vrijdag 10 september 2010
Booten
booten = opstarten
Ah, tweede week van September. Eindelijk begint het dagelijkse leven zich weer te booten. Ergens heel fijn, maar ook heel vervelend. Nu het dagelijkse leven zich boot, moet ik mijzelf ook booten. En elke keer dat ik het woord van vandaag zie staan, denk ik aan de enorme cruiseboot dat later mijn tweede huis gaat worden. Hoop ik. Als ik het goed speel.
Oh, ik moet even naar mijn sweet spot map rennen, en bij 'ik haat' vroeg opstaan zetten. Zal ik eerst de obvious vraag van deze zin beantwoorden? Een sweet spot map is een methode om inspiratie op te wekken. Je hebt zes grote a4s, in het midden van elk a4 staat een eclips met "Ik haat", "Ik houd van", "Ik voel me aangetrokken tot", etc. Sinds deze week ben ik begonnen met het maken van mijn sweet spot map, omdat ik sinds drie weken geleden een nieuwe blog heb geopend waarin ik elk weekend een schrijfsel post.
De andere vraag van die zin is eigenlijk duidelijk. Ik moest vandaag om freaking acht uur opstaan. Rijles. Ja, hé, de droomwereld is véél en véél leuker dan het gezeur van mijn oh zo spraakzame, doch oplettende rij-instructeur aan te horen. Maar ja, familie eh, dus toch maar eruit. Gelukkig beloonde mijn geliefde bijna-oom (niet als dat hij het vriendje van mijn tante is, maar als hij is de broer van mijn aangetrouwde tante) me voor het vroeg opstaan door een korte pauze te houden bij een vriend van hem met koffie... en taart! Jeah.
Na een anderhalf uur durende rit from the bitch of hell (ik moet nog even werken aan een leuke bijnaam...) was het weer tijd om nog even te staan flirten met de jongen die bij mijn moeder voor werkt. Bij ons voor wordt de dijk half verbouwd, alsof ze het water naar ons toe willen komen halen, maar nee, ze halen de brandweer naar ons toe (er moet een brandweerkazerne bij ons voor komen, gelukkig dat ik daar niet meer woon). Vervolgens racen om alle uitzooi die mijn geliefde moeder voor mij had gereserveerd in te pakken en de trein van half één te halen.
Eenmaal terug in mijn stad kwamen daar de eerste tekenen van een geboot dagelijks leven. Ik moest mijn boeken ophalen. Ahwel, boeken? Eén boek. En daar durven ze veertig euro voor te rekenen. Daar zou mijn studiegenoot, sinds kort ook huisgenote, op me wachten, zodat we samen terug konden gaan. Natuurlijk vroeg mijn studiegenoot of ik meewilde naar Den Haag om te gaan shoppen. Niet shoppen als kijken naar de geweldige creaties van de crème de la crème van de modewereld om ons te beseffen dat we geen geld hadden, dit hadden we gisteren al gedaan. Nee, de schat moest haar schatjes (winterlaarzen) ruilen, en ze hadden ze in onze Sacha niet meer in haar maat.
Dus maar weer terug met de trein. Het is maar goed dat ik gratis reis, want anders had ik me echt niet opgeofferd voor het vergezellen van mijn geliefde huisgenoot (wat heerlijk om te kunnen zeggen). Na even gezoek, hadden we de Sacha gevonden. Daar vond ik de ballerina's die ik een halve eeuw geleden al wilde kopen, maar ze waren én te duur, én niet in mijn maat. Eerst pakte ik een maat groter op, daar waren ze afgeprijst. Van 40 euro naar 20. Toen pakte ik mijn maat, hey, maar 15 euro. Wat? Gepast, en ja, ze pasten. Naar zo'n medewerker om de andere schoen te vragen. Komt ze terug met een doos waar een paar in zat. Daarop waren ze afgeprijst naar 11 euro. Passen. Ja, ze passen! Kopen.
"Dat wordt dan 9,95 euro mevrouw."
Ha! Wie zegt dat shoppen geldverspilling is? Ik heb mooi 30 euro bespaard! Helaas werkt alleen het vrouwelijk brein zo.
Hierna nog even in de Hunkemöller rondgekeken, omdat we tijdens de busreis hadden bedacht dat we daar al een tijd niet geweest waren, en onderwijl mijn nieuwste aanwinstjes aangetrokken.
Thuisgekomen opperde mijn andere geliefde huisgenootjes of we patat zouden eten. Dus maar weer op de fiets geklommen. Tijdens de fietstocht begon het opeens over eindeloosheid, zin van het leven, en dat soort onbeantwoorde levensvragen. Ik heb nog nooit zoveel cirkelredenaties, en drogredenen verkondigd. Natuurlijk gingen we in de snackbar gezellig door.
Thuisgekomen, wééral, vonden we een 'nieuw' huisgenoot met een vriendin van hem al in de fusie. Dus met zijn vijven in de fusie gegeten. Dit werd zo gezellig dat ik één van mijn huisgenoot aankeek en zei: "Zullen we maar niet gaan sporten?"
"Neh, oké."
Een cider, rondleiding door het huis van die vriendin van onze nieuwe huisgenoot (die toevallig ook in ons gebouw woont), zere keel van het vele en harde praten verder, belandden we met zijn drieën op de bank om de laatste twee episodes van Veronica Mars af te kijken. Ein-de-lijk zou ik te weten komen wie Lilly heeft vermoord! Jeah.
Helaas was er een enorm cliffhanger, en helaas wilden mijn huisgenoten niet verder kijken. Huisgenoten *sighs*.
Hoe dan ook, een drukke dag met veel impulsieve handelingen. Wellicht luidt de komst van het nieuwe studiejaar ook een boot van deze blog in.
zaterdag 17 juli 2010
Wǎnfàn
wǎnfàn = avondeten
Vandaag was het een doodnormale dag, in een doodnormaal klein dorpje, op een doodnormale zaterdag, tijdens een doodsaai- uuuh, normale zomervakantie. Zo doodnormaal dat ik een beetje ga denken als een vampier en mijn avondeten oversloeg omdat ik genoeg had aan alleen vlees. En dat had ik, echt, ik zat zo vol dat het leek alsof ik het bloed uit mijn eerste vijf slachtoffers had gezogen. Ofzoiets.
Juist. Vakantie. Iets waar we allemaal om gillen als we het niet hebben. Hoe weten wij nou wat we willen? Work-a-holics als ik hebben een hekel aan de vakantie, want voordat ze het weten, vervelen ze zich dood. De meeste mensen zijn nu op vakantie, newsflash, ik ben al naar Malta geweest. Ik heb er geen aparte blog over gemaakt, omdat ik voordat ik het wist gelijk thuisgekomen al weer moest verhuizen. Ja, je leest het goed. Vorig jaar om deze tijd verhuisde ik naar een klooster, dit jaar verhuis ik drie deuren naar rechts. Of links. Is maar hoe je er voor staat. Momenteel heeft mijn moeder ein-de-lijk de vloer gelegd, kliklaminaat van vier euro per vierkante meter, de goedkoopheid van het geld zegt iets over de moeilijkheid van het leggen. Staan alle grote meubels erin (bed, kledingkast, bureau, tafeltje (of zoals mijn huisgenote zegt, voetenbankje), tv-tafeltje (waarboven eigenlijk een groot, bioscoopachtig scherm zou moeten hangen), en boekenkasten. Omdat ik nu vier dagen per week werk, heeft mijn moeder twee dagen vijf uur verhuisd zonder mij. Dat noem ik nog eens delegeren. Waarom ik ga verhuizen? Omdat de kamer die ik nu krijg tweeëntwintig vierkante meter is, en dat nogal verschilt met de veertien die ik eerst had. Ik heb nu mijn kledingkast als muur midden in de kamer gezet. Het is het eerste wat je ziet als je binnenkomt (waarop mijn huisgenote dan weer zegt dat ik op de zijkant iets leuks zou moeten hangen, en waarop ik weer antwoordde dat een blote man misschien het antwoord was). Aan de ene kant van de kast heb ik mijn slaapkamertje gemaakt, aan de andere kant een woonkamer. Koelkast, magnetron en bank erin flikkeren, en iedereen is blij. Inclusief mijn geliefde huisgenote die vast en zeker heel vaak mijn privé bioscoop zal gebruiken.
Vandaag werd ik om tien uur geroepen door mijn moeder. Verdoofd stapte ik uit mijn bed. Het leek net alsof ik een kater had. Wat ik dus echt niet had, ik heb al sinds ik terug ben uit Malta niets gedronken (best ernstig, nog even en ik verleer het, en dat moet ik niet willen als goede studente). Om elf uur mijn rij-instructeur verleid... uh laten zien dat ik niet klaar was voor mijn examen (zeg nu zelf, ik moet toch oefenen wil ik op een andere manier voor mijn examen slagen. Nu maar hopen dat de examinator een man is). Om vervolgens thuis te komen, twee hamburgers te eten die la mama aan het bakken was (soms is het best fijn om thuis te zijn. Met de nadruk op soms). Daarna me heerlijk laten onderdompelen met het verdriet en het lijden van anderen. Want 'ik lijd zonder bitterheid, een dag of een eeuwigheid' geldt niet voor superheld slash vampier Angel (ja, ik ben tussendoor ook nog even naar Joseph geweest. De enalaatste voorstelling moest Freek wel spelen. Toch??? Niet dus, Jamai kregen wij in lendenpak. En hij zag er nogal vatsig uit. Maar goed dat hij het goed maakte met het hartbrekende, ontroerende en ook wel sexy 'Sluit alle deuren maar'). En het gold al helemaal niet voor hem toen Buffy opeens gedag kwam zeggen.
God, wat heb ik toch een zalig, kuch, leven in de vakantie. Maar toen ik weer helemaal bij was met Angel (ik kijk Angel en Buffy zo ongeveer om de beurt), sloeg de verveling weer toe. Wat te doen, wat te doen? Ik wilde mijn fantasie blijven voeden, schrijvers moeten veel doen om fantasie te houden (bijvoorbeeld naar domme series kijken als Angel.... Oké, ik lieg, ik geniet van vampire turned good). Dus besloot ik maar om te gaan slapen. En te dromen. Volgens mij werd ik achternagezeten door... Juist, vampieren.
'S avonds kreeg ik niet meer dan een rollade door mijn keel. Geen idee waarom, ik had niet heel veel gegeten vandaag. Mijn moeder begon al te klagen dat ze voor niets kookte. Maar hé, toen ik tijdens mijn zusjes verjaardag had gekookt, was ook nog de helft over. En ik had heerlijke Pasta Boscaiola gekookt, een gerecht waar ik en mijn vriendin in Malta helemaal gek op waren. Dus dan mag ik best wel die paar boontjes van het avondeten laten staan. Niet?
woensdag 19 mei 2010
Bicommunautair
bicommunautair = deel uitmaken van twee taalgemeenschappen
Er zijn drie mogelijkheden voor mijn blog van vandaag. Ik zou over mijn dag van vandaag kunnen leutelen (inschrijven bij studentenuitzendbureau in de hoop een vakantiebaan te krijgen, leren, naar bijeenkomst voor werkstuk, werken, douchen). Ik zou ook een grote blog kunnen houden over hoe ik de afgelopen paar dagen deel heb uitgemaakt van een bicommunautair (hoe bedoel je verkeerd gebruik van een woord? Maar ja, ik moest toch een woord kiezen dat een beetje in deze blog past? Eerst wilde ik Yingguo gebruiken, het Mandarijnse woord voor Engeland, toen zag ik dat het Nederlands aan de beurt was...).
Nee.
Ik ga voor de derde optie.
Een kort verslag over mijn reis naar Engeland om een vriendin die daar studeert te bezoeken, in tien stappen. Tien indrukken die achter zijn gebleven. Tien figuurlijke of letterlijke indrukken van Engeland (en dan probeer ik iets persoonlijker te zijn dan het afgezaagde 'ik kon maar niet aan de weg wennen! Die stomme Britten die denken dat het logisch is als je met de klok meerijdt bij een rotonde! En dan dat stuur, rechts! Jemig! Waar is dát dan weer voor nodig?'.)
1 Vliegen.
Voor het eerst in je eentje vliegen is niet eens zo eng als ik had gedacht. Ik voorspel nu al dat op een dag vliegen voor mij net zo normaal wordt als treinen. Ik vond er eigenlijk totaal niets aan.
2 Douane.
Toen ik in Engeland aankwam, moest ik nog even mijn paspoort showen. Maar de douane deed er bij mij langer over dan bij anderen, dus ik werd al helemaal benauwd. En nee, niet omdat ik een neppaspoort heb. Tenminste, dat hoopte ik.
Ze zei wat in het Engels, maar dat klonk mij zó buitenlands, zó Brits in de oren (in plaats van het Amerikaans waar ik veel meer aan gewend ben), dat ik het niet begreep. Toen ze het woord voor woord articuleerde, begreep ik eindelijk dat ze iets zei als: "Hoe lang woon je al in Nederland?"
OMG! Ik ben geen asielzoeker ofzo! OMG, ik ben geen enge rover die vanuit China was gekomen om eerst Nederland te beroven en nu Engeland!
"Uhm, ik... uhm..." Ja, hoe lang woonde ik eigenlijk in Nederland? "Uuuhm... Ik ben geadopteerd?"
"Oh, oké. Hier je paspoort, have a nice time in England!"
3 Het huis van mijn vriendin.
En haar huisgenoten. Waarvan er twee uit China kwamen en daar ook een jaar studeerden (Ja, ik denken dat ik lekker even vijf dagen ertussen uit kan zonder te hoeven studeren, mooi niet dus! Zodra ze hoorden dat ik Chinees studeerde was het "Ni hao", "Ni xihuan Yingguo?" blablabla). Haar kamer was precies waar een studentenkamer voor bedoeld was. Je kon er slapen. Hij was nauwelijks groter dan mijn kamer en bezat in tegenstelling tot de mijne een douche en een toilet. Nu jah... douche... Een straaltje water waarbij ik wenste dat ik een spriet was zodat ik er nat van werd (overdrijven is belangrijk in een blog!).
4 Bournemouth.
Dit was héél bijzonder. Vooral omdat een van mijn personages in Bournemouth woont. Ik wist helemaal niet dat zij zo dicht bij Bournemouth woonde, maar blijkbaar was dat wel zo! Eindelijk kon ik zien waar mijn personage was opgegroeid, hoe mooi Bournemouth is met haar haast idylische (Klopt dit zo Sas?) huisjes, haar groen (als in natuur, bomen, youknow...), haar bergen ondanks dat het vlak bij de kust ligt, en haar geweldig mooie strand. En nu snap ik waarom ze zo van Bournemouth houdt, mijn personage dan.
God, wat ben ik een trieste schrijver. Het lijkt bijna alsof ik gepland heb naar Bournemouth te gaan, maar dat was dus écht een grote verrassing en een groot toeval!
5 The Inferno.
En nu heb ik het niet over het MTV (of was het van TMF) programma. Nu heb ik het over een heerlijk, typische Britse PUB! Met heerlijk eten, grote schermen om Rugby en Voetbal op te kijken (rugby heeft best wel meer wat dan voetbal eigenlijk!) en af en toe, tot mijn grote verbazing, de uitslagen van de Nederlandse eredivisie (ofzoiets?) te zien staan, en heerlijk lounge muziek. Typische pub, sluit om twaalf uur, heerlijk. De stamkroeg, zo schijnt, van mijn vriendin.
6 The Boys.
Ha! Britse boys, yammie, yammie. Als ik niet al had bepaald naar China te willen, had ik the UK ook zeker overwogen na een voorproefje te hebben gekregen van the Boys! Britse jongens zijn zo akelig aardig, zo heerlijk door en door goed. Je kunt gemakkelijk te veel drinken, dan opeens breken en in huilen uitbarsten. Ze troosten je en zijn heel lief voor je. (ik wil hier niet in details op in gaan!). Het meest van de tijd heb ik dan ook niet in het kleine kamertje met het kleine anderhalfpersoons bed (geen tweepersoons of eenpersoons) geslapen, maar in een kamer die leeg stond in het huis van haar vriendje.
7 Shoppen.
Every girls favorite! En weet je wat? Ponden klinken zo veel goedkoper dan euros! Ik wil niet weten hoe vaak ik heb gezegd: "Het is maar drie pond!" Of "maar tien pond!". In Engeland kan je zoveel moois kopen voor relatief weinig geld. De jurken die ze daar verkopen voor rond de tien pond, zijn hier minstens dertig euro. Ze zijn van een Mango kwaliteit, H&M leukheid en Cindy hebberigheid. Ze zijn geniaal, en ik wilde dat ik meer geld op mijn rekening had staan om ze allemaal te kopen. Maar ik moest het bij één jurkje, zonnebril, paraplu, rokje, vestje en oorbel (jah, één stel uiteraard, niet één oorbel) laten. Hmpf. De zonnebril had ik niet gepland. Maar mijn huidige zonnebril was mijn shopzucht zo zat dat hij besloot om in een kleedhokje aan een haak te blijven zitten. Eer ik erachter kwam dat hij dat had gedaan, waren we totaal niet meer in de buurt, was het bijna sluitingstijd, en moest ik die dag daarna al weer naar dit snertland, waardoor het onmogelijk was hem nog op te halen. Buh.
8 Zijn huis.
Jeeeeemiig. En ik maar denken dat The boys alleen maar beter zijn dan de Nederlandse. Not. Op een punt zijn alle mannelijke studenten precies hetzelfde.
Het huis van het vriendje van mijn vriendin was een puinhoop. Ik geloof dat er nergens géén vuile vaat stond. Oké, het was een prachtig huis, erg Brits naar mijn mening, Lovely, groot, met hele lichte slaapkamers, precies waarvan ik houd. Maar het had zooooveel mooier geweest als het geen PUINHOOP was.
9 Uitgaan.
Uitgaan in Engeland is... G-E-N-I-A-A-L. Het is heerlijk om uit te gaan. Zeker met de groep waarmee we waren uitgeweest. De boys mogen wel heerlijk zijn, maar de meiden die ik heb leren kennen mogen er zeker ook wezen. Het waren heerlijke schatten, die net als ik heerlijk op jongensjacht waren, niet terugdeinsden voor drank en dans, en me er direct bij betrokken. Het leuke, vind ik, niet al te doorgewinterde uitgaander, was nog wel dat alles om drie uur sluit. Ik houd van uitgaan, begrijp me goed, maar ik vind het soms net een paar uur te lang duren. In Engeland, zolang je niet in Londen zit, is ook dat weer opgelost. Geniaal.
10 Het verkeer!
Nee, grapje, ik ga het hier niet over het verkeer hebben! Oké, misschien een beetje, want het is écht een belachelijk gezicht om te zien hoe de auto's helemaal totaal anders zijn en rijden.
Nee, de taxi's. Die gewoon om drie uur stoppen bij het centrum van het uitgaan om mensen in te laden. De eerste taxichauffeur begon al met zijn "Weet je welk woord het meest internationaal is?" "Nee?" "Taxi!"
"O," zo antwoordde ik, "in China is het anders chūzūqìchē, dat lijkt niet eens op taxi."
Dus, dat waren de tien indrukken die achter zijn gebleven. Kan je nagaan hoe lang deze blog was geweest als ik echt totaal had beschreven wat ik allemaal heb gedaan!
zaterdag 1 mei 2010
Máng
máng = druk
Juist ja. Druk kan twee betekenissen hebben, en alletwee kloppen ze bij mij. De afgelopen tijd ben ik zelfs zó druk dat ik geen tijd heb om te bloggen. Soms heb ik dan wel tijd, en dan blog ik. Soms, zoals vandaag, is er gewoon zoveel geinigs, en idioots gebeurd dat ik wel móét bloggen.
Mijn dag, zoals altijd, begon eigenlijk gisteren. Gisteren heb ik eigenlijk niet veel bijzonders gedaan. Totdat ik na mijn bardienst bij mijn altijd en eeuwig gezellige, maar ditmaal wel o zo LEGE, studentenvereniging mijn weg vervolgde naar onze geliefde hoofdstad, om onze geliefde, (ex)koningin op een voetstuk te plaatsen. De veelgebruikte smoes om gewoon keihard te feesten, zuipen, en schreeuwen. Hélánrén (Nederlanders) malen er niet veel om dat ze dan in het oranje, rood, wit en/of blauw moeten lopen, ze zijn aan het einde van de dag toch al te dronken om het zich aan te trekken. Het zijn details die je nu eenmaal moet doorlopen als je dronken wil worden. En de ergst verkledene zijn meestal toch studenten, en die zijn het meer dan gewend.
Ik had al zo'n vaag voorgevoel. Ik ben iemand die het altijd voor elkaar krijgt om er voor te zorgen dat het treinverkeer niet doet wat het hoort te doen (dat, of het treinverkeer in Nederland is gewoon überslecht). En inderdaad: "Er is momenteel geen verkeer mogelijk naar Schiphol."
Helemaal omgaan om uit te gaan. Kan niet mooier.
Eenmaal bij mijn vriendin aangekomen, waar ik 's avonds, of beter gezegd 's ochtends, zou blijven slapen, was ik het inmiddels al zo zat dat ik er ook niet om had gemaald als we gewoon zouden gaan slapen. Maar we hadden nu eenmaal geld betaald voor die club, dus we moesten ons wel van haar bed afhalen, en hop naar Amsterdam.
Amsterdam was op zijn kleinst gezegd druk. Een collega had me al gezegd dat ik op Koninginnenach beter niet enthousiast moest roepen: "Amsterdam, hé pak me dan!", en ik zag inderdaad in dat ik haar advies moest opvolgen. De club waar we heen gingen was nog een eind van het busstation vandaan. Nu viel dat op zich wel mee - voor mijn vriendin die zo slim was ballerina's aan te doen. Mijn voeten kregen al met die trip blaren van mijn stilleto's.
Eindelijk aangekomen in de club, waar het vriendje van mijn vriendin (EX, maar ze vergeet dat zelf ook steeds waardoor het nog steeds over 'mijn vriendje' gaat, en ik er steeds 'EX' achter roep) ook wel eens kwam. De garderobe kosten waren maar één euro, in tegenstelling tot een toko waar ik vroeger wel eens kwam (toen ik nog leed aan verstandsverbijstering). Het was behoorlijk chique, zeker in vergelijking met de prijs die we ervoor hadden moeten betalen. En het was er gezellig. Meerdere ruimtes, wat het huiselijk en studentenvereniging achtig maakte. En last but not least, er draaide goede muziek.
Rond een uur of vier besloten we (enkele jongens en drankjes verder) dat het wel weer welletjes was. Tijd om naar huis (of iets dergelijks) te gaan. Dit keer vonden mijn voetjes het nóg minder grappig om dat hele ROTeind terug te lopen. Maar ik kon mezelf gelukkig wel lokken met de gedachte aan mijn bed. Op het plein aangekomen waar alle bussen kwamen (weet ik veel hoe dat plein heet, ja!) was het er een taxidoolhof. Compleet met ME, politie en dronken gasten. Gelukkig kwam onze bus wel, en gelukkig zagen wij de bus als één van de eersten, zodat wij - verhoudingsgewijs - als één van de weinigen konden zitten. In de volgende bus hadden we minder geluk, daar moesten we staan. Nadat die buschauffeur een paar keer erop aan had gedrongen dat men echt naar achteren moest lopen (duwen!), want er mocht niemand vóór de streep staan, en dat mensen achterin van de deur moesten komen, kwamen we dan toch nog een soort goed aan bij het huis van mijn vriendin. Dat we onderweg mensen tegen kwamen die op weg waren naar Schiphol om te werken, ach, dat zijn details. En dat het al weer licht begon te worden, en de vogels vrolijk de nieuwe dag in floten, whatever. We waren thuis, en we konden vier uur slapen. Correctie, ik kon vier uur slapen, mijn vriendin wilde zonodig na drie uur slaap opstaan om haar koffer te pakken. Ze moest gezellig doen met haar familie.
Dus voor dag en dauw (als je om zes uur naar bed gaat en om elf uur weer op station staat is dat voor dag en dauw!) stond ik op een overvol station. En dat voor een klein kutstationnetje! Gelukkig ging iedereen naar Amsterdam, en moest ik précies de andere kant op. Gauw in bed duiken!
De slaappret mocht ook niet lang duren, want ik moest werken. Ik pakte mijn spullen (ik zou naar het werk naar mijn moeder gaan), at wat, en vertrok naar mijn werk. Daar in de buurt aangekomen moest ik van mijn fiets stappen. De straten waren vól van mensen. Het lukte me (na twee, drie mensen omver gelopen te hebben) om bij mijn werk aan te komen. Daar moest ik me over het feit heen zetten dat ik amper had geslapen, want het was er van zes tot tien drúk. Toch heb ik ook dat overleefd, en was het eindelijk tijd om naar mijn moeder te gaan.
Ja, leuk! Op koninginnedag met de trein! Way to go!
Not.
Het begon al op station. Omroepberichten gaven aan dat er amper verkeer ging van en naar Amsterdam. En moest ik nou precies dat traject hebben. Dus ik naar mijn perron gegaan. Ja hoor, mijn trein had plus minus 20 minuten vertraging. Great. Ik wachten op perron 9b, ging ineens iedereen (want ja, mijn perron stond vól van mensen) naar 9a. Dus ik dacht, laat ik dat ook maar doen. En daar stond mijn trein. Inmiddels inderdaad een half uur later (bij vertragingsberichten moet je er altijd minstens 10 minuten bij optellen). Ik wilde in de trein stappen. Maar dat kon niet, de conducteurs zeiden dat we naar achteren moesten lopen. Mijn voeten waren nog steeds dood van die nacht, dus ik glipte al bij de derde ingang toch naar binnen. Met de nadruk op glipte. Jemig, onbeschrijflijk hoeveel mensen er in zo'n doorgangetje waar de deuren zaten stonden. Ik denk zeker een stuk of dertig mensen. Ik wist dat het onzin was om een stoel te gaan zoeken, met mijn drie tassen in mijn hand, dus ik bleef staan waar ik stond. Maar ik zweer, mijn moeder mocht dan wel de bussen in China druk vinden, ik weet zeker dat waar ik toen stond het nog drukker was! En dat was om kwart over elf! Natuurlijk verloor ik mijn evenwicht een paar keer, maar hé, ik had een kussen! Menselijk vlees, welteverstaan, maar ach, details. Werkelijk, ik had om me heen maar één centimeter ruimte, en dit keer overdrijf ik echt niet!
Gelukkig gingen er een paar mensen uit bij de eerste stop, die een kwartier op zich liet wachten. Er was één zo'n dude die had een speelgoedgitaartje bij zich. Hij zou de sfeer wel even maken. Of die meid met die oranje jas (ik dus) haar naam wilde zeggen. "Hoe denk je dat ik heet." "Paulien." "Als jij dat een mooie naam vindt, dan heet ik zo." En daar ging die dan, met zijn gitaartje waarvan al twee snaartjes gesneuveld waren. "Pauliiiieeen, in je mooie oranje jas daar in de hoek, paulliiieen." En dat ging maar door, tot er nog één snaartje sneuvelde en hij eindelijk de trein uitging.
Op het laatst zat ik gelukkig nog maar met één meisje in de trein. We raakten aan de praat met elkaar. Ze moest op hetzelfde station eruit. Ze vertelde dat ze om kwart voor negen in Amsterdam in deze trein was gestapt. Het was inmiddels vijf voor twaalf. Belachelijk. Er waren mensen die aan de noodrem trokken, of die over het spoor liepen, vertelde ze me. Ze was natuurlijk helemaal dood, en o, ik heb nog nooit iemand zo gelukkig zien worden toen we uiteindelijk op het station stonden!
Ergens had het wel wat. Zo'n onmogelijke drukte, waarin niemand ook maar een stap kon verzetten en waarbij niemand het erg vond dat er iemand tegen je botste, omdat dat onvermijdelijk was. Maar ik prefereer toch mijn tweepersoonsbedje, al moet ik het vanavond weer met mijn ouderlijk eenpersoonsbedje doen.
zondag 25 april 2010
Bedlegerig
bedlegerig = ziek te bed
Natuurlijk, soms worden mensen ziek. Natuurlijk, soms worden mensen zo ziek dat ze in bed blijven liggen, omdat ze te misselijk zijn om uit bed te komen.
Dat was ik niet.
Ik was gewoon lui.
Dus. Ik probeerde vanochtend om tien uur uit bed te gaan. Want, zo betoogde ik tegen mezelf, dan zou ik nog twee uurtjes braaf kunnen leren, daarna lekker een welverdiende maaltijd nemen (stoofpeertjes, draadjesvlees en aardappels!) om vervolgens door te gaan naar een interview dat zonodig vandaag gehouden moest worden. Waarom dat was me een raadsel. Wellicht omdat morgen de deadline was, maar dan konden we het toch ook morgen doen?
Mijn om tien uur opstaan voornemen bleef wat het was. Een voornemen. Ik stond om precies kwart voor één op. Heerlijk vroeg, maar niet heus. Toen moest ik al weer snel ontbijten (chocolade, thee met honing, chocolade, TMF, en had ik al gezegd dat ik chocolade heb gegeten?) zodat ik de bus van kwart over één kon halen. Mijn fiets stond nog op het station, want ik was het weekend naar mijn moeder gegaan, en die was zo überlief om me gisteren weer helemaal naar huis te brengen. Ik moest eerst nog uitzoeken waar ik precies moest zijn, dus google had ook weer goed zijn dienst gedaan. Ergens tussendoor had ik nog één of andere jongen gesmst dat 'het me gezellig lijkt als we wat gaan drinken', maar eigenlijk wilde ik het liefst weer terug naar bed. Mijn hoofd bonkte alsof ik een kater had. Normaal gesproken zou dat ook het geval zijn geweest, maar dit keer had ik werkelijk niets op, waardoor ik niet de schuld kon geven aan alcohol.
Het interview was wel degelijk erg interessant. Eerst met mijn partner nog een uurtje het interview voorbereid, wat neerkwam op een klein kwartiertje bedenken wat we ongeveer wilden vragen, om de rest van de tijd te roddelen, kletsen, theedrinken, roddelen, kletsen, en vooral onze mobieltjes blijven checken op smsjes, en op de tijd. Om drie uur kwam degene die we wilden interviewen. Ze is een aardige prater, waardoor we om half vijf nog niet klaar waren. Daar ik om vijf uur moest werken, moest ik hun verlaten voordat ze echt alles had gezegd wat ze wilde. Natuurlijk was ik zo dom om mijn zonnebril te vergeten. Die had ik juist afgelopen week bij de Sacha gekocht van mijn verjaardagsgeld, en om die nu al kwijt te raken ging me toch iets te ver, waardoor ik dus maar weer terugliep. Daarna gaan werken. Ik was nog steeds heel erg toe aan mijn bed, en ik heb zo het gevoel dat mijn collega's dat merkten (ik ben móé, ik heb geen zin, ik werd moe wakker, buuuh, wil jij de klanten even helpen, dan word ik wakke- uuuh, drink ik mijn thee op). Gelukkig gaan we zondag in plaats van tien uur al half tien dicht, waardoor de marteling niet eens zo lang duurde.
Eenmaal thuis moest ik natuurlijk wel doen wat ik door mijn snak naar de droomwereld had gelaten; huiswerk maken. En nu mag ik dan eindelijk naar mijn geliefde bed, om de wereld waarop ik verliefd ben weer te voorzien van mijn sprankelende (ahum) aanwezigheid. Of is afwezigheid beter?
dinsdag 9 maart 2010
Jĭnzhāng
jĭnzhāng = nerveus; angstig; zenuwachtig
Dat vage gevoel in je maag, waarvan je niet zeker weet of het je tot dingen aanzet, of dat je erdoor moet kotsen. Dat nare gevoel, als je aan de toekomst denkt, aan de nabije, of aan de verre. Dat gevoel had ik vandaag zo'n beetje de hele dag.
En ik ben niet verliefd.
Nee.
Ik heb over anderhalve week een toetsweek.
Tot mijn grootste schok was het voordat ik het wist tijd om weer op te staan. Tien over acht, om precies te zijn. Volgens mijn schema, moest ik vandaag vijf minuten eerder opstaan dan op-het-laatste-moment, en dat was dus tien over acht, want normaal sta ik altijd kwart over acht op. Tot mijn grote schok, omdat ik gisteren om, en houd je vast, acht uur naar bed ging. Gisteren was ik heen en weer gegaan naar Rotterdam, om op de heenweg driemaal zo lang in de trein te zitten dan anders, omdat ProRails het zo nodig vindt werkzaamheden uit te voeren (komen ze nu mee, drie maanden na alle spoorproblemen). En toen ik eenmaal thuis was, gekookt had, en Grey's Anatomy had gekeken, probeerde ik aan mijn huiswerk te gaan. Maar mijn ogen vielen na een kwartier al bijna dicht. En toen besloot ik maar naar bed te gaan, want ik was helemaal kapot.
Maar twaalf uur slaap werkt alleen als je van 8 uur 's ochtends tot 8 uur 's nachts slaapt, niet andersom. Ik was vanochtend zo mogelijk nóg vermoeider. Waarschijnlijk werkt het bij mij gewoon het best als ik rond één uur naar bed ga, en dan in de namiddag nog een kleine siësta doe. Ik bedoel, op zich zijn wij best wel uniek in Nederland om een siësta als lui te zien. In China mogen leerlingen zelfs in lege lokalen een siësta houden.
Dus boos en moe ging ik naar college. Boos omdat ik alsnog moe was, en dus gisternacht gewoon langer had kunnen opblijven, en nog van alles had kunnen doen. Zoals aan mijn huiswerk, om de tentamenweek over anderhalve week alvast voor te bereiden. Daar aangekomen wist ik dus ook al die rotkarakters niet, gezien ik dus gisteren weinig had gedaan aan mijn huiswerk. Gelukkig waren het relatief gemakkelijke karakters, en heel weinig nieuwe, waardoor ik aardig mee kon doen.
Toen ging ik met een studiegenoot naar de Mango, dat kind is er werkelijk aan verslaafd, en zag met lede ogen toe hoe ze de Haïti tas van Scarlett Johansson (dat klinkt trouwens heel Johanszoon achtig) kocht. Om daarna weer lekker van mijn vrijheid te genieten. Voor één uurtje enkel zorgen maken over een artikel die ik voor het verenigingsblad van mijn vereniging moest maken. Daarna dus heerlijk die overgeslagen siësta van gisteren ingehaald. En het werkte inderdaad, ik was daarna veel minder vermoeid, waardoor ik met gemak aan mijn huiswerk kon. Na tweeëneenhalf uur, op normale dagen waarin ik geen tentamens heb die week leer ik meestal zo'n twee tot drie uur, stopte ik er mee, om in Grey's Anatomy te zien hoe andere mensen bang zijn voor de toekomst, en daarna weer te gaan koken. Spaghetti, met overgebleven salade van gisteren, yammie. Vervolgens naar de vergadering van dat verenigingsblad geweest, waar er de helft van de tijd grappen gemaakt worden en de andere helft door moet gaan voor een vergadering, om terug te keren en me weer druk te maken om morgen. Of om preciezer te zijn om mijn naderende toetsweek, en de grote, angstaanjagende, toekomst.
dinsdag 2 maart 2010
Vigileren
vigileren = scherp letten op
Ik kan het niet helpen. Maar in een week bestaande uit slapen, naar college gaan, leren, eten en werken, nemen die rotkarakters heel veel ruimte in mijn gedachtes in beslag. En dat kan best wel lastig zijn, als ik creatief probeer te zijn, het enige waarin ik creatief kan zijn is de verkeerde elementen in een karakter gooien, maar daar hoef ik niet trots op te zijn, want dat zegt alleen maar dat ik het nog niet weet.
Hoe dan ook. In zo'n week waarin leren centraal staat, kan ik het niet laten het erover te hebben dat voor leren met gemak 'vigi' gezet kan worden. En ja, vigileren rijmt op leren, maar elk zichzelf respecterende dichter zou deze twee woorden niet op elkaar durven laten volgen, tenzij het een dubbele betekenis heeft, waardoor een slecht sinterklaasrijmpje uitgroeit tot een ontzagelijke dichterlijke vrijheid.
Bij het leren van karakters, en het tekenen (ja, tekenen. Ik schrijf geen karakter, ik teken er één. Komt vast doordat men vroeger met penseel schreef/tekende) is het van uiterst belang dat ik vigileer. Ik hoef maar één streepje net iets schever te zetten, of het karakter is fout, en als ik dat niet vanaf het begin opmerk, leer ik me het karakter verkeerd aan.
Nou kun je ook dát dichterlijke vrijheid noemen, maar ik denk niet dat mijn docent me een hoger cijfer geeft als ik zeg: "Zo betekent het karakter niet alleen iets, maar is het ook iets." (naar Veronica Forrest-Thomson 'een gedicht moet niet iets betekenen, maar iets zijn).
Dus, ik probeerde vandaag vijf minuten eerder op te staan. Want ik wil af van mijn 'op-het-laatste-moment-opstaan-issues'. Hoe kan ik dat beter oplossen dan elke dag vijf minuten eerder opstaan? Hoe dan ook, het eerste wat ik zag, toen ik naar buiten keek was... Niets.
Het was te mistig om ook maar iets te zien.
Daar baalde ik van, nu moest ik een andere jas aan doen, en bovendien scheen er geen zon, en geen zon is sowieso al iets om over te balen.
Op college aangekomen deed ik eigenlijk niet echt mee aan de les. Niet dat ik sms'jes aan het verzenden was, ofzo - althans, dat denk ik? -. Nee, ik was nog meer van die vervelende rotkarakters aan het leren.
Daardoor ging college best snel. Raar is dat, je moet óf absoluut niet opletten, óf heel erg opletten, om de tijd snel te laten gaan tijdens college.
Na college ging ik dan op schoenenjacht.
En nee, ik vond het niet leuk.
Natúúrlijk houd ik van shoppen. Ik werk om te shoppen (soort van dan). Maar ik haat, haat, HAAT, het moeten kopen van gymschoenen, aka sneakers. (ik gebruik zelf het woord sneakers, dat klinkt al een stuk minder, bluuugh). Maar gezien mijn paar door de jaren heen gaten hadden vertoond (en nee, dit keer overdrijf ik eens níét) was het een noodzakelijk kwaad om er toch naar te gaan zoeken. Mijn moeder zei zelfs dat ze 'zich er haast voor schaamde'.
Hoe dan ook, natuurlijk vond ik mij al snel in de H&M terug, waar ze dan toevallig wel sneakers hadden, maar die zo lelijk waren dat ik meer keek naar de nieuwe lentejurken die er hingen. Maar... Ik heb geen geld!
Snel sleurde ik me weer uit de H&M, om eindelijk een sneakerzaak in te stappen. Die zijn SNEAKY. In de etalage durven ze de prijzen er niet eens bij te zetten!
Toch is het me gelukt een paar te halen die niet eens zó afgrijselijk zijn. En met mijn nieuwe sneakers bracht ik ook maar even gelijk de supermarkt een bezoekje. Daar kocht ik eten, wat huishoudelijke spullen die ik nog niet in huis heb, maar me altijd al handig leken, zoals een dunschiller en een eisnijder (oftewel: geldverspillers voor luie mensen, en studenten). En voordat ik het wist moest ik weer aan het leren.
Voordat ik ging leren, echter, probeerde ik mijn gloednieuwe blender uit, die mijn geliefde moeder had afgetroggeld voor 20 euro van een collega van haar. Het is werkelijk een prachtding, hij ziet er heel duur uit, en mijn moeders collega kennende is hij dat ook. De smoothie die ik maakte smaakte dan wel niet zo goed, maar dat kon ik verhelpen door gewoon bij de Eazie recepten te jatten.
Toen dus de hele klerezooi genaamd karakters ontrafeld. Ondertussen nog een korte pauze gehouden om wraps met sla, komkommer, tomaat, paprika, avocado en kipreepjes (waarvan ik tot voordat ik een keer bij een vriendin ben gaan eten echt niet had geweten hoe het er uit zag). Waarop een huisgenote zei: "Zo, jij bent weer lekker gezond bezig."
Tja, ik moet toch iets doen om het effect van de geen-beweging/bierzuipen tegen te gaan?
Bij elkaar heb ik vandaag dan toch vier uur gevigileerd... uuuh, geleerd. En kan ik toch wel enigszins trots op mezelf zijn, gezien ik normaal gesproken al moeite heb met twee uur leren.
maandag 1 maart 2010
Duō
duō = veel
Elke week kijk ik aan het begin van de week in mijn agenda. Elke week valt me weer op hoeveel, nog in normaal geschreven letters, maar hopelijk binnenkort in van die rare karakters, afspraken er in staan. Er is, sinds ik student ben geworden, geen week geweest die niet helemaal volgepland zat. Is het niet met leuke dingen doen, zoals elke dag naar mijn studentenvereniging gaan, en die twee dagen dat ik niet ga ervoor zorgen dat ik er de volgende keer met geld naartoe kan, dan is het wel met leren.
Soms word alles gewoon te veel.
Vandaag begon ik met niet veel goede moed aan de nieuwe week. I don't like mondays, is niet voor niets een gouwe ouwe. Maandagen zijn vreselijk, vreselijk in hun maandagheid. Misschien, als we de naam veranderden in zondag, de zon is nu eenmaal prettiger dan de maan. Nadat mijn huisgenoot, die elke dag om strikt vier uur 's ochtends opstaat, vroeg of ik college had, kon ik dan ook niet anders antwoorden dan met: "Nee, je weet toch hoe leuk ik het vind om vroeg op te staan, ik ben dóóól op de ochtenden."
Het kind durfde zelfs nog te vragen of dat sarcastisch was.
Hoe dan ook, eenmaal die hel van het in een halfuur klaarmaken voor college omdat ik altijd tot het laatste moment uitslaap overleeft te hebben, was het tijd om eens een blik naar buiten te werpen. Figuurlijk, uiteraard. De zon viel direct op.
De zon scheen.
De zon scheen werkelijk! En de regen die gisteren nog met bakken uit de hemel was gevallen, was gewoon werkelijk helemaal opgedroogd!
Dat beïnvloedde mijn kledingkeuze ook wel enigszins.
Alhoewel, niet echt, ik had mijn kledingkeuze al bepaald. Ik wilde dit aan, en het weer diende zich maar aan mij aan te passen.
Ik ben vandaag namelijk begonnen met mijn fashion month. Maar daar zal ik niet over uitwijken, gezien je op deze blog me daarbij kan volgen.
Al dan niet op kwam ik dan aan op college. Ik was te laat. Ik wist dat al toen ik wegging. Niet dat ik te laat was, maar voor mijn gevoel was ik te laat. Als in, iedereen zat al, maar de docente was nog niet begonnen.
Ik nam snel plek naast een vriendin, en viel ondertussen half in slaap, om door mijn buurman wakker te worden gepord. Thank god, de les was al bijna klaar.
Het volgende college uur begon. Ik stapte met nieuwe moed, na in het heldere zonlicht gelopen te hebben (niet zo'n subtiele verwijzing naar de titel van mijn blog *kuch*) de collegezaal in. En stapte hem binnen tien minuten weer uit.
Zoals altijd had ik mijn boeken niet bij me. Je moet dat boek uitprintten, omdat het nog in de editstatus zit, en men de uitgever nog niet het mes op de keel heeft gezet om hem sneller te laten werken. En natuurlijk was ik te lui om het al uit te printen, het kost me verdorie veel te veel!
Maar daar nam de leraar dit keer eens niet genoegen mee. Hij stuurde me zonder pardon naar huis om mijn boek te halen. Die ik, natuurlijk, keurig netjes thuis had liggen en gewoon vergeten was.
Alleen dat half uurtje fietsen stond me niet aan. Goed, het was goed voor de lijn, maar jongens! Dan zou ik thuis iets moeten uitprintten met een printer die het niet deed, als ik het ook in de bieb om de hoek (letterlijk!) kon doen.
Afijn, half uur later, het moest natuurlijk realistisch blijven want ik had nu eenmaal gezegd dat het wel een kwartier fietsen was! stapte ik de collegezaal waar in.
En toen werd het me in de pauze te veel.
Alles kwam op me af, de spanning voor mijn tentamen aankomende week, die ik moet halen om mijn schammele studiepunten te vertienvoudigen, het feit dat ik dat rotboek moest halen, maar natuurlijk vooral december.
Ik kon het niet helpen, voordat ik het wist vond ik mezelf opgesloten terug in de wc, waar op de deur werd gebonkt zo van: "meisje? Gaat het goed? Moet ik iemand voor je halen?"
Toch heb ik mezelf uit de wc geplukt, en ben ik weer naar de les gegaan. Die ging sneller voorbij dan normaal, vooral omdat ik me er helemaal nul komma nul op concentreerde.
Thuisgekomen heb ik eerst een uurtje, of twee, of drie, pauze genomen, ben toen gaan eten, wat heerlijk makkelijk was gezien de Voedselbank (zoals mijn vader over ons huis sprak, gezien ik altijd eten meenam als ik het weekend thuis was gekomen en weer terug naar mijn kamer ging) me peren en vlees had geschonken. Daarna heb ik me weer aan het werk gezet. Karakters leren schrijven. Een rotwerk, gezien al die dingen op elkaar lijken. Had ik al gezegd dat de chinezen dronken waren toen ze die dingen bedachten? Wel, ik had ongelijk. Ze waren niet dronken. Dronken mensen kunnen geen rechte lijnen zetten. Nee. In onze tijd zouden ze in dwangbuizen worden gezet, gezien ze geschift waren.
Maar het geeft voldoening. Zodra veel werk is verricht, en zeker als er van te voren gedacht wordt dat het té veel werk is, voelt dat beter dan wat dan ook. Behalve misschien een blog maken...
Of een fashion month houden.
vrijdag 26 februari 2010
Rut
rut = blut
Hoewel het misschien iets te ver gaat, om het studentenleven met voortdurend rut te omschrijven, zal ik niet ontkennen dat de ene periode wat minder welvarend geleefd kan worden dan de andere. Vooral op een vrijdag, aan het eind van de week, en vooral de vrijdagen aan het einde van de maand, kom ik nogal eens hongerig op mijn werk. "Ja," zeg ik dan om net half zeven, "ik heb honger. Komt omdat ik de hele dag niet heb gegeten. En nee, ik doe niet aan de lijn, maar ik had gewoon niets in huis."
Wat is het dan weer fijn als de 24e, de dag van de stufi, weer geweest is. Hoewel, fijn... Ik denk dat ik het bij de Eazie nog nooit zo druk heb gezien als afgelopen woensdag, de dag waarop alle studenten dachten Goh, ik heb nu toch geld, laat ik het gaan spenderen.
Vandaag voelde ik me gelukkig niet rut. Sterker nog, ik heb sinds dinsdag mijn bankaccount niet meer gecheckt. In panties die ik op de gedenkwaardige 24 februari, dé dag van de student, de stufi dag, heb gekocht, kwam ik op college aan. Zoals altijd halfdood. Ik snap het niet, maar op de een of andere mysterieuze manier kan ik het voor elkaar krijgen op die éne dag dat ik niet om negen uur moet beginnen nog moe te zijn. Hoewel ik heb uit kunnen slapen tot maar liefst tien uur, heb ik het eerste uur mijn gedachtes heel erg naar de docent moeten trekken in plaats van de lieve vampieren die op me zaten te wachten in de geliefde droomwereld. Tja, als het leven in een droom nou minder aantrekkelijk was, dan mijn echte leven, zou ik misschien niet zoveel van slaap houden.
Gelukkig lijkt in de slaap-maar-toch-wakker-proberen-te-blijvenmodus een college-uur een stuk sneller klaar te zijn. Of lijkt dat gewoon nu, nu ik dit schrijf? Hmm. Hoe dan ook, voordat ik het wist had ik weer eens, zonder gewond te raken, karakters die me misselijk maken en een zeg-alle-woorden-die-je-in-het-chinees-kent-bij-voorkeur-in-een-juiste-volgordecollege overleefd, en was het alweer tijd om terug te gaan naar mijn kamer.
Eenmaal daar gekomen vroeg ik me af welke bom daar onontdekt was ontploffen. Het was zo'n chaos dat ik me door de hoge hakken heen moest werken, en dat op blote voeten! Toch wist ik, gelukkig, mijn bureau te vinden, en dat laatste beetje energie die ik nog bezat te besteden aan het engste begrip van alle enge dingen op deze doodenge wereld. Huiswerk. Na driekwartier vond ik het wel weer welletjes geweest, tijd voor iets beters dan karakters uit het hoofd knallen, en ze direct weer vergeten omdat de Chinezen dronken waren toen ze die streepjes bedachten. Tijd om schoon te maken. Nog zo'n eng begrip. Al moet ik bekennen dat het af en toe wel eens rustgevend kan zijn om hersenloos een teil vol met vaat van een dag of twee weg te werken. Dat was dit keer niet zo, omdat ik zo lui was om de hele afgelopen week niet af te wassen. Voordat ik het een beetje ontspannend begon te vinden, werd ik ontmoedigd door het feit dat ik nog niet eens op de helft was.
Toch heb ik ook die sopdans overwonnen, en begon ik met goede moed aan het slagveld genaamd mijn kamer. Helaas toonde de klok mij niet zo veel moed. Ik had nog precies tien minuten om het slagveld te ontruimen van zijn slachtoffers, voordat ik op de bus moest stappen, om mijn vriendin op centraal station op te halen. Eenmaal het bed opgemaakt, en de tientallen kussens op het bed gegooid, zag het er al een stuk beter uit. Alle schoenen achter het bed gooien, maakte de vloer zelfs al herkenbaar. Kleren die als vloerkleedjes dienden, hoefden slechts in de wasmand gegooid te worden, en ook het bureau vergde slechts één minuut werk. Het eindresultaat was dan wel niet door een ringetje te halen, maar de vloer, het bureau, en mijn bed waren herkenbaar, en dat moest maar voldoende zijn.
De reis naar het station was niet echt boeiend. Verrassend genoeg waren er niet veel mensen in de bus, en dat tijdens spits! Eenmaal op het station aangekomen, vloog ik zo'n beetje naar het perron waar ze aan zou komen, gezien de weg wél in de spits stond, en de bus zeker vijf minuten later aan was gekomen. Maar natuurlijk zag ik mijn vriendin nét de Vila in lopen. Had het kunnen weten. Het fijne van mijn stad is dat de leukste Vila zich op het centraal station bevindt, net als de Starbucks. Oh, wat haat ik het centraal station! Het zorgt er alleen maar voor dat ik rut raak.
Ik hoefde gelukkig niet veel moeite te doen om haar uit de Vila te plukken, en stond in no time bij de bussen. Opnieuw te wachten. Ditmaal niet in het gezelschap van mijn altijd parate musicalsterren, maar van een stem die haarfijn vertelde wat de verschillen waren tussen vrijgezel zijn en het vriendinnetje te moeten zijn. Hoewel het niet erg aanlokkelijk klonk, bezwor ze toch dat ze nu geen vrijgezel meer zou kunnen zijn, en dat bracht toch nog enigszins hoop op alle liefdesklachten van andere vriendinnen.
Eenmaal weer thuis gekomen zette ik Grey's Anatomy aan om me op andere problemen dan die van mijn vriendin te concentreren. Daarna stortten we ons op het eten dat mijn altijd geliefde huisgenoot had gemaakt in het kader 'af en toe één keer in de week samen huiseten, en neem vooral iemand mee, vinden we gezellig'. En na het eten was het tijd om te ontspannen met het geniale rockband. Oké, het klinkt misschien wat minder leuk dan kleren shoppen, maar het is gezellig en het is goedkoop. Zeker als de spullen van een zekere huisgenoot zijn.
Toen was het al weer tijd om afscheid van mijn vriendin te nemen, en om weer het enge begrip 'huiswerk' te lijf te gaan. Hoewel het voor morgen niet helemaal af is, is het altijd beter dan zonder ook maar een letter, of in mijn geval een karakter, op papier naar college te komen.
Abonneren op:
Posts (Atom)