in ieder geval niet.
Zodra ik tegenwoordig begin met denken, en mijn volle honderd procent aandacht eraan besteed, denk ik aan de examens. Ik maak hele plannen over hoe ik zou moeten leren, voeg er gelijk in gedachte aan toe dat ik me toch niet aan die planning houd, en vraag me vervolgens af hoe ik wel goed kan plannen. Dan verwerp ik ook die planning, om met de conclusie te komen dat het toch geen nut heeft, ik zak toch.
Gelukkig ben ik in slaap gevallen. Het vervelende is dat ik niet weet wanneer en - belangrijker - waarom. Als ik me zou kunnen herinneren wat, waar, wanneer en waarom ik in slaap gevallen ben, kan ik deze kennis wellicht bij een volgende nacht gebruiken.
Vanochtend is in mijn herinnering een vage vlek, waar ik op scherp probeer te stellen. Alsof ik zonder bril of lenzen naar mijn computerscherm staar en mijn ogen toeknijp om de letters te lezen. Ik geloof dat ik op ben gestaan, met het juiste been, ik geloof dat ik heb gedronken en gegeten, ik geloof dat ik naar school ben gegaan om daar mijn geschiedenis examen te maken en na het eerste uur al het gevoel te hebben dat het een marteling is en dat ik weg wil. Uiteindelijk geloof ik dat ik om elf uur klaar was, en daarna nog even op een filmpje ben gegaan die tijdens de diploma-uitreiking getoond wordt. Hiep, hoi, mijn kop toch nog op het witte doek.
Toen ik thuis kwam werd mij door mijn vader duidelijk gemaakt waarom ik zo lusteloos was en de ochtend niet goed heb meegekregen. Ik was in rouw.
Natuurlijk was ik in rouw! Heel Nederland is in rouw! NOS, Wouter Bos, Premier Balkenende, Shownieuws, Trouw, ze hebben het allemaal over één tragedie. De scheiding tussen Jan en Yolanthe. Mijn vader was zelfs zo verdrietig dat hij zich er niet toe kon aanzetten om de vlag halfstok te hangen.
Lees: Dit is sarcasme.
Het niveau van Nederland is wel heel laag geworden vergeleken met de Gouden Oorlog die tijdens de tachtigjarige Eeuw werd gehouden (weeral een flauw grapje van mijn flauwe vader) als nu zelfs onze premier zich uit laat over de scheiding van Jan en Yolanthe. Wat zeg ik? De breuk van Jantje en Yolantje. Ze waren nog niet getrouwd, maar ze zullen vast vrienden voor het leven blijven.
Na Piper in een gekkenhuis wakker te zien worden en - verrassing! - noedels naar binnen geschoven te hebben, heb ik getracht het slaaptekort bij te werken. Helaas had ik nog steeds geen berceuse, dus geen slaap. Maar weer opgestaan om me op examens voor te bereiden.
Ik mocht dan wel geen berceuse hebben, slaap had ik wel. Ik was lusteloos, afgemat en moe geworden van Geschiedenis. Mede daardoor snapte ik heel weinig van mijn Wiskunde opgaves. Toen heb ik, rond drie uur, tegen me zelf gezegd dat ik beter kon uitrusten, waardoor ik Photoshop weer eens geopend heb. Het resultaat van dat avontuur valt op deze blog te zien. Met trots presenteer ik mijn nieuwe banner. Heeft me slechts een uurtje of twee, drie gekost. Maar het resultaat mag er zeker wezen!
Na het eten, nutteloze MSN gesprekken, en verrekte spieren bij het huppelen (jazzballet) opgelopen te hebben heb ik de hele commotie rond Jantje natuurlijk uitgebreid op het Shownieuws gevolgd. Er was gelukkig een journalist LIVE in Volendam. Helaas duurde het maar tien minuten, ik had gehoopt dat het de hele aflevering zou duren.
Toen ik net naar bed wilde gaan, zag ik dat ik mijn pc nog aan had laten staan. Met spijt zag ik dat ik een gesprekje met een goede vriendin die helaas weinig online is had gemist. Ik heb haar een e-mailtje gestuurd en ook haar vooral GEEN succes met haar examens toegewenst.
Nu is het onderhand tijd om mezelf - met of zonder berceuse - in slaap te wiegen, dus zal ik maar stoppen met bloggen. Heel kort samengevat komt deze blog er toch eigenlijk op neer dat ik de hele dag heb geslaapwandeld.
dinsdag 19 mei 2009
Qián
qián = geld
Voor niets komt de zon op. Ik vind het een van de flauwste uitdrukkingen die er bestaat. Voornamelijk omdat ik het niet eens ben met de meer, meer, meer cultuur die de laatste jaren is ontstaan. Hoewel ik ook heel graag Prada schoenen zou willen, een eigen styliste en kroonluchters in mijn toekomstige, door eigen ingehuurde architecten gebouwde, huis, ben ik toch van mening dat geld niet gelukkig maakt.
Ook weer zo'n flauwe uitdrukking. Want, zo zeg zelfs ik, geld maakt wel gelukkig.
Maar... te veel geld niet.
Wie heeft er wat aan geld bij de eindexamens? Oké, er bestaat de mogelijkheid om een examen te kopen, maar ik prefereer dan toch het afleggen van de examens. Hoewel... Het zou wel makkelijk zijn. Dan had ik niet de hele, godganse, dag hoeven te leren.
Eigenlijk heb ik ook helemaal niet de hele dag geleerd. Ik stond om te beginnen al weer een uur later op dan ik eigenlijk had willen doen. Wat zeg ik, anderhalf uur later. Om half negen heb ik gegeten, om pas om tien uur onder de douche te staan. Anderhalf uur nutteloos op bed liggen doen. Ik was moe, ik was de hele dag moe. Het schijnt een symptoom te zijn van de examenziekte, een epidemie die op dit moment groter is dan de varkensziekte. O, nee, het wordt tegenwoordig de Mexicaanse Griep genoemd. Wacht, dat doet me wel heel erg denken aan de Spaanse Griep die de oorzaak van heel veel doden was. In één van de twee Geschiedenisboeken die ik heb moeten leren. Welke weet ik niet.
Je hoort het al, ik heb me zeer goed voorbereid op Geschiedenis.
Nee, serieus, ik denk dat ik redelijk geleerd heb. Maar zodra er detailvraagjes gesteld worden, voordat ik met mijn neus boven een blad gedrukt zit, weet ik het nooit. Dat is het stomme. Maar goed. Ik lijd dus aan de examenziekte. Symptomen zijn zoal lusteloosheid, geen zin om ook maar iets te doen, moeheid, constant zitten spelen met een stressbal die tevens als stuiterbal gebruikt kan worden, en vooral niet denken aan het volgende examen.
Toen ik dan om kwart voor elf eindelijk uit de douche kwam (mám, ik douche echt, echt, echt, minder lang dan mijn zusje hoor!) heb ik nog even mijn kamer opgeruimd. Iets wat ik haast dagelijks doe. Het grappige is alleen dat het ook elke dag echt nodig is.
Om kwart over elf heb ik dan eindelijk een schoolboek geopend. Met in mijn ene hand de gele stressbal die ik na mijn eerste examen gekregen heb en in mijn andere hand een markeerstift om ook echt het gevoel te hebben aan het leren te zijn. Om kwart voor twaalf had ik het al weer gehad. Ik was moe, lusteloos en had geen zin om iets te doen, dus ben ik op MSN gegaan. Daar heb ik een wanhopige vriendin geholpen met html codes, om vervolgens pas om kwart voor een iets te eten.
Na het eten belandde ik opnieuw op MSN. Goh, waarom zouden ze tegenwoordig denken dat MSN wellicht verslavend werkt? En heb ik om half drie agressief mijn laptop dichtgeklapt.
Ik moest nu toch echt gaan leren!
Eindelijk kon ik me concentreren. Nu ja, met mijn halve aandacht op de stressbal, een kwart van mijn aandacht bij het idee 'ik ben moe mag ik alsjeblieft stoppen'. Maar de andere volle kwart besteedde ik volledig aan de leerstof hoor!
Na drie kwartier een pauze van een kwartier gehouden. Even een sanitaire stop, om vervolgens gelijk nog wat heet water te koken voor thee. Hèhè. En natuurlijk nog even op MSN, om tegen een paar lotgenoten aan te praten dat ik Geschiedenis echt langdradig en saai vond. Daarna weer drie kwartier geleerd, een pauze van een kwartier gehouden, om tot slot weer drie kwartier te leren.
Voor de rekenaars onder ons, het was nu inmiddels kwart over vijf, het werd tijd om te gaan eten. Eigenlijk had ik niet echt honger, onder het leren heb ik er een halve zak chocolaatjes door heen gejast. Maar goed. Andijvie met aardappelen gegeten en weer naar boven gevlogen om om exact kwart over zes weer verder te gaan met leren. Eindelijk was ik door de stof die ik voor had genomen om door te lezen heen en zocht ik op internet naar filmpjes over de Gouden Eeuw. Dat was op zich wel interessant, maar niet interessant genoeg om die volle kwart van mijn aandacht er op te vestigen. Ik pakte een potje nagellak, lakte onder het filmpje door mijn linkerhand, zette een nieuw filmpje aan en lakte mijn rechterhand.
Toen de filmpjes op waren, of beter gezegd, toen ook mijn laatste kwart aandacht geen zin meer had, was het inmiddels kwart over acht. Nog wat rondgezworven op internet om uiteindelijk tegen mezelf te zeggen dat ik eigenlijk helemaal de jaartallen niet kende. Snel pen en papier gepakt en de belangrijkste jaartallen neergeklad. Uiteindelijk zei ik: "Stop! Wat je nu nog leert, weet je morgen toch niet meer, ga slaapklaar maken!"
Ik heb naar mijzelf geluisterd. Tja, ik wilde geen ruzie met mezelf. Ruzie met de grote bazin Mezelf gaat wellicht van mijn loon af. En voor niets komt nu eenmaal de zon op!
maandag 18 mei 2009
Slampampen
Als slampampen niets uitvoeren betekent, heb ik vandaag niet geslampampt. Ik heb namelijk in het woordenboek opgezocht wat slampampen betekent. Net zoals ik het woord loftuiting heb opgezocht.
Eigenlijk begon deze dag gisterenavond. Op de ultieme Tussen waarin de ene dag de andere dag wordt, oftewel middennacht, oftewel die uurtjes waarin ik zeg dat ik morgen een toets heb, maar eigenlijk zou moeten zeggen, ik heb vandaag een toets, was ik bezig met gaan slapen. Precies, ik was bezig met gaan slapen. Van mijn bed, naar de bank in de woonkamer, terug naar mijn bed. De reden van mijn onrust? Je raadt het al, het startschot van de eindexamens.
Naarmate de nacht, dag, wat dan ook, vorderde, wonnen mijn oogleden het uiteindelijk van mijn zenuwen. Gelukkig! In zoverre de 'rust goed uit voor je examens' poging.
's Ochtends was ik verbazingwekkend rustig. Ik had verwacht dat ik bij mijn eerste wekker al direct overeind zou springen, bang dat ik me verslapen was, maar uiteindelijk sprong ik pas uit mijn bed toen mijn moeder om kwart over zeven mijn deur opende. Ze was net terug van haar werk, had een kwartier om me succes te wensen, alvorens ze mijn opa en oma naar een bus zou brengen die hen weer naar een of ander vakantieoord bracht. Ik schrok me dood, denkend dat ze al weer terug was van mijn opa en oma af te leveren, wat dus zou betekenen dat ik veel te laat was voor mijn examens.
Gelukkig maar dat dat niet zo was.
Ik prentte in mijn hoofd dat het erg belangrijk is om juist tijdens de examens dagelijkse rituelen te voltrekken. Dus na een gespeelde slaperige kop, een gespeelde chagrijnige blik en een niet gespeelde 'ik wil niet naar school, alsjeblieft, red me!' uitdrukking zat ik uiteindelijk op mijn fiets.
Op school aangekomen bleek ik voor het eerst van het jaar niet een van de eerste te zijn. Meer dan de helft van de Atheneum examenkandidaten stonden, zaten of hingen elkaar op te fokken. Na een kwartier mee te hebben geholpen met opfokken en zelf opgefokt te worden, was het dan eindelijk tijd om naar de aula te gaan en de examenhel officieel te beginnen.
Zo erg was het eigenlijk helemaal niet. Ik bedoel, tuurlijk, ik werd afgemat, gemarteld en gevierendeeld, maar hé, ik heb het overleefd. Dat is het belangrijkste. En beter nog, ik heb het ruim op tijd overleefd. Ik was keurig om kwart voor elf klaar, terwijl ik tot twaalf uur had. Mijn vriendin was ook al klaar, dus zijn we samen terug gefietst naar huis. Op de terugreis zaten we het examen nog na te bespreken. We waren het er allebei over eens dat er een gruwelijke taalfout in stond. Hallo! Loftuiting? Dat moet dus echt lofuiting zijn!
Helaas, zo ontdekte ik nog maar een kwartier voordat ik begon met deze blog te schrijven, is het woordenboek het niet met ons eens.
We waren het er ook allebei over eens dat het interessante onderwerpen waren. Literatuurtje hier, vergalde cultuurtje daar. Het standpunt dat de algemene ontwikkeling onder de nieuwe generaties laag is, het stond ons wel aan. Al ben ik het met de algemene ontwikkeling niet echt eens. Ik bedoel, mijn Havoïet zusje kon mij immers perfect vertellen dat Engeland de hoofdstad van Londen is, dus ik denk dat het met die algemene ontwikkeling wel goed zit.
Thuis gekomen begon het slampampen. Ik had me voorgenomen nog wat wiskunde te oefenen, een beetje economie door te lezen, nog wat geschiedenis feitjes in mijn kop te dreunen, maar helaas. Na de Charmed Ones in kleien poppen verandert te zien worden onder het genot van - drie maal raden - een bakje noedels was ik zo lui dat ik er niet eens meer aan dacht nog een boek open te slaan.
Vanaf 1 uur tot en met nu ben ik aan het slampampen geslagen. Hier en daar een episode Gossip Girl kijken, daar en hier nog wat na gestresst met lotgenoten die ik op MSN heb, om als klap op de vuurpijl Grey's Anatomy te kijken waar McSteamy McDreamy een knal verkoopt en visa versa.
Om nog even door te slampampen, hier een gedichtje van een vriendin. Dit gedicht past woord voor woord, zin na zin, bij iets wat me op dit moment bezig houdt, waardoor ik besloot het hier neer te zetten. Het slampamp gedeelte zit hem erin dat ik niets heb uitgevoerd om zelf over deze situatie te dichten...
Eigenlijk begon deze dag gisterenavond. Op de ultieme Tussen waarin de ene dag de andere dag wordt, oftewel middennacht, oftewel die uurtjes waarin ik zeg dat ik morgen een toets heb, maar eigenlijk zou moeten zeggen, ik heb vandaag een toets, was ik bezig met gaan slapen. Precies, ik was bezig met gaan slapen. Van mijn bed, naar de bank in de woonkamer, terug naar mijn bed. De reden van mijn onrust? Je raadt het al, het startschot van de eindexamens.
Naarmate de nacht, dag, wat dan ook, vorderde, wonnen mijn oogleden het uiteindelijk van mijn zenuwen. Gelukkig! In zoverre de 'rust goed uit voor je examens' poging.
's Ochtends was ik verbazingwekkend rustig. Ik had verwacht dat ik bij mijn eerste wekker al direct overeind zou springen, bang dat ik me verslapen was, maar uiteindelijk sprong ik pas uit mijn bed toen mijn moeder om kwart over zeven mijn deur opende. Ze was net terug van haar werk, had een kwartier om me succes te wensen, alvorens ze mijn opa en oma naar een bus zou brengen die hen weer naar een of ander vakantieoord bracht. Ik schrok me dood, denkend dat ze al weer terug was van mijn opa en oma af te leveren, wat dus zou betekenen dat ik veel te laat was voor mijn examens.
Gelukkig maar dat dat niet zo was.
Ik prentte in mijn hoofd dat het erg belangrijk is om juist tijdens de examens dagelijkse rituelen te voltrekken. Dus na een gespeelde slaperige kop, een gespeelde chagrijnige blik en een niet gespeelde 'ik wil niet naar school, alsjeblieft, red me!' uitdrukking zat ik uiteindelijk op mijn fiets.
Op school aangekomen bleek ik voor het eerst van het jaar niet een van de eerste te zijn. Meer dan de helft van de Atheneum examenkandidaten stonden, zaten of hingen elkaar op te fokken. Na een kwartier mee te hebben geholpen met opfokken en zelf opgefokt te worden, was het dan eindelijk tijd om naar de aula te gaan en de examenhel officieel te beginnen.
Zo erg was het eigenlijk helemaal niet. Ik bedoel, tuurlijk, ik werd afgemat, gemarteld en gevierendeeld, maar hé, ik heb het overleefd. Dat is het belangrijkste. En beter nog, ik heb het ruim op tijd overleefd. Ik was keurig om kwart voor elf klaar, terwijl ik tot twaalf uur had. Mijn vriendin was ook al klaar, dus zijn we samen terug gefietst naar huis. Op de terugreis zaten we het examen nog na te bespreken. We waren het er allebei over eens dat er een gruwelijke taalfout in stond. Hallo! Loftuiting? Dat moet dus echt lofuiting zijn!
Helaas, zo ontdekte ik nog maar een kwartier voordat ik begon met deze blog te schrijven, is het woordenboek het niet met ons eens.
We waren het er ook allebei over eens dat het interessante onderwerpen waren. Literatuurtje hier, vergalde cultuurtje daar. Het standpunt dat de algemene ontwikkeling onder de nieuwe generaties laag is, het stond ons wel aan. Al ben ik het met de algemene ontwikkeling niet echt eens. Ik bedoel, mijn Havoïet zusje kon mij immers perfect vertellen dat Engeland de hoofdstad van Londen is, dus ik denk dat het met die algemene ontwikkeling wel goed zit.
Thuis gekomen begon het slampampen. Ik had me voorgenomen nog wat wiskunde te oefenen, een beetje economie door te lezen, nog wat geschiedenis feitjes in mijn kop te dreunen, maar helaas. Na de Charmed Ones in kleien poppen verandert te zien worden onder het genot van - drie maal raden - een bakje noedels was ik zo lui dat ik er niet eens meer aan dacht nog een boek open te slaan.
Vanaf 1 uur tot en met nu ben ik aan het slampampen geslagen. Hier en daar een episode Gossip Girl kijken, daar en hier nog wat na gestresst met lotgenoten die ik op MSN heb, om als klap op de vuurpijl Grey's Anatomy te kijken waar McSteamy McDreamy een knal verkoopt en visa versa.
Om nog even door te slampampen, hier een gedichtje van een vriendin. Dit gedicht past woord voor woord, zin na zin, bij iets wat me op dit moment bezig houdt, waardoor ik besloot het hier neer te zetten. Het slampamp gedeelte zit hem erin dat ik niets heb uitgevoerd om zelf over deze situatie te dichten...
Mijn afscheid
Uit het oog uit het hart,
dat is wat ze zeggen,
ik wacht geduldig af.
Vreemde verslaving,
vreemde verslaving.
Ik sluit mijn ogen en probeer je kwijt te raken,
maar als ik ze open zit je er nog steeds,
in mijn hoofd.
Ik tel schoolkinderen die er niet zijn,
door jou.
Ik doe lichten aan en uit,
neurotisch door jou.
Ik praat tegen elektronica,
alhoewel ik dat misschien al deed.
Wat ik eigenlijk wil zeggen;
je hebt me precies waar je me niet wil.
Wie weet lees je dit wel, op een dag.
Dan zul je in het geheim beseffen,
dat jij de jij bent.
Want we weten allebei,
dat je zogenaamde naïviteit toch maar zogenaamd was.
Als je gelukkig bent wil ik dat niet weten.
Als je een vriendinnetje hebt wil ik dat niet weten.
Zelfs als je aan me denkt wil ik dat niet weten,
of misschien stiekem wel.
Het doet er niet toe want,
dit is mijn afscheid.
Uit het oog uit het hart,
dat is wat ze zeggen,
ik wacht geduldig af.
Vreemde verslaving,
vreemde verslaving.
Ik sluit mijn ogen en probeer je kwijt te raken,
maar als ik ze open zit je er nog steeds,
in mijn hoofd.
Ik tel schoolkinderen die er niet zijn,
door jou.
Ik doe lichten aan en uit,
neurotisch door jou.
Ik praat tegen elektronica,
alhoewel ik dat misschien al deed.
Wat ik eigenlijk wil zeggen;
je hebt me precies waar je me niet wil.
Wie weet lees je dit wel, op een dag.
Dan zul je in het geheim beseffen,
dat jij de jij bent.
Want we weten allebei,
dat je zogenaamde naïviteit toch maar zogenaamd was.
Als je gelukkig bent wil ik dat niet weten.
Als je een vriendinnetje hebt wil ik dat niet weten.
Zelfs als je aan me denkt wil ik dat niet weten,
of misschien stiekem wel.
Het doet er niet toe want,
dit is mijn afscheid.
Meer van haar lezen, en uitvinden wat voor een geweldige schrijver zij is? Klik
zondag 17 mei 2009
Qĭng wèn
qĭng wèn = pardon?
Ik zeg het maar al vast, deze blog wordt niet lang. Met nog minder dan 12 uur te gaan voor mijn eerste examen, zou ik nu al in dromenland moeten zijn. Helaas.
Ik heb weinig gedaan vandaag. Twee examens geoefend, die ik in 1 uur af had (in plaats voor de drie uur die je mag gebruiken) en er een 5,3 en een 6,3 voor gehaald heb. Daarna heb ik Gossip Girl gekeken om me te ontspannen. Toen gewerkt, na het werk werd mij succes gewenst, waarop ik antwoordde dat mensen die mij succes wensen mij enkel zenuwachtiger maken. Om van de rest in plaats van een succeswensing een paar tips te krijgen. Eén daarvan was om niet te laat te komen. Om direct maar van die tip gebruik te maken heb ik mijn fietsband opgepompt. Wedden dat ik te laat kom als ik opeens een lekke band heb omdat mijn band zo zacht is dat hij al lek wordt als hij alleen maar een spijker ruikt?
Thuis gekomen heb ik nog twee episodes GG gekeken.
Wat ik maar niet snap, is dat soaps precies hen uit elkaar rukken die bij elkaar passen. Pardon? Chuck en Blair steeds wel bij elkaar en dan toch weer niet? Pardon? Blair opeens weer bij, nee, ik ga geen naam zeggen. Ik haat zelf ook spoilers, dus ik zal niet spoileren. Nee, in plaats van te spoileren ga ik slapen. Of althans, proberen te slapen.
Aan alle examenkandidaten die morgen (GEEN, IK HERHAAL GEEN) examens hebben: Veel Succes! (GEEN SUCCES).
zaterdag 16 mei 2009
Desolaat
Desolaat betekent troosteloos; failliet. Nu hoor ik je al vragen, wordt dit weer zo'n doemblog met gezeur over examens die niet gehaald worden?
Ik kan niet volop nee zeggen, maar ik kan wel beloven dat deze blog minder erg wordt als die van gisteren. De doemscènarios zijn aardig weggegaan.
Vanmiddag sprak een jongen me op MSN aan. Hij zei dat hij nog altijd zat te wachten tot ik in mijn blog schrijf over het feit dat ik enkele dagen geleden in de regen naar mijn werk moest fietsen. Hij had me toen namelijk gezien, zo legde hij uit. Bij deze, speciaal voor hem.
Het feit dat ik het hier nog niet over gehad heb, is dat mij het weer niet zo veel boeit. Oké, bliksem donder en regen als je naar je werk moet fietsen en het recht boven je zit, is niet zo fijn. Dat kan ik uit ervaring van een drie kwartier durende fietstocht vertellen. Maar een paar spatjes regen maken mijn humeur niet nat. Slechte uitdrukking, maar ik moest er toch iets van maken...
De wolken klaren toch wel weer op. Voor je het weet, sta je weer (tada, daar komt ie!) in het heldere zonlicht.
Nu we het toch over mijn blogtitel hebben. Ik kan begrijpen dat sommigen niet weten waar die titel vandaan komt. Het was ooit een titel van een verhaal dat zo maar in me opwelde. Een verhaal waar ik geluk en onschuld het thema in zou laten worden. Ik zou alle personages naïef maken en vrolijk. Ergens heeft de titel van dat verhaal me altijd wat gedaan. Omdat ik in principe blog omdat ik er lol aan beleef, bedacht ik dat dit een perfecte titel voor mijn blog zou zijn.
Hoe desolaat de wolken boven me ook uitdeinen en maandag, bij de eerste examen, uitbarsten, het zonlicht is altijd onderweg. Voor ik het weet is de examenhel voorbij en straal ik in de zon.
Vanochtend werd ik wakker van mijn moeder. Ik kneep mijn ogen tot spleetjes, wilde niet dat zij zag dat ik wakker was. Toen zag ik dat ze chocolade op mijn bureau had gelegd. De schat had gehoor gegeven aan mijn noodkreet naar snoep in deze donkere, duistere, en donderende tijden vlak voor de examens. Ik ging nog even een half uurtje slapen, om om half tien op te staan. Het normale ochtendritueel, compleet met een boterhammetje hagelslag, voltrok zich. Daarna ben ik begonnen aan het aantrekken van mijn regenpak om de regen te kunnen trotseren. Duidelijker: Ik ben begonnen met leren om me op mijn examens voor te bereiden. Daar heb ik de ganse dag over gedaan, iets waar ik niet bepaald vrolijk van werd. Gelukkig heb ik me hier en daar afgeleid door te RPGen. Mijn favoriete tijdverspilling (en ja, ik noem het tijdverspilling, geen tijdverdrijf).
Het was al snel half vier. Daar ik moest werken, en niet op mijn werk durf te verschijnen terwijl ik met mijn hoofd nog bij Geschiedenis zit, ben ik nog een uurtje gaan liggen. Daarna heb ik, om de klanten te pesten, shoarma met véél knoflook gegeten. Om de klanten niet te erg af te schrikken heb ik echter wel mijn tandjes gepoetst.
Serveren ging een stuk beter dan gisteren. Mijn voet deed al minder zeer. Er was echter een andere complicatie waardoor ik gemarteld werd, maar die reden zal ik ter bescherming van enkelen (voornamelijk mezelf) voor me houden.
Mijn dag was dus weer, zoals normaal, saai. Als stilte voor de storm. Of als het oog van de orkaan waar - zo men zegt - het windstil is. Desolaat wisselt bij mij vreugde in een hoger tempo dan normaal af. Tja, het moge misschien de examenhel zijn, maar ik houd me toch vast aan de woorden van een vriendin. "Ik vond de tijd voor de examens altijd heel gezellig. Lekker stressen met andere lotgenoten." Straks als ik mijn diploma krijg sta ik toch weer vol op in het heldere zonlicht.
Ik kan niet volop nee zeggen, maar ik kan wel beloven dat deze blog minder erg wordt als die van gisteren. De doemscènarios zijn aardig weggegaan.
Vanmiddag sprak een jongen me op MSN aan. Hij zei dat hij nog altijd zat te wachten tot ik in mijn blog schrijf over het feit dat ik enkele dagen geleden in de regen naar mijn werk moest fietsen. Hij had me toen namelijk gezien, zo legde hij uit. Bij deze, speciaal voor hem.
Het feit dat ik het hier nog niet over gehad heb, is dat mij het weer niet zo veel boeit. Oké, bliksem donder en regen als je naar je werk moet fietsen en het recht boven je zit, is niet zo fijn. Dat kan ik uit ervaring van een drie kwartier durende fietstocht vertellen. Maar een paar spatjes regen maken mijn humeur niet nat. Slechte uitdrukking, maar ik moest er toch iets van maken...
De wolken klaren toch wel weer op. Voor je het weet, sta je weer (tada, daar komt ie!) in het heldere zonlicht.
Nu we het toch over mijn blogtitel hebben. Ik kan begrijpen dat sommigen niet weten waar die titel vandaan komt. Het was ooit een titel van een verhaal dat zo maar in me opwelde. Een verhaal waar ik geluk en onschuld het thema in zou laten worden. Ik zou alle personages naïef maken en vrolijk. Ergens heeft de titel van dat verhaal me altijd wat gedaan. Omdat ik in principe blog omdat ik er lol aan beleef, bedacht ik dat dit een perfecte titel voor mijn blog zou zijn.
Hoe desolaat de wolken boven me ook uitdeinen en maandag, bij de eerste examen, uitbarsten, het zonlicht is altijd onderweg. Voor ik het weet is de examenhel voorbij en straal ik in de zon.
Vanochtend werd ik wakker van mijn moeder. Ik kneep mijn ogen tot spleetjes, wilde niet dat zij zag dat ik wakker was. Toen zag ik dat ze chocolade op mijn bureau had gelegd. De schat had gehoor gegeven aan mijn noodkreet naar snoep in deze donkere, duistere, en donderende tijden vlak voor de examens. Ik ging nog even een half uurtje slapen, om om half tien op te staan. Het normale ochtendritueel, compleet met een boterhammetje hagelslag, voltrok zich. Daarna ben ik begonnen aan het aantrekken van mijn regenpak om de regen te kunnen trotseren. Duidelijker: Ik ben begonnen met leren om me op mijn examens voor te bereiden. Daar heb ik de ganse dag over gedaan, iets waar ik niet bepaald vrolijk van werd. Gelukkig heb ik me hier en daar afgeleid door te RPGen. Mijn favoriete tijdverspilling (en ja, ik noem het tijdverspilling, geen tijdverdrijf).
Het was al snel half vier. Daar ik moest werken, en niet op mijn werk durf te verschijnen terwijl ik met mijn hoofd nog bij Geschiedenis zit, ben ik nog een uurtje gaan liggen. Daarna heb ik, om de klanten te pesten, shoarma met véél knoflook gegeten. Om de klanten niet te erg af te schrikken heb ik echter wel mijn tandjes gepoetst.
Serveren ging een stuk beter dan gisteren. Mijn voet deed al minder zeer. Er was echter een andere complicatie waardoor ik gemarteld werd, maar die reden zal ik ter bescherming van enkelen (voornamelijk mezelf) voor me houden.
Mijn dag was dus weer, zoals normaal, saai. Als stilte voor de storm. Of als het oog van de orkaan waar - zo men zegt - het windstil is. Desolaat wisselt bij mij vreugde in een hoger tempo dan normaal af. Tja, het moge misschien de examenhel zijn, maar ik houd me toch vast aan de woorden van een vriendin. "Ik vond de tijd voor de examens altijd heel gezellig. Lekker stressen met andere lotgenoten." Straks als ik mijn diploma krijg sta ik toch weer vol op in het heldere zonlicht.
vrijdag 15 mei 2009
Zhù nǐ chénggōng
zhù nǐ chénggōng = veel succes gewenst
Nu de examens niet veel langer op zich laten wachten, word mij door velen succes gewenst. Niet eens echt succes, meer een hart onder de riem met woorden als 'je haalt het wel,' en 'altijd positief blijven'. Vandaag was echter alles behalve leuk. Hopelijk kan ik vandaag zien als een generale repetitie. Ze zeggen toch altijd dat als de generale slecht gaat de uitvoering verpletterend is?
Ik werd, haast keurig, om half negen wakker, dacht nog even, over drie kwartier moet ik helemaal klaar staan voor mijn rijles, hopelijk red ik dat!, en ben de badkamer ingevlogen. Mijn moeder lag op bed, zij had nachtdienst gedraaid, dus probeerde ik zo zachtjes mogelijk mijn ochtendhumeur te onderdrukken.
Dat werd al snel op de proef gesteld. Toen een of andere idioot heeeeeel lang aan de deurbel hing, dacht ik even dat het mijn zusje was, die veel eerder uit school was dan zou moeten. Zij belt vaak heel lang, wie weet was ze haar sleutel vergeten. Omwille van mijn moeder schoot ik een t-shirtje aan en rende naar boven.
Verdorie.
Het was mijn rij-instructeur.
Het ironische van de situatie, die ik al snel begreep nog voordat ik de deur had geopend, was dat ik dinsdag op woensdagnacht had gedroomd dat ik te laat zou zijn voor mijn rijles.
En inderdaad. Mijn rij-instructeur begon direct te beppen toen ik de deur opende. Ik was eerst nog enigszins verbaasd: "We hadden toch kwart over negen afgesproken."
"Nee, Cindy, kwart voor negen."
Slik.
Snel nog een shirtje aangeschoten, schoenen aangedaan, met mijn halve vermoeide hoofd wel bedacht dat ik mijn sleutels mee moest nemen, nog gehoord dat mijn moeder -natuurlijk- wakker was geworden en mij verwenste, om vervolgens naar buiten te vliegen. Gelukkig is mijn rij-instructeur de broer van mijn tante (nee, níet mijn oom. Het gaat om de broer van de vrouw van mijn oom!) dus het werd mij redelijk snel vergeven. Ik was daardoor echter wel gespannen en reed belabberd.
Na het uurtje rijles nog even in bed gedoken. Deels om tot rust te komen deels omdat ik dus echt nog moe was. Daarna echt uit bed, ik had met een bepaalde vriendin afgesproken naar de sportschool te gaan. Daar kreeg ik al redelijk snel spijt van, toen ik doorhad dat mijn voet nog steeds pijnlijk was. Met grimassen waar ik mijn vriendin helaas niet door kon afschrikken had ik mijn schema vervolmaakt, om vervolgens voor te stellen nog even naar het grote winkelcentrum te gaan. Groot houdt in dit geval één Albert Heijn, één DA, één Hema, en nog wat lokale winkeltjes in. We hebben wat gegeten bij de Delifrance, nog wat echte meidenstuff bij de Hema en DA gekocht (nagellak en borstels) en zijn toen weer naar mijn huis teruggegaan. Toen ben ik naar bed gegaan, en waarschijnlijk is mijn vriendin weggegaan. Hopelijk!
Om vijf uur moest ik van mezelf TV Rijnmond kijken. Gisterenavond had ik mijn oma namelijk aan de lijn, die ik uiteraard direct overgegeven heb aan mijn vader. Zo gaat dat in dit huis. De een neemt op, en kan er vergif op in nemen dat het toch niet voor hem (in ons geval vaker háár, met drie meiden en maar één haan) is. Later kreeg ik te horen dat mijn zes-jarig nichtje een ongeluk had. Ze was volop geschept door een auto. Uiteraard schrikken, maar mijn vader voegde er direct aan toe dat ze gebrabbeld had: "Waarom moet ik in een ziekenwagen, ik ben toch niet ziek?"
Aangezien dezelfde dag één of andere vrachtwagen een huis op de dijk falikant had verbouwd, zagen de media het ultieme shownieuws. De dijk moest namelijk veiliger. Twéé ongelukken op één dag (stiekem denk ik dan dat we nog geluk hebben dat het er niet drie waren, zo luidt toch dat spreekwoord?). Natuurlijk behoorde TV Rijnmond tot die hiervoorgenoemde media. Dus zag ik het hoofd van mijn oom op tv, die - overtuigend - betoogde dat de dijk echt gevaarlijk was, en nog even een verslag gaf wat er met zijn dochter (mijn nichtje, voor hen die niet goed zijn in familieverbanden) was gebeurd. Iets wat hij beter niet had kunnen zeggen, nu houd ik dat doembeeld in mijn hoofd. Zeker de eerste paar keer dat ik haar weer te zien krijg, of eerste tig keer in mijn geval.
De dag werd nog beter. Werken in een redelijk vol restaurant met een zere poot, ben ik achtergekomen, valt niet bepaald aan te raden. Helemaal als een paar klanten lastig doen.
En dan wordt er gezegd dat er tussen leerdagen ook leerloze dagen behoren te zitten. Doemdagen als deze, echter, scheppen ook examendoemscènarios in mijn fantasierijke hoofd. Maar goed dat er nog altijd mensen zijn die me succes wensen met mijn examens. Dat is al een last minder.
donderdag 14 mei 2009
Kardinaal-diaken
kardinaal-diaken = een kardinaal van de laagste rang
Langzaam maar zeker, met nog maar enkele dagen voor de boeg, bekruipt me een raar gevoel. Wat nou, en ik zeg met nadruk wat nou, als ik het gewoon niet haal. Wat nou als ik bij de uitslag een belletje krijg met de mededeling dat ik niet geslaagd ben.
Dat moet een raar gevoel geven. Het gevoel dat ik wel bij de toplaag van de samenleving (de crême de la crême, zoals één van mijn geliefde leraren het graag - en váák - uitdrukt) mag zitten, maar er eigenlijk niet echt bij hoor.
Dit gevoel bekroop me absoluut niet toen ik wakker werd. Ik had het toen al moeilijk genoeg met het negeren van een getintel in mijn enkel. Gisteren na het huppelen moest ik een zak aarde in de tuin gooien. Eigenlijk na terug te zijn van jazzballet, maar mijn vader heeft de gewoonte het heerlijk denigrerend huppelen te noemen. Aangezien wij vóór de tuin een grasheuveltje hebben, moest ik eerst dat dal trotseren. De Chinese muur met zijn ongelijke treden is daar niets bij. Toen ik de zak aarde had gedumpt, en snel weg wilde blij dat ik het er zonder zogenaamde brandnetelscheuren van af had gebracht, viel ik. Nou ja, vallen is een groot woord, ik wilde mijn voet neerzetten, kon de grond niet zien vanwege het hoge gras en dacht dat het hoger was dan het was. Tja, toen zei mijn voet: "Bekijk jij het maar," en klapte hij dubbel. Ergens hoopte ik dat het ding gebroken was, dan had ik tóch een uitweg uit de examenhel gevonden. Maar helaas, alles deed het nog, behalve mijn trots. Bovendien had ik mijn hand in de brandnetels gezet toen ik omhoog probeerde te strompelen. Tot zo ver 'zonder zogenaamde brandnetelscheuren'.
Vanochtend was dus het eerste wat ik voelde de zeurende pijn van mijn enkel, gevolgd door het 'nee het doet niet zeer' complex met de missie mijn pijngrens te verhogen. Dat negeren ging helaas niet zo goed. Bij de eerste stap wist ik al dat ik de hele dag zou gaan strompelen.
Met ietwat spijt gleden mijn ogen over mijn onderarm. Ik had het hartje met de vleugels en de initialen van mijn dierbaarste personages gisterenavond eraf gespoeld, gezien de bodypaint lelijk begon te worden. Spijtig. Maar niet zo spijtig dat ik op korte termijn overweeg een echte tattoo te zetten. Al sluit ik niet uit het ooit wel te gaan doen.
Toen begon mijn saaie leven pas echt. Voor de derde maal op rij, olé, leren. Geschiedenis werd nu pas echt dodelijk saai. Ik begon aan een samenvatting wat langer leek te duren dan gedacht, hield een pauze om Piper in een furie te zien veranderen en ging weer verder met de samenvatting. Uiteindelijk hield ik het niet meer en heb ik mijn ogen even dicht gedaan. Die rust is het heerlijkste wat iemand me op een dag als deze kan geven.
Uiteraard begon toen dat gevoel van examenvrees mij pas goed te bekruipen. Zou het kunnen dat ik, over enkele weken, erachter kom dat alles voor niets was? Zou het kunnen dat ik erachter kom dat ik dan wel gekozen ben voor het hoogste, maar uiteindelijk tot de laagste rang binnen die groep behoor?
Ik vroeg een vriend er naar. Hij zei dat ik onzin praatte en het uiteraard ga halen. Dat ik moest stoppen met zeuren en gewoon door moest gaan met waar ik mee bezig was.
Ik gaf hem gelijk en zei dat ik me niet meer als een kardinaal-diaken van het Atheneum zou gedragen.
Bij deze, speciaal voor alle eindexamenleerlingen: Wij gaan het halen!
woensdag 13 mei 2009
Huíguó
Huíguó = terug naar het land van herkomst
Vandaag kreeg ik van een vriendin die ik al een tijd niet had gesproken een wijze les. Na haar eerst voor gek verklaard te hebben dat ze me veel plezier wenste met leren, zei ze: "Altijd positief denken eh!" Ik besloot haar advies te volgen.
Lezend over miljoenen mannen die hun leven riskeerden voor hun vaderland in de één na de andere nutteloze oorlog werd dat positief denken echter al snel de mond gesnoerd. Terwijl ik aan het hoofdstukje De Eerste Wereldoorlog begon, zag ik steeds beelden voor me van de film Pearl Harbor. Rafe streed voor zijn vaderland, stak de zee over, om zonder zijn beste vriend Danny (Josh Hartnett met zéér sexy legerketting en sixpack) terug te keren naar de VS. De Vijf Sterren film maakte de eerste keer dat ik hem zag al indruk op me. Toen kon ik het einde niet zien, de snoobs van Hart van Nederland onderbraken de film en ik had de leeftijd waarop ik het niet kon maken later dan 11 uur te gaan slapen, maar ik onthield dat ik die film ooit zou afkijken, wat ik ook heb gedaan, meer dan één keer.
In mijn leven ligt de term 'land van herkomst' wat moeilijker. China en Nederland strijden in mijn hoofd luidruchtig tegen elkaar. Meestal wint het oranje, maar vaak genoeg steekt het Bloeiend Middelpunt de kop op. Niet voor niets werk ik in een Chinees Restaurant, drink ik minimaal één keer per dag Chinese thee (vandaag vijf kopjes, maar bij het leren hóórt gewoon thee), en ga ik straks Sinologie in Leiden studeren.
En...
Ik ben er trots op niet te kunnen kiezen tussen Holland en China.
Vanochtend waren er meerdere moeilijke keuzes. Wel of niet bij mijn eerste wekker om 8 uur al op staan, wel of niet naar school gaan, wel of niet ook de tweede facultatieve les volgen. Op de eerste twee keuzes heb ik 'wel' aangevinkt, de laatste 'niet'. Deze drie multiplegok vragen bleken makkelijker te zijn dan mijn Economie leraar voor me in petto had. Van de acht multiplegok vragen had ik er één goed. Tot zo ver mijn voorbereiding voor Economie.
Wel, dat is ook niet zo raar, ik ben dan wel echt begonnen met leren, maar ik lees tot nu toe slechts over verderf, het Rode Kruis, de Boze wereld tegen kwetsbare onschuldigen... Voor elke dag heb ik een doel gesteld. Vandaag was dat: "Lees het boek Ten Oorlog uit." Nadat ik een doelstelling heb bereikt rest er geen tijd meer voor Economie (nu ja, meer geen zin).
Op de fiets terug naar huis fantaseerde ik lustig op het begin van mijn nieuwe en het einde van mijn oude leven los. Nog maar een paar weken, het komt steeds dichterbij. De gekochte verjaardagskaart was inmiddels geschreven en had ik, na hem bijna vergeten te zijn, vanochtend in mijn tas gedaan. Na een klein omweggetje om een brievenbus tegen te komen heb ik de kaart in dat vingerafbijtende monster geduwd (vroeger werd altijd door de juffrouws gezegd dat brievenbussen bijten, zodat niet alle kinderen met hun vingers erin zaten).
Onder het genot van een bakje Noedels (há, nog meer China) pinkte ik een traantje weg toen de ter adoptie afgestane Paige haar dode moeder omhelsde na nog maar net ontsnapt te zijn aan de Bron van het Kwade. Op de een of andere manier doen dit soort scènes me altijd wat.
Toen ben ik begonnen aan mijn leerwerk. Nog een paar weken zo doorgaan en het wordt een ritueel. Helaas heb ik niet nog een paar weken, maar sssh, het is soms handig in de examenontkenfase te verkeren. Af en toe droomde ik weg. Dan vond ik mezelf opeens in de armen van Josh die op het punt stond de übergeheime missie te voltrekken, en liet ik hem plechtig beloven dat hij terug zal keren naar zijn land. Naar mij.
dinsdag 12 mei 2009
Concubinaat
Een concubinaat is een buitenechtelijke samenleving. Mijn leven komt niet eens zo ver. Ik heb geen potentiële kandidaat waarmee ik een relatie zou willen beginnen, laat staan één die behoort tot de verboden appel.
Vandaag bestond mijn leven voornamelijk uit... leren. De eindexamens zitten er aan te komen. Zie, ik heb niet eens tijd voor een relatie. Om acht uur moest ik mijn eerste wekker al uit zetten, om de volgende een kwartier later te verzetten naar negen uur. Gisteren had mijn moeder gezegd dat ik de grijze container voor moest zetten. Ik met een chagrijnige kop om negen uur toch echt uit mijn bed. Met al mijn spierkracht de overvolle bak naar boven gesleept (eigenlijk best eerlijk, gezien het grootste gedeelte van mij af komt) en toen in één zucht door weer naar boven gevlogen om mijn wekker om tien uur te zetten.
Om tien uur werd ik dan echt wakker. Wat gegeten, tandengepoetst, lenzen in doen - goed, het normale ochtendritueel. Toen uiteindelijk op de fiets gestapt om nog even een kijkje te nemen op mijn school.
Het is niet zo dat ik een spijbelaar ben. Nee, ik spijbel haast nooit. Het is zo dat er deze week facultatieve lessen zijn, zodat iedereen zelf mag bepalen zijn tijd op school te sleten of thuis achter het bureau'tje oefenexamens te maken (of in bed liggen met het 'nee er zijn over zes dagen geen examens' complex). Ik heb er, min of meer, zelf voor gekozen naar school te gaan.
Dus met mijn mp3 speler als beste vriend (Simone Kleinsma als Norma!) fietste ik door een donkere wereld. Wat? Ja, de zon schéén, dat was de reden dat de wereld donker was. Ik heb me zelf aangeleerd om, als de zon schijnt, niet naar buiten te gaan zonder een zonnebril op mijn neus.
Op school gekomen werd ik begroet door mijn altijd vrolijke (kuch) leraar die al met een stencil keynesiaanse bullshit te wachten stond. Half luisterend, half met mezelf discussiërend of ik straks nog even mijn nest in zou duiken, heb ik de les uit gezeten.
Daarna moest er zo nodig iemand voorstellen naar de Meent te gaan. Daar ik verslaafd ben aan koffie, en toch nog even een verjaardagskaart moest kopen, stemde ik toe. De 2 euro koffie van de Hema smaakte vandaag extra goed, waarschijnlijk omdat het net leek alsof ik er niet voor hoefde te betalen. Ik had bij Economie vijf euro in mijn tas gevonden. De tas die ik al maanden niet gebruikt had.
Thuis aangekomen wachtte mij nog een kippenpoot die me smeekte hem op te eten, een episode Charmed (die waarin de lang verwachte Paige voor het eerst haar witte snoetje laat zien), en... Leerwerk. Heerlijk ontspannen lezen over Florence Nightingale die bloederige soldaten verzorgt en kogels ontwijkt. Wist je dat Napoleon niet één vrouw, maar zeker drie echtgenotes heeft gehad? En nog een paar maîtresses, waarmee hij een kleine concubinaat vormde. Zeer interessant.
Maar...
Op dit moment niet voor mij weggelegd.
Vandaag bestond mijn leven voornamelijk uit... leren. De eindexamens zitten er aan te komen. Zie, ik heb niet eens tijd voor een relatie. Om acht uur moest ik mijn eerste wekker al uit zetten, om de volgende een kwartier later te verzetten naar negen uur. Gisteren had mijn moeder gezegd dat ik de grijze container voor moest zetten. Ik met een chagrijnige kop om negen uur toch echt uit mijn bed. Met al mijn spierkracht de overvolle bak naar boven gesleept (eigenlijk best eerlijk, gezien het grootste gedeelte van mij af komt) en toen in één zucht door weer naar boven gevlogen om mijn wekker om tien uur te zetten.
Om tien uur werd ik dan echt wakker. Wat gegeten, tandengepoetst, lenzen in doen - goed, het normale ochtendritueel. Toen uiteindelijk op de fiets gestapt om nog even een kijkje te nemen op mijn school.
Het is niet zo dat ik een spijbelaar ben. Nee, ik spijbel haast nooit. Het is zo dat er deze week facultatieve lessen zijn, zodat iedereen zelf mag bepalen zijn tijd op school te sleten of thuis achter het bureau'tje oefenexamens te maken (of in bed liggen met het 'nee er zijn over zes dagen geen examens' complex). Ik heb er, min of meer, zelf voor gekozen naar school te gaan.
Dus met mijn mp3 speler als beste vriend (Simone Kleinsma als Norma!) fietste ik door een donkere wereld. Wat? Ja, de zon schéén, dat was de reden dat de wereld donker was. Ik heb me zelf aangeleerd om, als de zon schijnt, niet naar buiten te gaan zonder een zonnebril op mijn neus.
Op school gekomen werd ik begroet door mijn altijd vrolijke (kuch) leraar die al met een stencil keynesiaanse bullshit te wachten stond. Half luisterend, half met mezelf discussiërend of ik straks nog even mijn nest in zou duiken, heb ik de les uit gezeten.
Daarna moest er zo nodig iemand voorstellen naar de Meent te gaan. Daar ik verslaafd ben aan koffie, en toch nog even een verjaardagskaart moest kopen, stemde ik toe. De 2 euro koffie van de Hema smaakte vandaag extra goed, waarschijnlijk omdat het net leek alsof ik er niet voor hoefde te betalen. Ik had bij Economie vijf euro in mijn tas gevonden. De tas die ik al maanden niet gebruikt had.
Thuis aangekomen wachtte mij nog een kippenpoot die me smeekte hem op te eten, een episode Charmed (die waarin de lang verwachte Paige voor het eerst haar witte snoetje laat zien), en... Leerwerk. Heerlijk ontspannen lezen over Florence Nightingale die bloederige soldaten verzorgt en kogels ontwijkt. Wist je dat Napoleon niet één vrouw, maar zeker drie echtgenotes heeft gehad? En nog een paar maîtresses, waarmee hij een kleine concubinaat vormde. Zeer interessant.
Maar...
Op dit moment niet voor mij weggelegd.
Abonneren op:
Posts (Atom)