maandag 3 augustus 2009

Gebrouilleerd


gebrouilleerd = in onmin

Er zijn momenten in het leven dat belangrijke dingen gebrouileerd worden. Ze zijn niet honderd procent goed, zeker niet op dat moment. De timing is slecht, onjuist. Soms, heel soms, wordt er geleerd die punten, en soms zelfs die personen, wel te leren aanvaarden.

Wanneer je op jezelf woont bijvoorbeeld. Vandaag werd ik vroeg wakker, met zenuwen al half in mijn lichaam. Ik kan hoog of laag springen, maar stiekem vind ik het best wel een beetje spannend allemaal. Dat idee werd direct uit mijn lijf gepompt toen ik lekker op MSN met een meisje die ik al een hele tijd niet gesproken heb, ging roddelen. Cam aan, en hopla, gaan met die banaan. Was erg gezellig. Daarna moesten we naar It's. Niet om iets te kopen, ben je gek. Afdingen, afdingen en nog eens afdingen. In deze tijd wil iedereen verkopen, dus ben je idioot om niet af te dingen.
Wat ik moest hebben?
Een tv, een magnetron, en een koelkast. Ik zag het gezicht van verkoper al van 'shit, ik moet werken, en dat voor dat uurloontje,' veranderen naar 'yes, ik heb een potentiële geldbrengende klant die voor promotie kan zorgen' toen ik dat vertelde. Mijn gezicht veranderde van 'ik heb al veel te veel uitgegeven, moet ik dat nu wel al doen?' naar 'yes, hij wil duidelijk verkopen, die honderd euro ding ik wel af' en uiteindelijk naar 'shit'. Hij kon niets voor ons doen. Ook mijn moeders charmekunstjes hielpen niet. Niet dat dat veel zegt, als je een versierende aap naast haar neer zet zullen mensen zich afvragen wie wie na doet. Maar niet zeggen tegen mijn alle lieve moeder hoor...
Daarna was het tijd om te eten, ik probeerde mijn eten nog te verdedigen. Mijn moeder had gezegd dat ik al het vlees dat overbleef mee mocht nemen naar het klooster. Daar ze vlees bakte die we zaterdag van de barbecue over hadden gehouden, zat ik dus al verlekkerd te kijken naar de karbonades, kippenpoten, satéstokjes, spareribs en balletjes. Maar helaas bleven er enkel een handjevol kippenpoten over. Ach, moet kunnen, daar kan ik makelijk van eten. Hopelijk.
Toen was het tijd om... jawel, naar het klooster te gaan! En dit was anders dan de andere keren, dit keer zou ik niet in de auto terug zitten.

Ja, dat is juist, ik typ deze blog nu vanuit mijn kloosterkamer. Ik heb net mijn eerste douche in het klooster gehad. Hoor huisgenoten hun deuren dichtklappen, schrik zelf haast op als ik een deur iets te hard dichtdoe, en heb zojuist de televisie goed ingesteld. Verder is het hier een zooi, en dat terwijl ik drie kratten leeg heb geruimd, en mijn bureau heb gezocht (lees: alle rotzooi op mijn bureaublad weggezet, zodat het bureau weer zichtbaar is). Nu lig ik in kids playground (zo noemt mijn vader mijn bed, gezien het een tweepersoonsbed is), naar mijn nieuwe tv te kijken hoe dom mannen zijn. Mannenavond op MTV, moet je van houden...

Ik word me nu al wél bewust, en dat na maar enkele secondes, minuten, of uren, hoe je het ook wil noemen, in mijn kloosterkamer, dat ik mijn ouders soms heb gebrouilleerd. Zaken die zij doen en deden leken altijd zo klein, mijn taak was veel groter! De tafel afruimen, de tafel dekken, de vaatwasser leeg- en inruimen. Man, dat was een dagtaak! Ook kom ik er achter hoeveel waarde ik aan spullen hechtte. Thuis keek ik niet op of om als er iets op de vloer viel, hier zit ik met mijn vingers direct op het laminaat om te kijken of het gekrast is. Tijdens het boodschappen doen met mijn moeder lette ik zelfs op de prijs, waarop mijn moeder zei: "Ik wou dat je veel eerder was verhuisd."

Misschien is dat ook wel zo. Misschien? Zeer waarschijnlijk. Ja, ik ben volwassener geworden, ja, ik houd meer erg in dingen nu ik zo dicht tegen het op mezelf wonen aan zit. Ja, ik ga vroeg uit bed, zodat ik niet in een ellenlange rij zit morgen. Weltrusten vanuit het klooster!

zondag 2 augustus 2009

Lommerrijk


lommerrijk = schaduwrijk; bladerrijk

Plato beweerde ooit dat wij, de mensheid, het leven, in een grot woonden. Wij zijn onwetend, zien de schaduwen in de grot aan voor de enige werkelijkheid. Wij leven in een lommerrijk, niet wetend dat de echte wereld zich daarbuiten bevindt.
Soms, als ik me echt nutteloos voel, of me buitengewoon verveel, vraag ik me af of Plato met zijn lommerrijk gelijk had. Wat als wat wij als werkelijkheid zien niet echt is? Of dat er buiten ons nog intelligentere wezens bestaan? Dat wij, de aarde, slechts een gedeelte van iets groters is? Zoals een mierennest voor ons maar ieniemienie is, maar voor die mieren de hele wereld. Kunnen en mogen wij onze waarnemingen wel vertrouwen? Stellen wij ons niet buitengewoon veel voor?

Zoals vandaag. Ik heb voor het eerst van mijn leven een bijsluiter gelezen. Daar stonden allerlei enge ziektes in, en symptomen die op die ziektes kunnen wijzen. Wat was de uitslag daarvan? Ik heb me de hele dag ingebeeld die symptomen te voelen. Of heb ik ze niet ingebeeld en waren ze wel werkelijk waar?
Of onze gedachtes, idealen en natuurlijke toestand wat ontwikkeling betreft nou wel of niet in een grot geketend zit, opgesloten in een lommerrijk, wat slechts de werkelijkheid weerspiegeld op de muren aan de hand van een schaduw, voor mij begon de dag gewoon om elf uur. Zoals in de vakantie de dag altijd om elf uur begint. Eten, drinken, douchen, tanden poetsen, en hopla, het was al weer twaalf uur. Hoefde ik nog maar drie uur te overbruggen, gezien ik om vijf uur op mijn werk moest zijn, er een uur over doe om te eten en voor te bereiden, en dat uur daar weer voor nog een uurtje mijn oogjes dicht doe. Die drie uur. Wat moest ik er mee? Ik wilde niet denken aan dat stomme lommerrijk, en wilde mijn waarnemingen in mijn lijf verstommen, zodat ik niet zou denken aan die enge ziektes uit de bijsluiter. Het medicijn tegen waanbeelden?
Gossip Girl.
Uiteraard.
Niets bevredigender dan sexy Ed in zijn rol als nog sexier Chuck Bass. Good cop Serena coöpereert met Bass cop Chuck om de erinye haarzelf, Blair Waldorf, weer op het rechte pad te krijgen. Voor hen die mijn passie voor Griekse mythen niet deelt, en niet de naam Blair Waldorf kent, Erinyen zijn Griekse wraakgodinnen.

Over goden gesproken. Wellicht is dat een symptoom van het lommerrijk. Misschien weten wij, als mensen geketend in een grot, stiekem wel dat onze waarnemingen slechts schaduwen zijn van de werkelijkheid, en geloven er daarom mensen in de alwetende macht. Wellicht willen wij uit onze nietszeggendheid ontsnappen, de ketens van de grot afdoen, en naar het licht stappen.
Hmm, ik werd even weer afgeleid, terug naar mijn saaie, grotloze dag.

Na lekker depressief op het werk te zijn, gewoon omdat ik zin had om depressief te zijn, vanwege mijn onbetrouwbare zintuigen, kon ik me natuurlijk enkel verwennen met behulp van chocolade. Want: When you are having a Magnum, nothing else matters. Om vervolgens het idee dat het me dikker maakt er weer af te spoelen door een warme douche.

Ach, misschien zit ik wel opgesloten in een grot, en is alles wat ik zie wel een lommerrijk. Maar zolang ik die grot op mijn duimpje ken, en me er thuis in voel, maakt het weinig uit waar, of wie, ik ben. Toch?

zaterdag 1 augustus 2009

Xuésheng


xuésheng = student

Studenten zijn er in alle maten, het zijn net mieren. Studenten die graag studeren, studenten die studeren omdat het van vader en moeder moet, en studenten die studeren om het studentenleven te beleven. Welke student ik ben? Daar moet ik je het antwoord nog even over schuldig blijven. Maar over een maand zal ik het je vertellen.
Ja, de vakantie is over de helft. Over twee weken beginnen zelfs de eerste basisscholen al. Het wordt tijd om schoolspullen te kopen.

Maar niet op een zaterdag. Nooit op een zaterdag. De zaterdag is, net als de zondag, een dag om te rusten. Twee dagen die niet gebruikt worden om te werken. Rusten is iets wat ik als de beste kan. Daarom was vandaag wellicht een klein beetje saai.
Buiten het feit dat ik pas om elf uur mezelf uit mijn bed sleepte, vond ik me de rest van de halve dag ook in bed. Op de laptop. Mijn laptop staat namelijk tegenwoordig op een krukje, naast mijn bed. Wat wil je anders, als je bureau een paar kilometer verder staat in een klooster? Vandaag was ook de perfecte gelegenheid om de liedjes van Ciske de Rat uit het hoofd te leren, hoe komt het toch dat ik songteksten altijd sneller ken dan wanneer ik woordjes moet stampen? En uiteraard leende deze zeer zonnige, warme dag, zich uitstekend om nog wat spullen in te pakken. Ik ben namelijk altijd binnen. Weer of geen weer. Met geen weer is mijn argument dat het te slecht weer is om naar buiten te gaan. Met weer is mijn argument dat de zonnestralen slecht is voor de huid. Niets voor niets stond er in het nieuws dat zonnebanken de kans op huidkanker met 75 (!) procent verhoogd. De zon zelf is dan wel wat minder gevaarlijk dan een zonnebank, het blijft risicovol.

Nu was het dan weer wel het geval dat het mooie weer voor een barbecue bij ons in de achtertuin heeft gezorgd. Met grootouders en al erbij. Nee, niet voor op de barbecue, maar voor als visite, meeëters met andere woorden. Helaas moest ik werken, dus kreeg ik een privébarbecue. Waarschijnlijk, zo zei ik, de laatste keer dat ik bediend werd door mijn ouders. Vanaf maandag ga ik namelijk in het klooster wonen...
Op mijn werk was het weer behoorlijk niet druk. Volgens één van de dochters van de baas is dit het slechtste kwartaal dat zij in veertien jaar hebben gehad. Ik geloof ze graag. Nog nooit ben ik zo vaak eerder thuis geweest. Ook vandaag was ik eerder thuis, wat er weer voor zorgde dat ik mijn grootouders nog even zag.
Ach, nog even en dan ben ik een student. Dan is dit leven wat ik nu lijd een ver van mijn bed show. Letterlijk, want het is anderhalf uur reizen van het klooster naar mijn ouderlijk huis.

Fussilade


fussilade = geweervuur

Soms, as je geluk hebt, lijkt het asof je midden in een fussilade verkeerd. En ja, ik weet dat het als is, maar as ik eenmaal een dialect vaak hoor, begin ik het self ook soms te praten. Het lot lijkt vanaf alle kanten op te springen, schreeuwend dat er te veel geluk is en dat het tij moet keren. Zoals Suus so mooi segt: Of komt er straf, omdat teveel geluk en voorspoed er eens vandoor moet. Wanneer wendt het geluk sich van mij af?

De reden dat ik drie dagen, wow, ik ben echt een barbaar en ik kan echt niets bijhouden, seg het voort, seg het voort!, niet heb geblogd, heeft alles met deze quote, de rare woorden (as en seg) te maken. En het valt met drie woorden te bevangen. Ciske de Rat.
De afgelopen twee nachten heeft een vriendin namelijk bij mij geslapen. Met als hoofdreden dat we woensdag naar de musical Ciske de Rat zouden gaan. Het zou dan voor mij de eerste keer zijn, en voor haar de tweede keer.
Het was zeker leuk, toen de fussilade klonken schrok ik me dan wel dood (waarom schrikt men zich toch altijd nog dood, ondanks dat men het verwachtte?) en ik kreeg een traantje in mijn ogen toen Ciske zijn moeder vermoordde, maar verder was het de meest pakkende musical die ik ooit heb gezien. En het was helemaal niet vervelend dat ik met mijn vriendin nog naar de artiestenuitgang ben gegaan en daar Jorge Verkroost om een handtekening heb gevraagd. Al voelde ik me op dat moment wel een gestoorde, gefreakte en bovenal idiote fan. Het feit dat wij twee de enige waren maakte het net nog ietsjes gênanter. Maar Jorge was zeer aardig, evenals de andere artiesten die naar buiten kwamen.

Toen begon de fussilade. Niet alleen was ik gisteren veel te moe om nog te bloggen, vind je het gek als je twee nachten achter elkaar amper hebt geslapen en beide dagen voor negen uur klaar moet zijn om weg te gaan?, ook vandaag heeft zo zijn sporen achter gelaten.

Onder het mom van: Hoe eerder hoe beter, ben ik vandaag weer eens naar mijn kamer gegaan. Maar natuurlijk ging het me minder om de overgang te vermakkelijken, en meer om weer even eraan herinnert te worden dat ik toch echt het huis uit ga. De auto stond helemaal vol, ik vraag me altijd af waarom ik niet meer dan twee koffers mee mag nemen als we op vakantie gaan, terwijl er bij het verhuizen twee maal zoveel de auto in gaat als wanneer wij op vakantie gaan. Mijn moeder wilde heel graag schoonmaken, en ik ben er nu niet bepaald het type naar om daar over te gaan protesteren. Dat was de reden van mijn moeder met me mee te gaan.
Afijn, ik begon met het uitladen van de auto, het inruimen van mijn kamer, en ergens tussen de computer weer leefbaar te krijgen, en daardoor mijn hart ook leefbaarder, ik kan serieus niet lang zonder pc, wat best triest is, gezien ik óók nog een laptop heb, en mijn jurken in de kast ophangen, werd er gebeld. Ik nam op, zoals altijd, want mijn moeder is geloof ik een beetje mobieltjeslectisch. In plaats van dyslectisch... Mijn zusje. Ze vroeg heel kalm, en irritant zoals ze altijd doet, of ze mama kon spreken. Ik gaf de telefoon door, soms voelde ik me net een telefoniste. Verder de jurken ophangen, tja, daarom wilde ik nu een driedeurskast, omdat ik kleren heb. Veel kleren.
Begon het gezicht van mijn moeder opeens te betrekken, haar stem zenuwachtig te doen en kwamen er woorden uit haar mond als: "Ben je aangereden? Lieverd, ik zit nu een uur van je vandaan! Mag ik de alarmbroeder even?"
Zelfs ik, die mijn zusje niet bepaald heel erg mag, schrok. Behoorlijk. Maar het eerste wat ik wel dacht was: Pa bellen! (of beter gesegd, op sijn Amsterdams, Vader bellen!)
Mijn vader aan de lijn, en de ambulancebroeder aan mijn moeders lijn, was het snel geregeld. Pa zou naar haar toe gaan, wij zouden de auto nog even helemaal leeg ruimen en zouden dan hopelijk over twee, drie uur thuis zijn.

Thuis gekomen opende mijn zusje haar fussilade weer op me, met als kogels irritante opmerkingen. Het werd al snel duidelijk dat ze zichzelf was. Niet dat mij dat veel hielp, maar ik was wel blij. Die blijheid verdween al een beetje toen ze zei dat ze mijn fiets had gebruikt, en dat ik vanavond maar met haar fietsje naar het restaurant moest. Ja, met nadruk op fietsje.
Ik wist dat mijn zusje klein was, maar toen mijn knieën op de trappers zaten en het werk van mijn voeten overnamen, snapte ik pas hoe klein ze écht is. Jemig, wat is haar fiets ieniemienie vergeleken met de mijne. En dat voor een vijftienjarige. Hm, dat is misschien niet helemaal eerlijk, mijn zusje is wel een chinese vijftienjarige, en chinezen schijnen meestal kleiner te zijn dan westerlingen.

Ach, na al die tegenslagen en die oorverdovende fussilade, was een dubbele aflevering van Lost, met nog meer fussilade, precies wat ik nodig had. Want hoe ik het wend of keer, het ongeluk van mijn zusje heeft me wel weer laten weten dat zij van waarde voor mij is. En zoals Suus zegt: Alles van waarde is zo teer, en dus besef ik meer en meer, straks breekt het stuk.