zaterdag 25 juli 2009

Schelm


schelm = deugniet

Toen mijn ouders mij uit China kwamen halen, filmde mijn vader dit. Niet met digitale camera, kom op, dat is zó eenëntwintigste eeuw. Nee, met een bandje, die hij dan kon omdraaien als deze vol zat. Een jaar terug hebben wij, mijn vader en ik, van deze beelden een filmpje gemaakt. Met als titel, jawel, Zhu Hong wordt Cindy. Als ik die vertederende beelden zie, van mezelf als rondwaggelende schelm, kan ik haast niet geloven dat dat pas zestien jaar geleden is. Ik heb het gevoel dat ik er al een heel leven op heb zitten. Net zoals ik niet kan geloven dat het pas zes jaar geleden is dat wij onze eerste dvd speler kochten, en die een jaar lang slechts sporadisch gebruikt hebben. Er werden nog volop video’s gedraaid.

De tijd gaat voort, en zo ook de techniek. Vandaag zijn twee gebeurtenissen daar tekenend voor.

Wat de eerste betreft, na lange tijd, twee weken, ben ik eindelijk weer op mijn kamer geweest.
Het bed was eindelijk opgemaakt, en ik moet zeggen dat ik het stiekem heel erg mooi vind. We hebben het bureau uit mijn oude kamer in mijn kloosterkamer gepropt. Met gepropt bedoel ik ook letterlijk gepropt. Jemig, je moet verhuizen, dan pas zie je in hoeveel zooi je eigenlijk hebt. Ik krijg koudwatervrees als ik zie hoe vol mijn kamer zit. Angstig dat niet alles er in gaat passen.
Het scheen heel stil te zijn in het Klooster op mijn afdeling. Maar op het laatste moment kwam er een huisgenoot uit de douche (wel aangekleed hoor!). Helaas was ik zijn naam vergeten. Het was ook pas de eerste keer dat ik hem weer zag na mijn hospiteeravond. Niet goed zijn in namen onthouden plus mijn best doen om de kamer te bemachtigen, geeft de naam totaal vergeten zijn. Maar dat betekent niet dat ik hem niet aan kon spreken. Dus zei ik hoi. Nee, ik zei niet hey daar huisgenoot van me waarvan ik de naam alweer vergeten ben. Terwijl ik met Tim praatte (laten we mijn naamloze huisgenoot voor het gemak een naam geven) vroeg ik direct even of hij wist waar het sleuteltje was die nodig is om de post te pakken. Tim zei dat iemand hem had meegenomen. Laat nu net al mijn huisgenoten behalve hij op vakantie zijn. Hij zei ook dat hij daar zelf ook pas gisteren achterkwam.
Geen goed nieuws. Ik verwachtte eigenlijk een brief van de universiteit. Maar goed, dan maar wachten totdat degene met het sleuteltje terug is.

Op de terugreis vanuit mijn kamer zijn mijn moeder en ik nog even bij Ikea geweest. Daar heb ik een veels te dure sprei na een veels te lange wachtrij geretouneerd. Voor het geld van de sprei heb ik een badjas gekocht na veels te lang in de rij voor de kassa te hebben gestaan. Ik weet namelijk van mezelf dat ik eerst een half uur voor de kast sta, voordat ik iets aantrek. En dan kan ik dus straks niet meer vanuit de douche met enkel een zwart hemd aan doen. Ik was niet voor niets blij dat Tim wel kleren aan had toen hij uit de douche kawm.
Na Ikea was mijn marteling nog niet over. Goed, ik heb gisteren al toegegeven dat ik shopverslaafde ben. Maar dat shoppen gaat dan over kleding, en voornamelijk kleding met te gekke kortingen. Niet over de dagelijkse, in ons geval wekelijkse, boodschappen. Maar om mijn moeder te helpen ben ik toch vrijwillig (!) meegegaan.

Eindelijk mocht ik weer werken. Tijdens het werken merkte ik dat ik dat het meest had gemist die dagen dat ik in Barcelona zat. Het leek een eeuwigheid geleden dat ik in het restaurantje heb rondgeparadeerd. Glimlachend naar schelms zoals ik er vroeger één was. Goh, het moederinstinct slaat bij mij wel vroeg toe, niet?
Na het werk was een dubbele aflevering van Lost precies wat ik nodig had. Noem me gestoord, maar die Ben geeft me de kriebels. Zelfs, of juist vooral, zijn jongere versie.

Bij het maken van deze blog, of eerlijk gezegd dáárvoor, stuitte ik op de tweede. Vooruitgaande techniek. Ja, het is geweldig dat internet niet meer iets onmogelijk is, wat enkel rijke of computergekken hebben. Dat ik niet meer juich als de downloadsnelheid 15 mb per uur is, of dat de computer niet meer een zelfingebouwde teller heeft staan, die precies bijhoudt hoeveel mb welke bewoner heeft gebruikt. Ik kan me tijden herinneren dat mijn vader me dus mooi voor mijn gebruikte hoeveelheid liet betalen. Volgens mij kreeg ik een maximum, en elke kilobyte die daar boven ging, moest ik dokken.
Maar, internet mag dan wel groter en beter geworden zijn, toch is het nog niet briljant. Zeker niet toen ik er dus zo’n beetje NET achterkwam dat onze eruit ligt. Ik heb geen internet. En dat is niet de eerste keer. Nu wil ik ook weer niet beweren dat ik nooit internet heb, goh, dat was één van mijn verslavingen. Maar sporadisch weet ons draadloos internet het altijd te begeven. Omdat ik redelijk zeker was dat morgenochtend het internet het weer zou doen, heb ik toch deze blog geschreven.

Ik kan nu moeilijk afsluiten met: Nog eventjes geduld dus, ik zet deze blog zo spoedig mogelijk online! Want op het moment dat je deze zin leest, staat deze blog al online. Dat zou zelfs voor mij een te belachelijke afsluiting zijn. Volgens mijn zusje zeg ik namelijk nog wel eens, heel vaak, iets idioot. Ik vraag me vaak genoeg af wanneer zij van vertederde, lieve schelm tot een puberende bromvlieg is geworden. Misschien moet ik straks toch even die dvd Zhu Hong wordt Cindy opzoeken. Alvast kijken hoe mijn toekomstige dochter eruit zal zien. Want, zo lang die dochter een jaar of tien, twintig, dertig, op zich laat wachten, moet ik toch iets hebben om door vertederd te worden. En wat is er dan beter dan kijken naar de schelm in mezelf?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten