maandag 14 september 2009
Nathals
nathals = iemand die veel drinkt
Alcoholistisch verdringt de shopaholistische buien? Nee. Zo snel gaat het niet in het studentenleven. Maar ik zal niet ontkennen dat ik meer drink dan vroeger (like, twee maanden geleden). Wellicht komt het door mijn overgeobsedeerde alles drinkende, vooral rosé lievende, huisgenote dat ik aan het transformeren ben naar een nathals. Misschien komt het omdat mijn moeder me rosé's blijft meegeven, en zodra ik dat woordje ook maar laat vallen me haast verplicht voel ene huisgenoot te vragen of ze mee komt drinken. Maar verder is het heel gezellig. De rosé dan, mijn huisgenoot is natuurlijk te ver-ve-lend voor woorden.
Merk de sarcasme, slash slechte grap uit mijn laatste zin. Ik lief mijn huisgenoten, en in het bijzonder die ene rosé liefhebbende obsessieve schat.
De tweede week van mijn studie is begonnen. En, na een droge keel van het veelvoudige Mandarijnse klanken oefenen met rosé nat te hebben gemaakt was het vandaag de beurt aan karakters.
Dat rare schrift waar de Chinezen, zo las ik gisteravond, na rosé gedronken te hebben met die ene specifieke huisgenoot, in mijn grammatica van het Mandarijn boek, kennen ontelbare karakters. Volgens de oudste overlevering die men heeft kunnen ontcijferen zou het aantal tot dik in de 85.000 liggen. Nu hoeft men voor het lezen van alledaagse teksten er maar 3.000 te kennen.
Merk opnieuw de sarcasme. Ik ken er nu 0. 26 letters, oké, maar 3.000 karakters is andere koek. Alhoewel, liever 3.000 dan 85.000, het blijft ten minste nog onder de 10.000.
Genoeg getallen voor dit late uur. Tijdens de werkcollege was het natuurlijk weer de beurt aan de uitspraak. En nee, mijn keel was niet genoeg geölied met rosé. Het spijtige is namelijk dat alcohol heel snel bij mij inslaat, en ik altijd zo verstandig ben na twee glazen achterover te klokken stop. Geen wonder dat ik mijn geliefde liefste huisgenote er weer toe moest dwingen haar kamer af te staan aan mij. En haarzelf. En de roséfles. Kijk, als ze haar kamer enkel aan mij zou afstaan, zou ze het wellicht niet doen, maar alles draait om wijn. En alles wat gratis is, is per definitie goed. Wat zij al zei: "Studenten zijn sloebers. En wij zijn studenten, dus we mogen sloebers zijn."
Amen op dat.
Om toch het sloebergehalte niet te hoog te laten stijgen, heb ik wel wat voor de kost gedaan. Vijf uur bij de Eazie scheppen, enkele foutieve bestellingen en dweilavond zonder alcohol maar met een heuse dweil, sop en water verder heb ik spierpijn in mijn rechterhand van het scheppen van de groenten. Serieus, die tangen zijn van ijzer! Ze willen niet meegeven, en geven niet toe aan de overweldigende kracht van mijn hand.
Hoe dan ook, na na het werk nog even te socializen, goh, ik doe hier in Leiden niet anders, met mijn super aardige collega's, toch de weg naar huis gevonden. Bijna van mijn fiets geblazen door één of ander feest dat een andere afdeling, maar van hetzelfde pand, in onze tuin gaf, nog dubbel gecheckt of er geen uitnodiging van dat feest door de brievenbus lag, tja, je moet iets om te voorkomen niet enkel bestempeld te worden als nathals, maar er ook één te zijn. Helaas, geen uitnodiging, en omdat ik die lieve schat van een huisgenote van me niet wilde laten droogstaan, en omdat ik geen avond zonder haar kan doorbrengen, toch maar de laatste resten van de fles geschonken om onder het genot van die bedwelmende dampen steeds vermoeider te worden.
vrijdag 4 september 2009
Zhuāngbī
zhuāngbī = uitslover
En als je iemand toch helemaal haat, dan noem je hem toch zhuāngbī? Hoewel de Nederlandse vertaling van het woord, niet geheel onaardig klinkt, is de Chinese versie ervan wel zeer onaardig. Misschien heeft dat te maken met het feit dat chinezen vanuit hun normen en waarden lichtelijk nederig en respectvol naar elkaar en tegen elkaar zijn. Waardoor zij niet zo grove woorden als grove woorden ervaren.
Wie ik vandaag zhuāngbī heb genoemd? Eigenlijk niemand. Goed, er was een klein incidentje, maar wie was koppiger?
Toegegeven. Ik.
Ik kan namelijk heel goed, heel erg, heel overdreven, overdrijven. Gaat het niet zoals ik wil, dan doe ik het zoals de ander wil, maar dan altijd tien keer zo gek. Mijn moeder zei vroeger al: "Jemig Cindy, het gaat bij jou ook altijd van het ene uiterste na het andere."
Misschien past de titel van mijn blog nog wel het beste bij mezelf, als ik zo nodig iemand moet noemen. Hoewel niet in de negatieve betekenis wat chinezen betreft, heb ik wel enigszins lopen pronken dat ik één (!) karakter heb geleerd vorige week toen ik met de studievereniging op kampweekend was. De studievereniging is enkel voor sinologen, er waren dus ook voornamelijk aankomend eerstejaars sinologen.
Ja, het is waar. Ik liep door het restaurant, en merkte hoe erg ik het gemist heb. Ik vind het heerlijk mensen te laten gissen, als ze vragen waarom ik zo goed Nederlands kan spreken. Ik vind het geweldig om geheimzinnig te doen, maar wel prikkelend te antwoorden.
Ik ben een walgelijk persoon.
En ik doe het met liefde.
Niet voor niets is mijn favoriete personage van mezelf Nadia Lelia. De uitslover.
Anyhow. Zoals je inmiddels wel door zult hebben begin ik enkel met zo'n lange inleiding als de dag saaier was dan het tellen van elke afzonderlijke wimper van elk mens. Wat ik vandaag gedaan heb zal ik dan ook, hoe heerlijk!, in één zin samenvatten.
Slapen, gevolgd door uitslovers doodrijden tijdens mijn rijles, om tot slot zelf de uitslover te spelen in het restaurant.
Ach ja, deze blog is misschien niet zo vrolijk, of zo inspiratievol. Ik heb altijd het idee dat mijn blogs beter zijn als ik een maand niet heb geblogd. Dat is niet zo. Mijn blogs zijn gewoon beter als mijn dag niet zo saai is. Soms wou ik dat mijn geheugen was als een goudvis. Het schijnt namelijk dat zij maar een geheugentermijn van drie seconden hebben. Dan zou het enige waar ik over uit kon sloven het feit zijn dat mijn kom zo groot is! Enkel maar omdat ik niet door had dat de nieuwe plekjes die ik ontdek, ik al eerder ontdekt heb. En dat de ruimte die er steeds bij komt, er maar bij lijkt te komen.
En als je iemand toch helemaal haat, dan noem je hem toch zhuāngbī? Hoewel de Nederlandse vertaling van het woord, niet geheel onaardig klinkt, is de Chinese versie ervan wel zeer onaardig. Misschien heeft dat te maken met het feit dat chinezen vanuit hun normen en waarden lichtelijk nederig en respectvol naar elkaar en tegen elkaar zijn. Waardoor zij niet zo grove woorden als grove woorden ervaren.
Wie ik vandaag zhuāngbī heb genoemd? Eigenlijk niemand. Goed, er was een klein incidentje, maar wie was koppiger?
Toegegeven. Ik.
Ik kan namelijk heel goed, heel erg, heel overdreven, overdrijven. Gaat het niet zoals ik wil, dan doe ik het zoals de ander wil, maar dan altijd tien keer zo gek. Mijn moeder zei vroeger al: "Jemig Cindy, het gaat bij jou ook altijd van het ene uiterste na het andere."
Misschien past de titel van mijn blog nog wel het beste bij mezelf, als ik zo nodig iemand moet noemen. Hoewel niet in de negatieve betekenis wat chinezen betreft, heb ik wel enigszins lopen pronken dat ik één (!) karakter heb geleerd vorige week toen ik met de studievereniging op kampweekend was. De studievereniging is enkel voor sinologen, er waren dus ook voornamelijk aankomend eerstejaars sinologen.
Ja, het is waar. Ik liep door het restaurant, en merkte hoe erg ik het gemist heb. Ik vind het heerlijk mensen te laten gissen, als ze vragen waarom ik zo goed Nederlands kan spreken. Ik vind het geweldig om geheimzinnig te doen, maar wel prikkelend te antwoorden.
Ik ben een walgelijk persoon.
En ik doe het met liefde.
Niet voor niets is mijn favoriete personage van mezelf Nadia Lelia. De uitslover.
Anyhow. Zoals je inmiddels wel door zult hebben begin ik enkel met zo'n lange inleiding als de dag saaier was dan het tellen van elke afzonderlijke wimper van elk mens. Wat ik vandaag gedaan heb zal ik dan ook, hoe heerlijk!, in één zin samenvatten.
Slapen, gevolgd door uitslovers doodrijden tijdens mijn rijles, om tot slot zelf de uitslover te spelen in het restaurant.
Ach ja, deze blog is misschien niet zo vrolijk, of zo inspiratievol. Ik heb altijd het idee dat mijn blogs beter zijn als ik een maand niet heb geblogd. Dat is niet zo. Mijn blogs zijn gewoon beter als mijn dag niet zo saai is. Soms wou ik dat mijn geheugen was als een goudvis. Het schijnt namelijk dat zij maar een geheugentermijn van drie seconden hebben. Dan zou het enige waar ik over uit kon sloven het feit zijn dat mijn kom zo groot is! Enkel maar omdat ik niet door had dat de nieuwe plekjes die ik ontdek, ik al eerder ontdekt heb. En dat de ruimte die er steeds bij komt, er maar bij lijkt te komen.
donderdag 3 september 2009
Proclamatie
Gezien ik weet dat ik sinds kort nieuwe lezers heb, voel ik mij gedwongen enkele proclamaties (=afkondiging; openlijke bekendmaking) te doen. Ook voor de oude lezers is het misschien goed wat meer te weten te komen over zij die al die saaie blogs nu eigenlijk schrijft.
Ik ben dus Cindy, ik ben achttien/negentien jaar. En nee, ik ben niet achttieneneenhalf. Zie je, het zit zo, op mijn Chinese paspoort staat als geboortedatum 11 april 1990. Op mijn Nederlandse echter 11 april 1991. Het is dan ook een leuk weetje dat ik twee keer mijn derde verjaardag heb gevierd.
Hoewel ik modebewust ben, en elke dag een flinke kledingcrisis heb, raak ik make-up bijna nooit aan. Of ik een natural beauty ben valt aan anderen te beoordelen. Die troep op mijn huid zit gewoon niet, blijft niet zitten, en jeukt. Goh, ik begin nu een beetje als mijn zusje te klinken. De belangrijkste reden is wel dat het duur is. En ik ben een arme studente.
Verder ben ik geen ochtendmens. Het liefst, zoals vandaag, verslaap ik mijn halve dag.
Snap je nu waarom ik met zo'n interessante, kuch, opening begin? Ik heb gewoon de halve dag geslapen. Of gedaan alsof ik sliep. Ik had namelijk ook redelijke koppijn, en volgens mij is die hoest van mij ook niet zo leuk. Toen ik écht uit mijn bed kwam, was dat omdat mijn vader me liep om... aardappels te schillen.
En nee, wij eten 's middags niet warm.
"Gast!"
Zo riep hij, waarop ik - eenmaal van de trap afgestormd - antwoordde: "Begin jij nu ook al het accent van mijn wereldstad over te nemen?"
Nee, dat niet, maar hij doelde meer op de functie van mijn komst. Ik was een gast, gezien ik officieus en officieel niet meer in mijn dorpje woonde. Zelfs de IB groep weet dat.
Met het idee van aardappels, had ik niet gezegd dat ik raar ben? ik vind aardappels namelijk heerlijk, in mijn achterhoofd staakte ik mijn gesputter. Van mijn vader kan ik het toch nooit winnen. Gezien hij gisteren 55 jaar is geworden wordt het toch langzamerhand tijd dat ik begrip ga tonen. Al is het maar voor het feit dat hij al jaren onhandelbare pubers in zijn huis heeft. Al was/is mijn zusje nog altijd onhandelbaarder dan ik, uiteraard.
Na het eten restte mij niet veel te doen dan wat ik normaal doe. Nutteloos op het internet rondklikken. Hier en daar wat losse letters aan elkaar tikken, om ze apart te zetten door ruw een spatie te plaatsen. Soms voelt schrijven alsof ik een vrouw met een hakmes ben. Ik bepaal welke letters er wel en welke er niet aan elkaar mogen staan. En de letters die ik los wil hakken, hak ik met mijn duim los.
Oké, nu wordt mijn vergelijking van schrijven met een moordenaar eng. Misschien komt dat wel omdat ik het avondeten heb moeten nuttigen terwijl Mister Monk zijn aartsvijand onderuit probeerde te trekken.
Ach, dit was serieus een dag van niets. Het was saai, behalve mijn dromen. Maar dromen kan ik op de een of andere manier nooit onthouden. Ik denk dat het feit dat deze dag saai was, in tegenstelling tot die 21 dagen hiervoor, op zich al een proclamatie is. Dus laat ik het daarom hier maar bij houden. In ieder geval voor vandaag.
Ik ben dus Cindy, ik ben achttien/negentien jaar. En nee, ik ben niet achttieneneenhalf. Zie je, het zit zo, op mijn Chinese paspoort staat als geboortedatum 11 april 1990. Op mijn Nederlandse echter 11 april 1991. Het is dan ook een leuk weetje dat ik twee keer mijn derde verjaardag heb gevierd.
Hoewel ik modebewust ben, en elke dag een flinke kledingcrisis heb, raak ik make-up bijna nooit aan. Of ik een natural beauty ben valt aan anderen te beoordelen. Die troep op mijn huid zit gewoon niet, blijft niet zitten, en jeukt. Goh, ik begin nu een beetje als mijn zusje te klinken. De belangrijkste reden is wel dat het duur is. En ik ben een arme studente.
Verder ben ik geen ochtendmens. Het liefst, zoals vandaag, verslaap ik mijn halve dag.
Snap je nu waarom ik met zo'n interessante, kuch, opening begin? Ik heb gewoon de halve dag geslapen. Of gedaan alsof ik sliep. Ik had namelijk ook redelijke koppijn, en volgens mij is die hoest van mij ook niet zo leuk. Toen ik écht uit mijn bed kwam, was dat omdat mijn vader me liep om... aardappels te schillen.
En nee, wij eten 's middags niet warm.
"Gast!"
Zo riep hij, waarop ik - eenmaal van de trap afgestormd - antwoordde: "Begin jij nu ook al het accent van mijn wereldstad over te nemen?"
Nee, dat niet, maar hij doelde meer op de functie van mijn komst. Ik was een gast, gezien ik officieus en officieel niet meer in mijn dorpje woonde. Zelfs de IB groep weet dat.
Met het idee van aardappels, had ik niet gezegd dat ik raar ben? ik vind aardappels namelijk heerlijk, in mijn achterhoofd staakte ik mijn gesputter. Van mijn vader kan ik het toch nooit winnen. Gezien hij gisteren 55 jaar is geworden wordt het toch langzamerhand tijd dat ik begrip ga tonen. Al is het maar voor het feit dat hij al jaren onhandelbare pubers in zijn huis heeft. Al was/is mijn zusje nog altijd onhandelbaarder dan ik, uiteraard.
Na het eten restte mij niet veel te doen dan wat ik normaal doe. Nutteloos op het internet rondklikken. Hier en daar wat losse letters aan elkaar tikken, om ze apart te zetten door ruw een spatie te plaatsen. Soms voelt schrijven alsof ik een vrouw met een hakmes ben. Ik bepaal welke letters er wel en welke er niet aan elkaar mogen staan. En de letters die ik los wil hakken, hak ik met mijn duim los.
Oké, nu wordt mijn vergelijking van schrijven met een moordenaar eng. Misschien komt dat wel omdat ik het avondeten heb moeten nuttigen terwijl Mister Monk zijn aartsvijand onderuit probeerde te trekken.
Ach, dit was serieus een dag van niets. Het was saai, behalve mijn dromen. Maar dromen kan ik op de een of andere manier nooit onthouden. Ik denk dat het feit dat deze dag saai was, in tegenstelling tot die 21 dagen hiervoor, op zich al een proclamatie is. Dus laat ik het daarom hier maar bij houden. In ieder geval voor vandaag.
Lăoshŭ
lăoshŭ = muis
Soms denk ik wel dat ik niet helemaal honderd ben. De ene keer denk ik dat wat vaker dan de andere keer. Ook denk ik achteraf wel eens dat ik toen niet helemaal honderd was. Zoals vandaag toen iemand mij foto's van gisteren liet zien. En nee, ik was zeker niet dronken, of aangeschoten. Nou, misschien een klein beetje aangeschoten dan.
Bijvoorbeeld. Ik heb geen muisfobie. Sterker nog, ik heb muizen als huisdier gehad. Niet echt muizen, Gerbils, oftewel woestijnratjes. Ze zien er heel erg uit als muizen. Daarenboven was ik niet het schattige kleine chinese meisje dat met kikkervisjes zat te spelen. Ik spring namelijk een meter de lucht in als er ook maar een kikker in mijn buurt komt. Hopelijk gaat niemand deze informatie gebruiken, hmm. Nee, ik speelde als klein schattig meisje met... Spinnen. Ik doodde ze door één voor één hun acht pootjes eruit te rukken.
Tot op de dag van vandaag ben ik niet bang voor spinnen of muizen.
Eigenlijk vind ik muizen namelijk zeer intrigerend. Hoe ze door de kleinste gaatjes schieten alsof ze alles aan kunnen. Hoe de kat een muis achterna zit, en een muis een olifant kan laten schrikken. Muizen zijn niet voor één kaasblokje te vangen, zo vertelt ons ook een zeer gouwe ouwe film, waarin een paar volwassen mannen één rotmuisje proberen te vangen, en in die jacht het halve huis afbreekt.
Mijn leven is alles behalve intrigerend. Zeker als ik in mijn dorpje ben, in plaats van mijn wereldstad. Ik voel het al als ik in de trein zit. Met mijn laptop in mijn tas, een glamour in de hand, en het zangerige gezang van een Stanley Burleson als achtergrondmuziek. Hmm, de Dood mag mij best komen halen, als hij zo goed zingt als Stanley.
Anyhow (dit woordje heb ik overgenomen van mijn nieuwe stadsgenoten, vroeger zei ik namelijk ALTIJD anyway) terwijl de trein door het pitoreske landschap der Nederlanden (KUCH!) snelt, laat ik behalve mijn nieuwverworven accent ook een deel van mijn nieuwe leven achter. Het spannende deel, welteverstaan.
Eenmaal thuis moest ik als de sodemieter opschieten omdat mijn geliefde rij-instructeur (tja, ik kan hem moeilijk haten, het is familie!) me had gevraagd of ik om half drie kon lessen in plaats van om zes uur. Na anderhalf uur niemand dood te rijden, behalve misschien wat muisjes en kikkers, die laatste vind ik veel minder erg, kon ik weer veilig uitstappen. Daarna verviel ik in het oude ritueel, dat met één woord samen te vatten valt. Laptop.
Voordat ik echter er voor kon gaan zitten om te gaan MSNen en wat ik allemaal niet op het grote gebied der computers doe, moest ik helaas nog wel even mijn gezicht op de werkvloer vertonen. Mijn vader was vandaag jarig, de jarige beslist over het eten. In zijn geval Chinees. Goh, dan begin ik me af te vragen waarom wij nog leven...
Anyhow (rotnieuwaccent) gezien ik een vriend had beloofd dat ik binnen een kwartier klaar zou zijn met deze blog, kan ik hem niet goed afsluiten. Dus zal ik wel net doen alsof ik nu opeens een muis ben, die verwacht had nog heeeeel lang te leven, maar door toe doen van de mens in de val is gelokt. Dood. Ik kan Stanley's stem al horen...
woensdag 2 september 2009
Suíbiàn
suíbiàn = zomaar
Wanneer de integratie in het studentenleven vordert, tijdtekort nauw verbonden staat aan geldtekort en slaaptekort, leer je als sjaars het begrip 'zomaar' opnieuw kennen. Voor alle aanstaande sjaarzen, een sjaars is de brugpieper van het hogere onderwijs. Wat mij betrof vandaag inclusief overvolle tas. Minus de lengte, tenzij je, wat mij betreft, aziatisch bent. Het had handiger geweest als de chinezen in plaats van lotusvoetjes hun benen uitrekten, maar helaas, ik ben gedoemd kleiner te zijn dan een gemiddelde langneus.
Zomaar naar de studie gaan, omdat het in de kamer een t**zooi is. En met te**zooi bedoel ik het soort ter**zooi waarbij ik 's ochtends verplicht aan ochtendgymnastiek doe om de gang van onze afdeling te kunnen bereiken. Hutkoffertje van een kamp hier, tasjes van een shopaholistische bui daar, kleren overal. Door die teringzooi duurt het minstens een uur voordat ik klaar ben om te kunnen douchen, hier en daar zoeken naar shampoo levert binnen een kwartier een sanex op, maar voor mijn brillenkoker doe ik gemiddeld langer. Gezien de avond weer eens eindigde toen het eigenlijk al weer de volgende dag was, had ik vanochtend ook niet bepaald zin om vroeg uit bed te gaan. Ik geloof dat de wekker me wel vijf keer het bed uit had willen rukken, ach, had het maar geen wekker moeten worden. Toen ik me er dan uiteindelijk uit kon slepen, had ik nog maar twee uurtjes voordat ik verwacht werd om mijn nieuwe, geweldige, leuke, stoere, gave, CHINESE, boeken op te halen. En met een uurtje zoekwerk naar de spullen, een halve kledingcrisis, en de verplichte ochtendgymnastiek ging ik dus redelijk halsoverkop naar het centrum van mijn wereldstad.
Toen ik de boeken had, en deze zomaar in een kluisje had gestopt gezien een heel slim meisje met dat idee kwam, besloot ik ook nog eens zomaar te gaan eten. Ik had niet ontbeten. Ten eerste had ik daar de tijd niet voor, ten tweede het geld niet, en tot slot had ik überhaupt geen eten in huis. Toen ik besloot een terrasje te pikken, figuurlijk gesproken, werd ik gebeld door een studiegenoot. Haar woordelijke vraag? "Cindy! Ik zit hier met een vriend op een terrasje te chillen, kom je ons joinen?" Waarop ik natuurlijk geen nee kon zeggen, gezien het een schat is.
Nadat ik met wat studiegenoten heb gegeten, werd het dan eindelijk tijd om een nieuwe dimensie aan het studentenleven te geven. Eentje die vele studenten bijna zouden vergeten, en geheel onbelangrijk is. Namelijk... Colleges volgen!
Ja, dat klopt, vandaag had ik mijn allereerste, supergave, coole, vette, waar ik al twee jaar op heb zitten wachten, SAAIE college. Alleen als ik er al aan terug denk vraag ik me af waarom ik in vredesnaam niet in bed ben blijven liggen toen de wekker voor de zesde keer afging. Maar goed. Toch het college uitgezeten, waarbij zelfs een uur na tijd nog iemand binnen durfde te komen, ik zelf zou niet eens meer op de deur durven te kloppen, om vervolgens ALWEER een rondleiding te krijgen. Zijn ze bang dat we verdwalen ofzo? En ja! De weg van mijn faculteit naar de bibliotheek is lastig! En nee, ik wéét dat het maar één straatje uitlopen is, en minder dan 300 meter moet zijn van elkaar. En NEE, ik ben niet achterlijk waardoor ik vanochtend voor de derde keer verdwaalde van de bibliotheek naar de faculteit. Ik bedoel maar, ik heb ook een VWO diploma op zak! Al hoeft dat volgens mijn zusje niet veel te zeggen, maar dat laten we maar buiten beschouwing.
Na de rondleiding moest ik een rok kopen. Gezien ik zomaar dat ding gisteren had gekocht, maar geen zin had om het te passen, kwam ik er thuis achter dat het rotding te klein was. Dus, zo zei ik tegen studiegenoten, zou ik wel even mijn rokje ruilen.
Nee hoor, ik ben nu lekker anticlimax. Ik heb inderdaad even mijn rokje geruild, ik was binnen vijf minuten weer helemaal klaar om naar de McDonalds te gaan. Helaas veranderden we opeens van gedachte en gingen we naar de Subway. Alhoewel... Helaas? Het is natuurlijk stuk gezonder en ook lekkerder.
Het begrip zomaar heeft pas echt een nieuwe betekenis gekregen als ik het associeer met koken. Staand bij de goedkopere en slechtere versie van de AH liep ik langs de rekken, op zoek naar iets eetbaars. Om te komen bij een schnitzel achtig iets en wat krieltjes. Champignons erbij, en mijn maaltijd was weer volledig.
Thuisgekomen kwam ik erachter dat ik gelukkig nog wel groenten had, waardoor ik dus in de supermarkt goed had gegokt. Ik had nog niet echt trek, met dank aan de Subway. Dus ging ik maar even zomaar mijn huistaak doen. Die voor deze week uit vuilnis bestond. Waarop mijn vader grappig probeerde te zijn door te zeggen: "Betalen we je nou zoveel geld zodat je vuilnisman kan worden?"
Ook eenmaal op de sociëteit, SSR HOOG! werden mijn plannen falikant in het water gegooid. Nee dat is geen uitdrukking, nee falikant is vast niet goed geschreven. Maar hé, ik ben nu officieel studente, ik heb zelfs al colleges gehad, dus ik heb tijdgebrek, en nog belangrijker slaapgebrek. Twaalf uur naar huis was opeens half twee naar huis, waardoor ik nu half dood in bed lig. En nu dus ook zeer hopelijk zomaar in slaap ga vallen.
Abonneren op:
Posts (Atom)