zaterdag 17 juli 2010
Wǎnfàn
wǎnfàn = avondeten
Vandaag was het een doodnormale dag, in een doodnormaal klein dorpje, op een doodnormale zaterdag, tijdens een doodsaai- uuuh, normale zomervakantie. Zo doodnormaal dat ik een beetje ga denken als een vampier en mijn avondeten oversloeg omdat ik genoeg had aan alleen vlees. En dat had ik, echt, ik zat zo vol dat het leek alsof ik het bloed uit mijn eerste vijf slachtoffers had gezogen. Ofzoiets.
Juist. Vakantie. Iets waar we allemaal om gillen als we het niet hebben. Hoe weten wij nou wat we willen? Work-a-holics als ik hebben een hekel aan de vakantie, want voordat ze het weten, vervelen ze zich dood. De meeste mensen zijn nu op vakantie, newsflash, ik ben al naar Malta geweest. Ik heb er geen aparte blog over gemaakt, omdat ik voordat ik het wist gelijk thuisgekomen al weer moest verhuizen. Ja, je leest het goed. Vorig jaar om deze tijd verhuisde ik naar een klooster, dit jaar verhuis ik drie deuren naar rechts. Of links. Is maar hoe je er voor staat. Momenteel heeft mijn moeder ein-de-lijk de vloer gelegd, kliklaminaat van vier euro per vierkante meter, de goedkoopheid van het geld zegt iets over de moeilijkheid van het leggen. Staan alle grote meubels erin (bed, kledingkast, bureau, tafeltje (of zoals mijn huisgenote zegt, voetenbankje), tv-tafeltje (waarboven eigenlijk een groot, bioscoopachtig scherm zou moeten hangen), en boekenkasten. Omdat ik nu vier dagen per week werk, heeft mijn moeder twee dagen vijf uur verhuisd zonder mij. Dat noem ik nog eens delegeren. Waarom ik ga verhuizen? Omdat de kamer die ik nu krijg tweeëntwintig vierkante meter is, en dat nogal verschilt met de veertien die ik eerst had. Ik heb nu mijn kledingkast als muur midden in de kamer gezet. Het is het eerste wat je ziet als je binnenkomt (waarop mijn huisgenote dan weer zegt dat ik op de zijkant iets leuks zou moeten hangen, en waarop ik weer antwoordde dat een blote man misschien het antwoord was). Aan de ene kant van de kast heb ik mijn slaapkamertje gemaakt, aan de andere kant een woonkamer. Koelkast, magnetron en bank erin flikkeren, en iedereen is blij. Inclusief mijn geliefde huisgenote die vast en zeker heel vaak mijn privé bioscoop zal gebruiken.
Vandaag werd ik om tien uur geroepen door mijn moeder. Verdoofd stapte ik uit mijn bed. Het leek net alsof ik een kater had. Wat ik dus echt niet had, ik heb al sinds ik terug ben uit Malta niets gedronken (best ernstig, nog even en ik verleer het, en dat moet ik niet willen als goede studente). Om elf uur mijn rij-instructeur verleid... uh laten zien dat ik niet klaar was voor mijn examen (zeg nu zelf, ik moet toch oefenen wil ik op een andere manier voor mijn examen slagen. Nu maar hopen dat de examinator een man is). Om vervolgens thuis te komen, twee hamburgers te eten die la mama aan het bakken was (soms is het best fijn om thuis te zijn. Met de nadruk op soms). Daarna me heerlijk laten onderdompelen met het verdriet en het lijden van anderen. Want 'ik lijd zonder bitterheid, een dag of een eeuwigheid' geldt niet voor superheld slash vampier Angel (ja, ik ben tussendoor ook nog even naar Joseph geweest. De enalaatste voorstelling moest Freek wel spelen. Toch??? Niet dus, Jamai kregen wij in lendenpak. En hij zag er nogal vatsig uit. Maar goed dat hij het goed maakte met het hartbrekende, ontroerende en ook wel sexy 'Sluit alle deuren maar'). En het gold al helemaal niet voor hem toen Buffy opeens gedag kwam zeggen.
God, wat heb ik toch een zalig, kuch, leven in de vakantie. Maar toen ik weer helemaal bij was met Angel (ik kijk Angel en Buffy zo ongeveer om de beurt), sloeg de verveling weer toe. Wat te doen, wat te doen? Ik wilde mijn fantasie blijven voeden, schrijvers moeten veel doen om fantasie te houden (bijvoorbeeld naar domme series kijken als Angel.... Oké, ik lieg, ik geniet van vampire turned good). Dus besloot ik maar om te gaan slapen. En te dromen. Volgens mij werd ik achternagezeten door... Juist, vampieren.
'S avonds kreeg ik niet meer dan een rollade door mijn keel. Geen idee waarom, ik had niet heel veel gegeten vandaag. Mijn moeder begon al te klagen dat ze voor niets kookte. Maar hé, toen ik tijdens mijn zusjes verjaardag had gekookt, was ook nog de helft over. En ik had heerlijke Pasta Boscaiola gekookt, een gerecht waar ik en mijn vriendin in Malta helemaal gek op waren. Dus dan mag ik best wel die paar boontjes van het avondeten laten staan. Niet?
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten