vrijdag 26 februari 2010

Rut


rut = blut

Hoewel het misschien iets te ver gaat, om het studentenleven met voortdurend rut te omschrijven, zal ik niet ontkennen dat de ene periode wat minder welvarend geleefd kan worden dan de andere. Vooral op een vrijdag, aan het eind van de week, en vooral de vrijdagen aan het einde van de maand, kom ik nogal eens hongerig op mijn werk. "Ja," zeg ik dan om net half zeven, "ik heb honger. Komt omdat ik de hele dag niet heb gegeten. En nee, ik doe niet aan de lijn, maar ik had gewoon niets in huis."
Wat is het dan weer fijn als de 24e, de dag van de stufi, weer geweest is. Hoewel, fijn... Ik denk dat ik het bij de Eazie nog nooit zo druk heb gezien als afgelopen woensdag, de dag waarop alle studenten dachten Goh, ik heb nu toch geld, laat ik het gaan spenderen.

Vandaag voelde ik me gelukkig niet rut. Sterker nog, ik heb sinds dinsdag mijn bankaccount niet meer gecheckt. In panties die ik op de gedenkwaardige 24 februari, dé dag van de student, de stufi dag, heb gekocht, kwam ik op college aan. Zoals altijd halfdood. Ik snap het niet, maar op de een of andere mysterieuze manier kan ik het voor elkaar krijgen op die éne dag dat ik niet om negen uur moet beginnen nog moe te zijn. Hoewel ik heb uit kunnen slapen tot maar liefst tien uur, heb ik het eerste uur mijn gedachtes heel erg naar de docent moeten trekken in plaats van de lieve vampieren die op me zaten te wachten in de geliefde droomwereld. Tja, als het leven in een droom nou minder aantrekkelijk was, dan mijn echte leven, zou ik misschien niet zoveel van slaap houden.
Gelukkig lijkt in de slaap-maar-toch-wakker-proberen-te-blijvenmodus een college-uur een stuk sneller klaar te zijn. Of lijkt dat gewoon nu, nu ik dit schrijf? Hmm. Hoe dan ook, voordat ik het wist had ik weer eens, zonder gewond te raken, karakters die me misselijk maken en een zeg-alle-woorden-die-je-in-het-chinees-kent-bij-voorkeur-in-een-juiste-volgordecollege overleefd, en was het alweer tijd om terug te gaan naar mijn kamer.

Eenmaal daar gekomen vroeg ik me af welke bom daar onontdekt was ontploffen. Het was zo'n chaos dat ik me door de hoge hakken heen moest werken, en dat op blote voeten! Toch wist ik, gelukkig, mijn bureau te vinden, en dat laatste beetje energie die ik nog bezat te besteden aan het engste begrip van alle enge dingen op deze doodenge wereld. Huiswerk. Na driekwartier vond ik het wel weer welletjes geweest, tijd voor iets beters dan karakters uit het hoofd knallen, en ze direct weer vergeten omdat de Chinezen dronken waren toen ze die streepjes bedachten. Tijd om schoon te maken. Nog zo'n eng begrip. Al moet ik bekennen dat het af en toe wel eens rustgevend kan zijn om hersenloos een teil vol met vaat van een dag of twee weg te werken. Dat was dit keer niet zo, omdat ik zo lui was om de hele afgelopen week niet af te wassen. Voordat ik het een beetje ontspannend begon te vinden, werd ik ontmoedigd door het feit dat ik nog niet eens op de helft was.
Toch heb ik ook die sopdans overwonnen, en begon ik met goede moed aan het slagveld genaamd mijn kamer. Helaas toonde de klok mij niet zo veel moed. Ik had nog precies tien minuten om het slagveld te ontruimen van zijn slachtoffers, voordat ik op de bus moest stappen, om mijn vriendin op centraal station op te halen. Eenmaal het bed opgemaakt, en de tientallen kussens op het bed gegooid, zag het er al een stuk beter uit. Alle schoenen achter het bed gooien, maakte de vloer zelfs al herkenbaar. Kleren die als vloerkleedjes dienden, hoefden slechts in de wasmand gegooid te worden, en ook het bureau vergde slechts één minuut werk. Het eindresultaat was dan wel niet door een ringetje te halen, maar de vloer, het bureau, en mijn bed waren herkenbaar, en dat moest maar voldoende zijn.

De reis naar het station was niet echt boeiend. Verrassend genoeg waren er niet veel mensen in de bus, en dat tijdens spits! Eenmaal op het station aangekomen, vloog ik zo'n beetje naar het perron waar ze aan zou komen, gezien de weg wél in de spits stond, en de bus zeker vijf minuten later aan was gekomen. Maar natuurlijk zag ik mijn vriendin nét de Vila in lopen. Had het kunnen weten. Het fijne van mijn stad is dat de leukste Vila zich op het centraal station bevindt, net als de Starbucks. Oh, wat haat ik het centraal station! Het zorgt er alleen maar voor dat ik rut raak.
Ik hoefde gelukkig niet veel moeite te doen om haar uit de Vila te plukken, en stond in no time bij de bussen. Opnieuw te wachten. Ditmaal niet in het gezelschap van mijn altijd parate musicalsterren, maar van een stem die haarfijn vertelde wat de verschillen waren tussen vrijgezel zijn en het vriendinnetje te moeten zijn. Hoewel het niet erg aanlokkelijk klonk, bezwor ze toch dat ze nu geen vrijgezel meer zou kunnen zijn, en dat bracht toch nog enigszins hoop op alle liefdesklachten van andere vriendinnen.

Eenmaal weer thuis gekomen zette ik Grey's Anatomy aan om me op andere problemen dan die van mijn vriendin te concentreren. Daarna stortten we ons op het eten dat mijn altijd geliefde huisgenoot had gemaakt in het kader 'af en toe één keer in de week samen huiseten, en neem vooral iemand mee, vinden we gezellig'. En na het eten was het tijd om te ontspannen met het geniale rockband. Oké, het klinkt misschien wat minder leuk dan kleren shoppen, maar het is gezellig en het is goedkoop. Zeker als de spullen van een zekere huisgenoot zijn.
Toen was het al weer tijd om afscheid van mijn vriendin te nemen, en om weer het enge begrip 'huiswerk' te lijf te gaan. Hoewel het voor morgen niet helemaal af is, is het altijd beter dan zonder ook maar een letter, of in mijn geval een karakter, op papier naar college te komen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten