vrijdag 5 juni 2009
Zhăo
zhăo = zoeken
Een blog bijhouden is altijd een beetje lastig. Mijn checklist bestaat dan ook uit het TMI. Tijd, moeite en inspiratie.
De vraag of ik de moeite wil doen om te bloggen, komt bij elke blog bij me naar boven. Ik blog meestal als ik moe ben, en dan wil ik veelal liever naar bed dan nog een kwartier tot een half uur te 'verspillen' aan bloggen.
Als ik dan toch heb besloten dat het de moeite waard is om niet nog meer verwijtende opmerkingen te krijgen dat ik niet geblogd heb, begin ik. Dan is het volgende brokstuk inspiratie. Hoe begin ik de blog? Welk woord is het woordje van de dag? De Nederlandse zijn gemakkelijk, die worden in een woordenboek geprikt. Maar... de chinese... Waarom ik dan in vredesnaam toch gekozen heb om om de dag een chinees woord te gebruiken als blogtitel? Omdat het een groot deel van mezelf is en omdat ik zeer binnenkort toch de taal ga leren. Maar tot die tijd moet ik het doen met mijn grote vriend Google.
Goed, nu kan er ook geblogd worden zonder inspiratie. Vaak denk ik ook dat ik geen inspiratie heb. Dan begin ik gewoon te tikken. Letters worden woorden, woorden worden zinnen, hier en daar afgekapt door de geweldige enter toets.
Wat mij deze week de nek om heeft gedaan was tijd. Ik had geen tijd om te bloggen. Ik was drie dagen niet thuis, ik had drie dagen geen internet. Gisteren was ik zeer laat thuis.
Goed beschouwd vallen TMI samen. Als ik geen tijd heb, heb ik meestal toch wel tijd, maar vind ik het de moeite niet en/of de inspiratie.
Conclusie, het is zoeken naar Tijd, Moeite en Inspiratie voordat ik mij er toe aan zet te bloggen.
Het is wel irritant dat ik een week niet geblogd heb. Nu wil ik mijn hele week hier neer zetten. Wat dus betekend dat deze blog, uhm, langer wordt dan ik normaal doe. Ik geef enkel de highlights van de dag.
Maandag ben ik na het werk naar mijn tante gegaan. Daar heb ik nog even lekker bijgekletst, en toen ben ik naar bed gegaan.
Dinsdag ben ik begonnen met werken op kantoor. Het was... nujah, werk. Cliché zal zijn als ik zeg dat het saai, langdradig, en hersendodend was. Hoewel dat ook zo was, kies ik toch maar ervoor om te zeggen dat ik het onwennig vond. Ik ben niet gewend om om zes uur op te staan, werkelijk dat is geen menselijke tijd!, ik ben niet gewend om niet precies te weten wat ik moet doen, en ik ben al helemaal niet gewend om niet op hakken te lopen! Ik had van die veiligheidsschoenen aan, van die lompe schoenen waar mijn modebewuste hersengedeelte zijn adem in hield van verontwaardiging.
Hoe dan ook. Woensdag was de dag dat... ik te horen kreeg dat ik het klooster in ga.
WAT!
Ja, ik ga het klooster in! Ja, ik ga er wonen!
Nee.
Ik word niet christelijk.
Toen ik dinsdag terug kwam van mijn werk, heb ik wat gegeten samen met mijn oom (eigenlijk is het een bijnaoomdienooitoomgaatworden, het is de vriend van mijn tante en ze willen niet trouwen. Maar ik zeg altijd oom, sterker nog, ik zeg lievelingsoom tegen hem, dus ik zeg ook hier gewoon oom), mijn tante, de broer van mijn oom en een vriend van mijn oom. Was zeer gezellig, stond een wijntje op tafel, en... sterker spul. Waar ik geen druppel van op heb, overigens. Ik hield in mijn achterhoofd dat ik de volgende dag gewoon om zes uur op moest. Nu ja, over het woordje gewoon zijn de meningen verdeeld.
Rond tien uur ging ik even op mijn laptop mijn email bekijken. Ik zag dat er weer wat nieuwe kamers op Kamernet werden aangeboden, dankzij mijn alerts. Mijn blik viel al snel op een specifieke advertentie, waar de hospiteeravond de volgende dag was. Snel dacht ik na, begon een superlief gezichtje op te zetten en vroeg aan mijn lievelingsoom of hij me wilde brengen.
De lieve schat zei ja. Al moest ik hem er woensdag nog even subtiel aan herinneren. Hij had ook een beetje, uhm, nu jah, niet echt heel weinig op. En dat is een uh, klein understatement.
Dus toen ik woensdag klaar was van werk, zat ik opgefokt in de auto. We hadden afgesproken dat we om zes uur van mijn tantes huis zouden vertrekken. We waren om vijf uur vertrokken, en stonden, uiteraard, in de file. Toch waren we nog om zes uur 'thuis'. Toen hebben we heel snel gegeten, mijn oom had al eten klaargemaakt, en ben ik om kwart over zes met mijn oom richting... Leiden gegaan.
We waren om zeven uur al in Leiden, dit keer waren er, uiteraard, geen files. De hospiteeravond zou om half acht beginnen, dus hebben we nog even ergens iets gedronken. Dat was dichtbij waar ik moest zijn. Natuurlijk begon mijn oom gelijk al met het 'hier zou je misschien werk kunnen vinden' gedeelte, maar dat was voor latere zorg. Eerst moest ik die kamer nog krijgen.
Om iets over half acht waren we bij het pand waar de kamer in zat. Het eerste wat mijn oom zei was dat het wel op een klooster leek. Ik vond het meer een oud huis, slash kasteel, slash heel misschien een klooster. In ieder geval een pand rechtstreeks uit een kostuumdrama. Ergens begon wat te borrelen bij mij, het zou zo gaaf zijn als ik hier kwam te wonen. Aan de andere kant, bedacht ik me, leek het me echt zo'n pand voor een of ander studentenvereniging. Iets waar ik op dit moment niet echt naar neig. Wellicht dat ik toch nog overgehaald word, maar het leek mij veiliger om in een niet-studentenverenigingledenhuis te komen.
Al snel werd ik binnengelaten. Ik zag drie mensen zitten. Ze zeiden dat ze al waren begonnen met voorstellen, dus ging ik het rijtje dat ik inmiddels wel uit mijn hoofd kende af. Achttien, sinologie, blablabla. Ik was nog niet klaar of er kwam een jongen door de deur die ook kwam hospiteren. Hij ging er bij zitten. Toen werden we nog wat verder uitgehoord, wat onze slechte eigenschappen waren, wat voor soorten films we keken, naar welke genre muziek we luisterden. Blabla. Om acht uur zei een meisje dat ze weg moest, omdat ze twee hospiteeravonden in één avond had gestopt. Mooi, dacht ik, egocentrisch dat ik was, weer een concurrente minder. Om kwart over acht werd dat geluk bevestigd doordat een ander zei dat ze de bus moest halen.
Het meisje was amper weg toen we naar buiten werden gebracht om ons daar rond te leiden. En zodat de ene helft van de huisgenoten konden bespreken wie ze zouden willen als huisgenoot. Toen we weer terug waren gingen de twee die ons hadden rondgeleid naar binnen, en kwam een ander naarbuiten. Weer, uiteraard (wat gebruik ik in deze blog trouwens vaak uiteraard), om te bespreken wie huisgenootwaardig was.
Uiteindelijk mochten we binnen komen. De zenuwen zaten inmiddels niet in mijn buik, nee, ze zaten in mijn oren, in mijn handen, in mijn maag, in mijn voeten, in mijn benen. Oké, het is duidelijk, ze zaten overal. Ze kibbelden een beetje over wie ons moest zeggen wie het geworden was, ze wilden allemaal niet zeggen wie het niet waren geworden. Uiteindelijk zei een meisje dat ze het heel jammer vond voor degene die het niet waren, maar dat ze toch gingen voor...
Je raadt het al. Maar ik raadde het toen nog niet.
Cindy.
Oh, jah, ik heet Cindy. Toch? En, er was ook geen andere Cindy in de kamer. Toch?
Ik moest een formulier invullen, liet mijn oom de kamer nog zien en ging weer weg. Simpel. Snel. Klaar. Af. Wat een gemak voor zo'n grote stap!
Mijn zoektocht, mijn gezoek, naar een Kamer was eensklaps over. Ik kon het wel uitjubelen. In ieder geval tegen iedereen vertellen. Dat was dan ook wat ik zo'n beetje donderdag en vrijdag heb gedaan. Hoewel ik donderdag een gezellig afscheidsfeestje met mijn klas had, wat het uitgefoeter weer verzachtte. Mij werd verweten dat ik niet heb gestemd. Vandaag kwam ik er achter dat het uitfoeteren terecht was. Er heeft een partij een paar zetels te veel, mijn achting voor die partij is... uh... laag. Dus ja, ik heb spijt gekregen dat ik toch niet gestemd heb.
Om mezelf te trakteren vanwege mijn supervette kamer, en het feit dat ik toch echt het klooster in ga, ben ik vandaag gaan winkelen met een vriendin in Rotterdam. Daar heb ik superdure, supervette, maar vooral superhoge, schoenen met naaldhakken gekocht bij de Zara. Het was nog een heel gezoek naar mijn perfecte JEAJ, IK HEB EEN KAMER, aankoop. Maar dat had ik er uiteraard (!) voor over!
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten